3-147

3-147

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 26 JANUARI 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over ęhet wetsontwerp houdende instemming met het Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie, aangenomen te New York op 25 mei 2000Ľ (nr. 3-1305)

De voorzitter. - Mevrouw GisŤle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De Raad van State heeft op 17 oktober 2003 een advies uitgebracht over een voorontwerp van wet houdende instemming met het Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie, aangenomen te New York op 25 mei 2000. Volgens het advies dient, om te voldoen aan de verplichtingen die het Protocol BelgiŽ oplegt, de wetgeving op een aantal punten te worden aangevuld, meer bepaald de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie en het Strafwetboek.

Hoe zal de vice-eerste minister en de minister van Justitie gevolg geven aan het advies van de Raad van State en binnen welke termijn zal ze eventuele ontwerpen van wetswijziging aan het Parlement voorleggen?

Mevrouw GisŤle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - In zijn advies over het voorontwerp van wet houdende instemming met het Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, heeft de Raad van State een aantal opmerkingen geformuleerd over het in overeenstemming brengen van het Strafwetboek.

Volgens de diensten van de minister is artikel 391quinquies van het Strafwetboek in overeenstemming met het Facultatief Protocol en dient het dus niet te worden aangepast. Dat artikel is van toepassing op alle mogelijke adopties die een band hebben met BelgiŽ.

Krachtens dat artikel begaat een niet-erkende tussenpersoon die een adoptie verkrijgt, die strijdig is met de bepalingen van de wet, in het bijzonder wat betreft de instemming van de geadopteerde of van de personen die zijn rechten uitoefenen, een strafbaar feit.

Artikel 391quinquies is eveneens van toepassing op wie in het buitenland onrechtmatig optreedt als tussenpersoon in een internationale adoptie waarbij een band met BelgiŽ bestaat, hetzij omdat hij of zij niet erkend is, hetzij omdat zijn of haar optreden strijdig is met de wet.

Als iemand in het buitenland onrechtmatig als tussenpersoon optreedt in een internationale of een louter buitenlandse adoptie, waarin helemaal geen band met BelgiŽ bestaat, moeten we ons vooral afvragen of BelgiŽ strafrechtelijk tussenbeide dient te komen. Volgens de minister is dat niet het geval.

Het protocol wordt dus volledig nageleefd.

De tweede opmerking van de Raad van State heeft betrekking op artikel 380ter van het Strafwetboek. Dat artikel stelt een verbod in op de vervaardiging en verspreiding van materiaal met betrekking tot het aanbod van diensten van seksuele aard. Volgens de Raad van State moet de draagwijdte van dit artikel worden uitgebreid tot uitbuiting door arbeid, illegale overdracht van organen en illegale adoptie.

Op voorstel van de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid zal die uitbreiding niet worden onderzocht door de werkgroep die hij aanstuurt en die belast is met de evaluatie van de wetten van 1995, zoals in de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging van de Senaat was aangekondigd. De vraag zal worden onderzocht door de werkgroep belast met de nieuwe definitie van kinderpornografie. Ook die werkgroep wordt aangestuurd door de DSB. Hij komt trouwens regelmatiger samen. De minister zal erop toezien dat deze aangelegenheid zo snel mogelijk aan de werkgroep wordt voorgelegd.

Tot slot wordt, in tegenstelling tot wat op bladzijde 5 van het verslag van de Senaat staat vermeld, in het protocol niet geŽist dat in de wet van 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen een verzwarende omstandigheid inzake minderjarigheid wordt ingevoegd.

In de memorie van toelichting wordt een suggestie in die zin geformuleerd. Na de goedkeuring van de wet van 10 augustus 2005 tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de versterking van de strijd tegen mensenhandel en mensensmokkel en tegen praktijken van huisjesmelkers is die suggestie echter niet meer relevant. Artikel 433septies van het Strafwetboek met betrekking tot de mensenhandel dat in de nieuwe wet is ingevoegd, voorziet immers op een algemene wijze in een dergelijke verzwarende omstandigheid, ongeacht de wijze waarop het slachtoffer wordt uitgebuit, namelijk seksuele uitbuiting, economische uitbuiting in de ruime zin van het woord, of criminele uitbuiting. Het heeft dus ook betrekking op orgaanhandel.