3-113

3-113

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 26 MEI 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over ęde subsidiŽring van huizen voor buitenlandse studentenĽ (nr. 3-824)

De voorzitter. - Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw, antwoordt namens de heer Armand De Decker, minister van Ontwikkelingssamenwerking.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Er zijn een zeventiental onthaaltehuizen en clubs voor buitenlandse studenten in ons land. Die huizen en clubs spelen een belangrijke rol in de vorming en opleiding van studenten en stagiairs uit het Zuiden, die na hun studietijd een belangrijke functie kunnen uitoefenen in de ontwikkeling van hun thuisland.

De huizen staan niet enkel in voor de huisvesting van de studenten tijdens hun verblijf in BelgiŽ, maar zorgen ook voor psychosociale begeleiding, integratie in het Belgische onderwijssysteem, sociaal-culturele activiteiten en tenslotte voor begeleiding bij de terugkeer naar het thuisland.

Vele huizen hebben een lange traditie en werden decennia geleden opgericht door privť-personen of stichtingen. Ze leveren lovenswaardig werk. We moeten echter een aantal problemen vaststellen bij de financiering van de onthaalhuizen.

Er is een chronisch plaatstekort. De vraag is groter dan het aantal beschikbare bedden. Er worden maximaal 60 bedden gesubsidieerd, terwijl meerdere huizen over een groter aantal bedden beschikken. Dat surplus wordt dus niet gesubsidieerd. Er is geen financiering voor onderhoudswerkzaamheden of renovatie van de gebouwen, maar de wetgeving legt wel kwaliteitseisen op voor de kamers. Er is ongerustheid over de financiering in de toekomst. De subsidiŽring van de onthaaltehuizen zou worden beperkt en de universiteiten zouden de voorkeur krijgen. Er heerst in de sector dus grote onrust en ik ben hierover door verscheidene mensen benaderd.

In de begroting voor 2005 wordt de subsidiŽring van de huizen opgenomen in de basisallocatie `Betoelaging van sociale en culturele hulp aan studenten en stagiairs uit lage-inkomenslanden'. We moeten vaststellen dat het budget voor 2005 is gedaald in vergelijking met 2004. Opnieuw dus een post op ontwikkelingssamenwerking waar we een daling van het budget in absolute cijfers moeten constateren.

De grootste bezorgdheid is dus de gebrekkige financiering en onzekerheid over de toekomst. Alle huizen zijn afhankelijk van cofinanciering op basis van dotaties en giften.

Hoeveel onthaalhuizen en clubs voor buitenlandse studenten worden in 2005 door ontwikkelingssamenwerking gesubsidieerd en voor welk bedrag? Wat zijn de precieze subsidiŽringregels voor de huizen en clubs? Hoeveel studenten en stagairs verblijven jaarlijks in de huizen en weet de minister hoeveel studenten worden geweigerd wegens plaatsgebrek? Waarom worden slechts 60 kamers per huis gesubsidieerd? Is het mogelijk dat aantal op te trekken in overeenstemming met de praktijk?

Kunnen ook grote onderhoudswerken en renovatiekosten in de subsidieregeling worden opgenomen? Is de minister bereid om in de toekomst de financiering van de huizen en clubs te garanderen en te versterken gezien het plaatstekort en de precaire financiŽle toestand van de onthaaltehuizen?

Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw. - Jaarlijks ontvangen 17 erkende instellingen een subsidie van DGOS. Voor 2005 werd daarvoor 1,950 miljoen euro in de begroting ingeschreven. Van de 17 instellingen zijn er 12 tehuizen en 5 clubs.

De precieze subsidiŽringregels worden vermeld in een koninklijk besluit van 1 juli 1974 en in het ministerieel uitvoeringsbesluit van 22 december 1998. Deze documenten voorzien in een aantal erkenningvoorwaarden. De instelling moet het rechtstatuut van vzw of van instelling van openbaar nut hebben of tot de sociale dienst van een instelling van hoger onderwijs behoren. De organisatie moet een jaarverslag en de boekhouding van de verwezenlijkingen voorleggen. Voordat men een erkenningaanvraag kan indienen moet ten minste drie jaar ervaring in sociaal-cultureel of begeleidingswerk ten behoeve van de beursstudenten uit ontwikkelingslanden kunnen worden bewezen.

De regelgeving maakt een onderscheid tussen tehuizen en clubs. Tehuizen stellen huisvesting- en ontmoetingsplaatsen ter beschikking en verlenen sociaal-cultureel dienstbetoon. Clubs stellen plaatsen ter beschikking voor ontmoeting en maatschappelijk verkeer. De raad voor Sociale en Culturele Hulp geeft advies voor alle erkenningaanvragen. De administratie wordt niet op de hoogte gebracht van het aantal geweigerde studenten wegens plaatsgebrek. Er zijn evenmin exacte cijfers over hoeveel studenten en stagiairs er jaarlijks verblijven. Dit vereist immers omslachtige berekeningen aangezien er in sommige kamers in de loop van een jaar soms meerder studenten verblijven. Er zijn 12 tehuizen met in totaal 1.111 kamers en 2 clubs met 28 kamers. De administratie schat het gemiddelde aantal beursstudenten per jaar in de gesubsidieerde clubs en tehuizen op een gemiddelde van ongeveer 1.200 personen.

Artikel 18 van het koninklijk besluit van 1 juli 1974 bepaalt dat het aantal voor subsidieberekening in aanmerking genomen kamers na 1974 niet meer kan worden verhoogd. In datzelfde koninklijk besluit wordt bepaald dat de nieuwe tehuizen voor maximum veertig kamers kunnen worden gesubsidieerd. In het verleden werden reeds pogingen ondernomen om het koninklijk besluit van 1 juli 1974 aan te passen, maar dit is onmogelijk gebleken ingevolge een advies van de Raad van State van 10 juli 1985. In dit advies wordt gesteld dat deze bevoegdheden niet meer aan de federale overheid, maar wel aan de gemeenschappen toebehoren.

Het lijkt dan ook aangewezen dat clubs en tehuizen hun vraag over eventuele aanpassingen van de toegepaste regelgeving aan de bevoegde gemeenschappen voorleggen.

Het koninklijk besluit van 1 juli 1974 voorziet nergens in de subsidiŽring van groot onderhoud en renovatiewerken. Er wordt momenteel ook niet in de verhoging voorzien van de financiŽle middelen van deze instellingen in BelgiŽ. Enerzijds heeft dit de maken met het dalende aantal aanvragen van beurzen door studenten die afkomstig zijn uit ontwikkelingslanden sinds de invoering van de wet op ontwikkelingssamenwerking van 25 mei 1999. Anderzijds legt de Belgische ontwikkelingssamenwerking de nadruk op de institutionele versterking van de vormingsinstellingen in de ontwikkelingslanden.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik betreur het dat het aantal beursaanvragen terugloopt. Ik durf deze informatie overigens betwijfelen. Ik vrees dat ons stugge beleid mogelijke kandidaten ontmoedigt. Over de cijfers wil ik me nader informeren bij de tehuizen en daarna kom ik zeker met mijn vragen terug. In ieder geval is de opvang door deze tehuizen zeer belangrijk. Ze bieden namelijk niet alleen huisvesting, maar ook omkadering en een ontmoetingsplaats. Kortom, deze manier om buitenlandse studenten op te vangen kan alleen maar worden aangeprezen.

De voorzitter. - De volgende vergaderingen vinden plaats donderdag 2 juni 2005 om 10.00 en om 15.00 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 19.45 uur.)