3-146

3-146

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 19 JANUARI 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęde bijdrage voor het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV)Ľ (nr. 3-954)

De voorzitter. - De heer Renaat Landuyt, minister van Mobiliteit, antwoordt.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Eind vorig jaar ontvingen heel wat jeugdhuizen en jeugdclubs een aangifteformulier van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV).

Het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende de heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen bepaalt dat het FAVV gefinancierd wordt door jaarlijkse bijdragen van de ondernemingen en personen die activiteiten uitoefenen die onderworpen zijn aan de controle van het Agentschap. Die financiering vervangt de vroegere financieringssystemen in de verschillende sectoren.

Jeugdhuizen en jeugdclubs die drank en kleine snacks zoals snoepgoed en chips aanbieden, vallen voortaan onder de categorie horeca. Vroeger betaalden ze een bijdrage van 50 euro voor een periode van drie jaar. Volgens de nieuwe regeling zullen jeugdhuizen en jeugdclubs jaarlijks een minimumheffing van 111 euro per jaar moeten betalen. Dat is een verzesvoudiging van de bijdrage. Het is onnodig om te benadrukken dat dit voor jeugdhuizen een zware financiŽle dobber is. De bijdrage staat dan ook buiten alle proporties. Jeugdhuizen hebben geen commerciŽle doeleinden. Het zijn geen horecazaken. Ze hebben slechts een beperkt aanbod van voedsel en drank en de openingsuren van jeugdhuizen staan niet in verhouding tot die van horecazaken.

De administratieve lasten voor het vrijwilligerswerk en de kost ervan zijn de jongste jaren sterk gestegen. De vergoedingen voor SABAM zijn de hoogte ingegaan. Er werd een `billijke vergoeding' ingevoerd, maar in de sociaal-culturele sector worden hiervoor wel speciale tarieven gehanteerd. Dat onderscheid vind ik positief.

Vindt de minister de FAVV-bijdrage voor jeugdhuizen en jeugdclubs gezien hun aparte karakter als operator in de voedselketen wel billijk?

Is de minister bereid om in samenspraak met de sector speciale tarieven voor de FAVV-bijdrage voor jeugdhuizen en jeugdclubs te hanteren?

De heer Renaat Landuyt, minister van Mobiliteit. - De minister van Volksgezondheid wijst erop dat bepaalde jeugdhuizen en jeugdclubs haast automatisch onder de bestaande regeling vallen, omdat ze net als andere actoren gecontroleerd moeten kunnen worden. Op dat vlak verandert er niets.

De minister heeft zich wel voorgenomen om de nieuwe financieringswijze van het agentschap na een jaar te evalueren. Hij zal daarbij zeker rekening houden met de suggestie van mevrouw de Bethune om jeugdhuizen, jeugdclubs en andere niet-commerciŽle initiatieven in een afzonderlijke categorie op te nemen.

Het Federaal Agentschap pleegt overigens geregeld overleg met de sectoren. De sector waarvan sprake kan ook bij dit overleg worden betrokken.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Natuurlijk vallen bepaalde jeugdhuizen onder de geldende regeling. Zolang de verplichte bijdrage laag was, bestond er geen enkel probleem. Nu die bijdrage is verhoogd, rijst voor de niet-commerciŽle initiatieven wel een probleem. Het zijn immers geen horecazaken. Bij de herziening van het financieringsmechanisme voor het FAVV werd dit onderscheid over het hoofd gezien. Dat vind ik een fout.

Ik vraag dus uitdrukkelijk dat voor de bijdragen een onderscheid wordt gemaakt tussen de initiatieven met een winstgevend doel en de andere, waaronder de jeugdhuizen en de jeugdclubs. Ik noteer dat de minister de nieuwe regeling na een jaar zal evalueren, maar ik dring erop aan dat het beleid ter zake onmiddellijk wordt bijgestuurd.