3-115

3-115

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 2 JUNI 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over ęhet gebrek aan naleving van gender-richtlijnen door de nieuwe lidstaten van de Europese UnieĽ (nr. 3-835)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - We vernemen uit een rapport dat het Open Society Institute onlangs voorstelde in het Europees parlement dat het de tien nieuwe lidstaten Cyprus, Estland, Litouwen, Hongarije, TsjechiŽ, Slowakije, SloveniŽ, Polen, Malta en Letland ontbreekt aan politieke wil om nationale en Europese gender-richtlijnen te laten naleven.

Verontrustend is dat het verschil in de lonen tussen mannen en vrouwen er toeneemt. Vrouwen zijn dramatisch ondervertegenwoordigd in de regeringen. Slechts negen procent van de Hongaarse parlementsleden zijn vrouw. Litouwen telt twee vrouwelijke ministers, Polen en Slowakije geen enkele. In Litouwen, Estland en TsjechiŽ is slechts ťťn op honderd werknemers met ouderschapsverlof een man.

Kent de minister het rapport?

Welke stappen zal hij doen in zijn bilaterale contacten met de betrokken landen?

Zal hij dit probleem aankaarten op de volgende Europese ministerraad?

De heer Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Ik heb inderdaad kennis genomen van het rapport.

BelgiŽ kan mijns inziens een rol spelen in de bevordering van de naleving van de gender-richtlijnen door de andere lidstaten door het kenbaar maken en uitwisselen van goede praktijken.

In dit kader wijs ik op twee initiatieven.

1. Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen werkt samen met de Afdeling Internationale Zaken van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg aan de realisatie van een seminarie in september 2005. Dat seminarie is gericht op de nieuwe lidstaten en op Bulgarije en RoemeniŽ. Op dit seminarie zal het aspect gelijkheid van vrouwen aan bod komen, meer bepaald inzake gezondheid op het werk.

2. In samenwerking met het Europees Vakbondsinstituut organiseert het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen op 19 juni 2005 een seminarie voor de uitwisseling van goede praktijken `mainstreaming in de vakbonden'. Dit seminarie wil het Belgisch model `handvest gendermainstreaming in de vakbonden' promoten in alle landen van de EU, ook in de nieuwe lidstaten.

Een Europese Ministerraad is niet het geschikte forum voor BelgiŽ om de eventueel slechte prestaties van andere lidstaten aan te kaarten. Wel zal op de volgende Europese Ministerraad de oprichting van het Europees genderinstituut worden besproken.

In de onderhandelingen heeft BelgiŽ aangedrongen om de opdracht van het genderinstituut te versterken en niet te beperken tot het leveren van een bijdrage aan gendergelijkheid. Een deel van het Belgisch amendement werd aangenomen.

Op de volgende Europese Raad worden eveneens conclusies voorgelegd met betrekking tot de implementatie van het Peking Actieplatform door de lidstaten en door de Europese Instellingen. In deze conclusies wordt expliciet verwezen naar de gender-indicatoren die door de opeenvolgende voorzitterschappen werden ontwikkeld in sommige van de twaalf kritische domeinen uit het Peking Actieplatform.

Deze instrumenten en de andere instrumenten die op Europees niveau ter bevordering van de gendergelijkheid ontwikkeld werden en worden, hebben tot doel de lidstaten aan te moedigen, te ondersteunen en te begeleiden bij de gendermainstreaming en de realisaties op geregelde tijdstippen te evalueren. Ik zal er dan ook voor waken dat BelgiŽ zijn actieve rol in het ontwikkelen van die instrumenten blijft spelen.