3-132

3-132

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 10 NOVEMBER 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Wim Verreycken aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over źde wantoestanden bij de Kansspelcommissie╗ (nr. 3-846)

De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Ik had mijn vraag graag aan de minister van Justitie zelf gesteld, vooral om nadien met haar in dialoog te kunnen treden. In deze uitermate chaotische manier van werken is dat echter vrijwel onmogelijk geworden. Ik ben bijna 20 jaar verkoopsleider geweest en ik kan u verzekeren dan indien ÚÚn van mijn vertegenwoordigers op een dergelijke wijze zijn agenda had afgehandeld, hij op staande voet was ontslagen. Eigenlijk zou het niet slecht zijn dat hier met sommige ministers ook te doen, namelijk de minister van Landsverdediging en die van Justitie.

Op 31 mei 2000 werd door de toenmalige secretaris-generaal van het ministerie van Justitie besloten de heer Vermeulen te ontzetten als secretaris en diensthoofd van de kansspelcommissie en hem te laten vervangen. De Raad van State heeft deze beslissing bij arrest van 26 september 2005 vernietigd, waardoor de heer Vermeulen na vijf jaar zijn ambt opnieuw kon opnemen bij de kansspelcommissie.

Toen Vermeulen, die eerder al uitgerangeerd werd bij het Hoog ComitÚ van Toezicht omdat hij zijn neus iets te veel en iets te diep in een aantal louche zaken had gestopt, zich opnieuw aandiende, werd hij pas na drie pogingen toegelaten tot het gebouw. Daar moest hij het dan stellen met een soort rokerslokaal, waar telefoon- noch internetaansluiting aanwezig was en waar hij dus onmogelijk zijn functie van diensthoofd kon vervullen.

In de kamercommissie Justitie gaf de minister van Justitie eind oktober te kennen dat de heer Vermeulen voorlopig een kantoor zou krijgen in een ander gebouw van de FOD Justitie. Daar zou hij over de informatie kunnen beschikken die hij nodig heeft om zijn nieuwe opdracht te volbrengen, namelijk het opstellen van een managementplan. Wanneer hij zich momenteel toegang wenst te verschaffen tot de lokalen van de kansspelcommissie, waar hij diensthoofd is en waarvoor hij een managementplan moet opstellen, moet hij telkens toestemming vragen om binnen te mogen en moet hij haast elke keer een uur in de wachtkamer wachten.

Gisteren beweerde Het Laatste Nieuws dat een mail is onderschept van Jan Bogaert, personeelsdirecteur bij Justitie, waaruit zou moeten blijken dat, nog voordat de heer Vermeulen na vijf jaar afwezigheid een voet had binnengezet bij de Kansspelcommissie, de voorzitter van de commissie reeds bezig was met het opstellen van een negatief dossier tegen hem. In de mail zou de personeelsdirecteur vragen `alle externe kenmerken voor Vermeulens re´ntegratie uit te voeren' omdat `het ontbreken ervan het dossier verzwakt dat bedoelde voorzitter wenst op te maken over zijn gebrek aan zorgvuldig functioneren binnen de commissie'.

Kan de minister de situatie die momenteel heerst bij de Kansspelcommissie verduidelijken?

Kan de minister mij zeggen of het diensthoofd momenteel wordt toegelaten zijn functie naar behoren uit te oefenen en met welke taken hij momenteel wordt belast? Heeft hij reeds vrije en onbeperkt toegang tot zijn dienst?

Heeft de minister weet van de geciteerde mail van haar personeelsdirecteur aan de voorzitter van de commissie? Hoe zal ze trachten de werking van de kansspelcommissie te optimaliseren en te normaliseren?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De situatie binnen de kansspelcommissie is even duidelijk als eenvoudig. Ingevolge het arrest van de Raad van State over de beslissing die de secretaris-generaal in 2000 nam om een einde te maken aan de detachering van de heer Vermeulen naar het secretariaat van de kansspelcommissie, behoort de heer Vermeulen weer tot het personeel van de FOD Justitie dat ter beschikking staat van de kansspelcommissie.

