3-127

3-127

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 13 OKTOBER 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęde vaccinatie tegen pneumokokkenĽ (nr. 3-1001)

De voorzitter. - De heer Peter Vanvelthoven, staatssecretaris voor Informatisering van de Staat, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt namens de heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De pneumokokbacterie is in BelgiŽ de belangrijkste oorzaak van hersenvliesontstekingen, bloedinfecties en longontstekingen bij de zuigeling en het jonge kind. Invasieve pneumokokkeninfecties komen momenteel voor bij 59 op 100.000 kinderen jonger dan 5 jaar. Bij kinderen jonger dan 2 jaar loopt dat aantal op tot 104 op 100.000. Dat blijkt althans uit een studie van Belgische Vereniging voor Kindergeneeskunde.

Eens het kind besmet werd, kan het de bacterie ook doorgeven aan zijn ouders, grootouders en aan andere kinderen waarmee het in contact komt in de crŤche, bij de onthaalmoeder, op de speelpleinwerking of op de school. De gevolgen van een infectie zijn dan ook groot. 1 kind op 4 met een hersenvliesontsteking door pneumokokken ondervindt zware en invaliderende neurologische gevolgen zoals verlamming, epilepsie, mentale achterstand, enz. 1 kind op 3 lijdt aan doofheid, in 16% van de gevallen overlijdt het kind.

De maatschappelijke kost mag evenmin worden onderschat. Geregeld moeten hele scholen, speelpleinwerkingen of kinderdagverblijven bij een infectie van ťťn van de kinderen gesloten worden en/of wordt er preventief antibiotica toegediend.

Sinds 2003 is er een vaccin op de markt. Klinische studies hebben uitgewezen dat na systematische vaccinatie van alle pasgeborenen de incidentie van invasieve pneumokokkeninfecties met meer dan 98% daalt bij kinderen onder de 5 jaar. Er is ook een significante daling bij niet gevaccineerde groepen zoals ouders en grootouders door het fenomeen van groepsimmuniteit.

De Hoge Gezondheidsraad heeft in februari 2004 aanbevolen om alle kinderen te laten vaccineren. Deze aanbeveling werd opgenomen in de vaccinatiekalender van de Hoge Gezondheidsraad en ook aanbevolen door o.a. Kind en Gezin.

Het probleem is echter dat de vaccinatie niet wordt terugbetaald. Eťn spuitje kost aan de ouder 68,27 euro. Een volledige therapie bedraagt 4 inentingen. Een volledige vaccinatie kost voor een kind jonger dan 6 maand 273,08 euro. Het is onnodig aan te halen dat dit veel is binnen een gezinsbudget. Bovendien moeten aan oudere kinderen meer dan 4 spuitjes worden toegediend.

De meeste mutualiteiten hebben beslist om een financiŽle tussenkomst te verlenen. Lovenswaardig, maar de hoogte van de terugbetaling verschilt van mutualiteit tot mutualiteit. Niet elk kind heeft dus dezelfde rechten en kansen. De provincie Vlaams-Brabant betaalt eenmalig een tegemoetkoming van 68,27 euro voor kinderen onder ťťn jaar.

Naar verluidt zou de hoge prijs voor dit vaccin het gevolg zijn van de monopoliepositie van de producent van het vaccin. In het raam van een algemene vaccinatiecampagne zou de overheid met dit bedrijf kunnen onderhandelen om een lagere prijs te bedingen. Alle actoren zijn het er bovendien over eens dat een dergelijke campagne een groot terugverdieneffect zou hebben, gelet op de enorme daling van het aantal zieke kinderen na vaccinatie.

Uit informatie afkomstig van het AZ te Jette blijkt dat er een verschuiving wordt vastgesteld sedert de inenting tegen meningitis C naar een besmetting met pneumokokken, soms met dodelijke afloop.

Ten slotte wil ik nog vermelden dat minister Vervotte de vaccinatie heeft ingeschreven op de lange termijnbegroting voor 2006. De Franse Gemeenschap zou evenwel voor een dergelijke campagne geen middelen hebben. Dit kan uiteraard tot problemen leiden op federaal niveau.

