3-154

3-154

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 16 MAART 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęhet paramedisch interventieteam in HalleĽ (nr. 3-1049)

De voorzitter. - De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk, antwoordt.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - De problematiek van de ontoereikendheid van de mobiele urgentiegroepen in het zuidwesten van Vlaams Brabant, inzonderheid wat het taalgebruik betreft, slepen wij al vele jaren met ons mee. Zowel in de Kamer als in de Senaat is de kwestie al meermaals ter sprake gekomen.

Op een bepaald moment dacht de minister van Sociale Zaken de oplossing te hebben gevonden met een gezamenlijke MUG voor Halle en Tubeke, maar ook dat voorstel is afgevoerd.

In 2005 kwam er dan toch een principeovereenkomst en een begin van oplossing, zij het een nog zeer onvoldragen, met de belofte van de minister dat hij maatregelen zou nemen. Het gaat er niet om dat dit gebied op het ogenblik niet wordt bediend door een MUG, maar wel dat er nu een MUG van over de taalgrens moet komen. Eigenlijk zou elke MUG, zowel die van Luik als die van Oostende, tweetalig moeten zijn, maar ik neem aan dat dit in de praktijk zeer moeilijk te realiseren is. In taalgrensgebieden, zoals het Pajottenland, mogen we dat echter wel verwachten.

Het eindresultaat dat ons uiteindelijk beloofd werd, was de oprichting van een soort van MUG light, intussen een Paramedisch Interventieteam of PIT genoemd. In feite gaat het om een gewone ambulance, weliswaar met een speciale apparatuur aan boord en met een ambulancier en een speciaal opgeleide verpleger, maar zonder een arts met de kwalificatie van een spoedarts. Het PIT zou wel in telefonische verbinding staan met een spoedarts van het ziekenhuis, in dit geval het Sint-Mariaziekenhuis van Halle.

Wij vernemen nu dat deze halve oplossing in feite helemaal geen oplossing is. Er wordt immers gezegd dat de overeenkomst die de minister ter ondertekening aan het Halse ziekenhuis zou hebben voorgelegd, vermeldt dat de arts van het betrokken ziekenhuis er helemaal niet aan te pas mag komen. Indien, nadat het PIT is uitgerukt, alsnog een arts ter plaatse moet komen, moet er een MUG uit Brussel of Tubeke worden bijgeroepen. Indien dit zo is, dan zijn we terug waar we begonnen zijn, namelijk nergens. Want in feite gaat het dan alleen om een snelle ambulance.

Naar verluidt is evenmin duidelijk wat het interventiegebied van het PIT is en het is zelfs mogelijk dat een aantal Vlaams-Brabantse gemeenten die al met deze problematiek te maken kregen, zoals Galmaarden, Herne en Herfelingen, opnieuw uit de boot vallen. Deze onzekerheid zou verband houden met een op handen zijnde hervorming van de 100-centrales.

Wat is de huidige stand van zaken in dit dossier?

Is het correct dat voor de inschakeling van een arts alleen een beroep zal mogen worden gedaan op een MUG van Brussel of Tubeke en zo ja, waarom?

Welke bepalingen zijn opgenomen in de overeenkomst die de minister het Halse ziekenhuis ter ondertekening heeft voorgelegd? Wat zijn de struikelblokken?

Wat is het werkingsgebied van dit PIT?

Hoe zit het met de financiŽle aspecten van dit probleem? Wie moet wat betalen?

De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk. - Ik lees het antwoord van minister Demotte.

Het regionaal ziekenhuis Sint Maria te Halle heeft de door mij voorgelegde overeenkomst ondertekend. Dit dossier bevat dan ook geen knelpunten. In deze overeenkomst is bepaald dat in het Zuidwesten van Vlaams-Brabant het Paramedisch Interventieteam zal worden uitgestuurd, zelfs wanneer een MUG noodzakelijk is. Dat wil zeggen dat bij elk slachtoffer of bij elke patiŽnt een Nederlandstalige equipe aanwezig is. Als de tussenkomst van een MUG noodzakelijk is, zal het oproepcentrum in Brussel in beginsel de dichtstbijzijnde beschikbare MUG oproepen. Indien nodig kan het oproepcentrum ook een arts van de wachtdienst oproepen.

De kosten voor de uitbating van het Paramedisch Interventieteam worden door de federale overheid aan het betrokken ziekenhuis uitbetaald.

Ik heb reeds uitvoerig de meerwaarde van een Paramedisch Interventieteam voor de volksgezondheid toegelicht.

Ik stel met genoegen vast dat niet alleen het ziekenhuis te Halle, maar ook een aantal andere ziekenhuizen hun kandidatuur voor een Paramedisch Interventieteam hebben ingediend. Daarenboven is iedereen tevreden over deze werkwijze, die reeds gedurende tien jaar door het Universitair Ziekenhuis te Leuven toegepast wordt.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Het is een nieuw gegeven dat het ziekenhuis te Halle alsnog de overeenkomst heeft ondertekend.

Het oproepcentrum bepaalt of er een MUG moet uitrukken. Indien geen MUG noodzakelijk is, wordt een Paramedisch Interventieteam gestuurd. Er is dus niets bereikt, want het was net de bedoeling dat het zuidwesten van Vlaams-Brabant door een MUG met Nederlandstaligen zou worden bediend. Een PIT is niet meer dan een zeer snelle ziekenwagen. Als een MUG moet worden gestuurd, zal die nog steeds uit Tubeke moeten komen, want in Halle is er enkel een Paramedisch Interventieteam. Ik geef toe dat het ziekenhuis van Halle ook voor een deel verantwoordelijkheid draagt voor deze situatie.

De minister verwijst naar het proefproject in Leuven, maar in Leuven is ook een MUG. Ik heb de indruk dat, naar aanleiding van de problematiek van de afwezigheid van een Nederlandstalige MUG in een bepaalde streek, heel het concept van de MUG, dat gebaseerd is op de aanwezigheid van een arts, op de helling wordt gezet. Blijkbaar wil de minister stilaan overal de MUG's vervangen door PIT's, waarin geen arts aanwezig is. Dat is voer voor een volgend debat.