Zodra ik op de hoogte werd gesteld van het arrest heb ik schriftelijk opdracht gegeven aan de verantwoordelijken om het arrest uit te voeren. Binnen de FOD werden eveneens meerdere berichten gestuurd aan de verantwoordelijken van de kansspelcommissie teneinde de heer Vermeulen te installeren als lid van het secretariaat. Deze maatregelen werden uitgevoerd. De heer Vermeulen beschikt over een bureel met toebehoren. Hij heeft een toegangsbadge en heeft dus toegang tot de ruimten die gebruikt worden door de kansspelcommissie.

Bij zijn herintegratie heeft de heer Vermeulen opdracht gekregen om een managementplan uit te schrijven. Daar tot dusver geen dergelijk plan werd overgemaakt aan de voorzitter van de kansspelcommissie, neem ik aan dat hij nog steeds aan die opdracht werkt. Ik heb terzake gevraagd aan de FOD Personeel & Organisatie om een ontwerp van takenpakket uit te werken voor de heer Vermeulen. Zodra dit takenpakket klaar is, zal het worden doorgesproken met de heer Vermeulen.

Het e-mailbericht waarnaar u verwijst is mij niet onbekend. Het dateert van 17 oktober. Ik onthoud uit dit stuk dat, op de keper beschouwd, de directeur P&O er bij de voorzitter van de kansspelcommissie op aandringt om volledige uitvoering te geven aan het arrest van de Raad van State, door de heer Vermeulen te voorzien van alle externe kenmerken van zijn functie. De laatste zinsnede uit de mail is enkel ge´nspireerd op de vele moeilijkheden die zich reeds eerder die dag hadden voorgedaan omtrent de heer Vermeulen alsook op de problemen die reeds in het jaar 2000 de werking van de kansspelcommissie hebben bemoeilijkt. Deze moeilijkheden zijn een feitelijk gegeven. Ik zie niet in wat ik daaromtrent zou moeten laten onderzoeken. De kansspelcommissie heeft de voorbije week een normale vergadering gehouden. De toekomst zal uitwijzen in hoever de werking van de commissie en haar secretariaat be´nvloed wordt door de situatie die ontstaan is door het arrest van de Raad van State.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Ik apprecieer het antwoord van de minister. Het zou uiteraard moeilijk zijn geweest een managementplan uit te werken vanuit een lokaal waar zelfs geen potlood lag, maar enkel een stoel en een tafel stond, zeker wanneer men geen toegang heeft tot de ruimten waar de mensen zich bevinden en waarover een plan moet worden opgemaakt.

U verwees naar de moeilijkheden die zich hebben voorgedaan. Mijnheer Vermeulen is inderdaad een moeilijk man, dat zullen de mensen die in de commissie voor de georganiseerde criminaliteit met hem gesproken hebben, nog weten. Ik ben ook moeilijk, en dat is mevrouw Onkelinx ook en u bent dat ongetwijfeld ook wanneer u geconfronteerd wordt met straatmanifestanten en hen fascisto´de trekjes toedicht. Iedereen is wel moeilijk op zijn terrein, anders zaten wij niet in dit beroep. Dat is evenwel geen reden om iemand op een dergelijke manier opzij te zetten en te schofferen.

Ik had nog een laatste vraag willen stellen aan mevrouw Onkelinx over de uitspraak van de rechtbank in kortgeding die op 3 november zou gevallen zijn met betrekking tot de 2.500 euro dwangsom die door Vermeulen werd gevraagd. Ik heb daar nog geen enkel gegeven over. Ik had dat graag van mevrouw Onkelinx vernomen. Dat blijkt onmogelijk in deze situatie waarbij we steeds aangewezen zijn op de bereidwilligheid van een vriendelijke vervanger van de vakminister.