3-115

3-115

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 2 JUNI 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Buitenlandse Zaken over «de opvolging van de moord op vijf medewerkers van Artsen zonder Grenzen in Afghanistan op 2 juni 2004» (nr. 3-833)

De voorzitter. - Mevrouw Freya Van den Bossche, minister van Werk, antwoordt namens de heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Artsen zonder Grenzen richt naar aanleiding van het bezoek van de Afghaanse president Karzai aan België, de NAVO en de Europese instellingen een dringend verzoek aan het staatshoofd om de moord op vijf van hun medewerkers op 2 juni 2004 uiteindelijk op te helderen. De vijf, onder wie de Belgische Hélène De Beir, werden in de provincie Badghis, in een hinderlaag gelokt en vermoord. De moord leidde tot de terugtrekking van de hulporganisatie, die al een kwarteeuw actief was in Afghanistan. Ik stelde hierover reeds een vraag om uitleg aan voormalig minister Michel (vraag 3-298). De man die volgens de Afghaanse autoriteiten hoofdverdachte is van de moord, zit sinds maart weer op zijn post als lokaal politiecommissaris.

De Afghaanse regering, en de buitenlandse regeringen die met haar samenwerken, alsook de Belgische, dragen de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in het land. De vader van Hélène De Beir verklaart dat hij sinds de moord op zijn dochter geen enkele informatie heeft gekregen over de moord vanwege de Belgische regering, de Belgische diplomatie of van de Afghaanse ambassade in Brussel. Dit was vóór het bezoek van president Karzai. Buitenlandse zaken liet weten dat premier Verhofstadt in zijn onderhoud met President Karzai de zaak zou aankaarten.

Heeft de minister dit probleem aangekaart in zijn onderhoud met president Karzai? Zo ja, wat werd er gezegd? Zal de minister concrete acties ondernemen? Hoe verklaart de minister het gebrek aan informatie en de onbehoorlijke communicatie versus de familieleden van het slachtoffer?

Mevrouw Freya Van den Bossche, minister van Werk. - Ik lees het antwoord van de minister van Buitenlands Zaken.

Tijdens zijn onderhoud met president Karzai op 11 mei heeft de premier over deze aangelegenheid uitgebreid overleg gehad. Het Afghaanse staatshoofd heeft een actie aangekondigd die binnenkort moet leiden tot de aanhouding van de moordenaar. Op 16 mei werd dit door een betrouwbare bron in de Afghaanse hoofdstad bevestigd aan de vertegenwoordigers van de drie betrokken landen, België, Nederland en Noorwegen. Ik wacht voorlopig op de uitvoering van de actie, zoals ze door de Afghaanse president te Brussel werd aangekondigd en kort nadien te Kaboel bevestigd. Het hoofd van het Belgische diplomatieke bureau te Kaboel heeft me vanaf de dag van de moord zorgvuldig op de hoogte gehouden van alle fasen in het onderzoek. Daarover bestaat ook uitgebreide correspondentie.

De diplomatieke diensten van de drie betrokken landen hebben van bij het begin intens overleg gehad met Artsen zonder Grenzen in Kaboel en na de terugtrekking van de organisatie uit Afghanistan met haar vertegenwoordiger in Pakistan. Vertegenwoordigers van Artsen zonder Grenzen hadden over deze aangelegenheid ook werkvergaderingen met de FOD Buitenlandse Zaken, op 3 februari en nog eens op 14 maart 2005.

De familie van het Belgische slachtoffer heeft bij mijn weten op geen enkel ogenblik contact opgenomen met de diensten. De communicatie met Artsen zonder Grenzen verliep vlot. De vader van het slachtoffer werd uitgenodigd voor een gesprek met mijn diensten. Normaal heeft dat gesprek ondertussen plaats gevonden.