Op 13 juni 2005 werd er een InterministeriŽle conferentie van Volksgezondheid gehouden. Hier werden er geen beslissingen genomen. Nochtans antwoordde de minister in een vraag om uitleg (3-502) dat men tegen 1 januari 2006 de introductie van het vaccin mogelijk wil maken.

Werd er op 13 juni 2005 een interministeriŽle conferentie gehouden met op de agenda de eventuele terugbetaling van de vaccinatie tegen pneumokokken? Zo ja, is er al dan niet een akkoord bereikt over de vaccinaties? Wat zijn de knelpunten die een akkoord verhinderen? Zal de door de minister vooropgestelde deadline van 1 januari 2006 gehaald worden? In hoeverre wil de minister in een terugbetaling voorzien?

De heer Peter Vanvelthoven, staatssecretaris voor Informatisering van de Staat, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - De minister antwoordde reeds op een gelijkaardige vraag die mevrouw de Bethune hem in december 2004 had gesteld. De cijfers die ze citeert, komen uit een studie over het voorkomen van de ziektes die financieel werd gesteund door de firma die het vaccin produceert.

De minister onderschat de realiteit van de ziektes die veroorzaakt worden door pneumokokken zeker niet, ook al zijn de cijfers betwistbaar. Daar het om kinderen gaat, wenst hij hieromtrent echter geen polemiek te beginnen.

De minister wijst echter op het advies dat de Hoge Raad voor HygiŽne over het vaccin heeft uitgebracht nog voor het product op de markt werd gebracht. Het vaccin wordt geproduceerd door een firma die er het monopolie van heeft en is daardoor erg duur. De inenting tegen pneumokokken kost meer dan alle vaccins die kinderen volgens de vaccinatiekalender toegediend moeten krijgen.

In Nederland heeft het daartoe bevoegde orgaan geadviseerd om dit vaccin in de vaccinatiekalender voor zuigelingen op te nemen. Dit advies werd echter nog niet gevolgd omwille van de hoge kostprijs en de onzekerheid omtrent het aantal inentingen dat nodig is.

In zijn antwoord van 21 maart 2005 op vraag nr. 228 van de heer Bultinck, heeft de minister tevens gewezen op het ontbreken van farmaco-economische gegevens hieromtrent in BelgiŽ en op de negatieve budgettaire gevolgen voor de ziekteverzekering.

Tijdens de InterministeriŽle Conferentie van 13 juni 2005 kondigde de minister aan dat hij een advies aan het Kenniscentrum had gevraagd. De resultaten van deze studie worden over enkele maanden verwacht. Tot dan zal de minister geen enkele beslissing nemen over de financiŽle tegemoetkoming van het RIZIV in de terugbetaling van dit vaccin.

Profylaxe en preventie zijn gemeenschapsbevoegdheden. De financiŽle tegemoetkoming van het RIZIV voor inentingen werd opgenomen in een protocolakkoord dat met de gemeenschappen werd afgesloten. De minister zal de resultaten van het onderzoek van het Kenniscentrum meedelen aan zijn ambtgenoten van de gemeenschappen in het raam van de werkgroep van de InterministeriŽle Conferentie.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik stel vast dat de mutualiteiten het vaccin inmiddels gedeeltelijk terugbetalen. Ook de academische ziekenhuizen hebben opgeroepen om het dossier ernstig te nemen.

Ik moedig de minister aan het dossier grondig te onderzoeken. Zelf ben ik geen expert ter zake. Ik stel echter vast dat specialisten aanbevelen het vaccin terug te betalen. Ouders die het zich kunnen veroorloven, aarzelen niet om hun kinderen te laten inenten. Kinderen van minder welstellende ouders daarentegen lopen een risico. De ziektes die door pneumokokken worden veroorzaakt zijn gevaarlijk: 16% ervan kent een dodelijke afloop.

De voorzitter. - De volgende vergadering vindt plaats vrijdag 14 oktober 2005 om 10.00 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 20.40 uur.)