3-94

3-94

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 20 JANUARI 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Landsverdediging over ęde militaire samenwerking met de landen uit het ZuidenĽ (nr. 3-531)

De voorzitter. - De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt namens de heer Andrť Flahaut, minister van Landsverdediging.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - In de schriftelijke vragen 3-1075 en 3-1096 werd gevraagd naar de Noord-Zuid-dimensie van het beleid van de minister van Landsverdediging. In zijn antwoord verwees de minister naar het Programma voor Militair Partnerschap waarmee via het uitwerken van bilaterale en multilaterale samenwerkingsvormen met sommige Centraal-Afrikaanse landen wordt getracht bij te dragen tot de stabilisatie van het Afrikaanse continent.

In het antwoord van de minister op de parlementaire vraag 3-1117 over het personeel dat belast is met de Noord-Zuid-dimensie van Defensie antwoordde de minister dat het Stafdepartement `Strategie' van de defensiestaf de politiek-militaire en militaire evolutie van de landen van het Zuiden permanent opvolgt met de strategische cel van de minister. Daarnaast is er ook nog een cel Programma Militair Partnerschap.

Graag had ik van de minister meer informatie ontvangen betreffende de militaire samenwerking met landen uit het Zuiden alsook over de verschillende cellen en stafvergaderingen.

Met welke landen uit het Zuiden heeft BelgiŽ momenteel een militair partnerschap? Waaruit bestaat de samenwerking voor elk land en voor elk militair partnerschap? Wat is het totale budget waarin de regering heeft voorzien voor het Programma Militair Partnerschap voor 2004 en 2005? Wat is het budget voor elk land en elk militair partnerschap voor 2004 en 2005?

Wordt het Programma Militair Partnerschap enkel gefinancierd door de begroting van Defensie of dragen de departementen Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking ook bij? Zo ja, wat is de verhouding van de budgettaire inbreng van de participerende overheidsdiensten? In welke mate zijn de departementen Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking betrokken bij het Programma Militair Partnerschap? Wordt er op Europees niveau samengewerkt omtrent het Programma Militair Partnerschap? Zo niet, doet BelgiŽ stappen om militaire allianties en programma's in het Zuiden binnen een Europees kader te creŽren? In welke zin onderscheiden de opdrachten van de cel Programma Militair Partnerschap zich van de taken van het Bureau Sud van het stafdepartement Strategie?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Ik lees het antwoord van Minister Flahaut.

In augustus 2003 heb ik beslist het Programma voor Militair Partnerschap (PPM) op te starten met de Democratische Republiek Congo (DRC). In augustus 2004 zou het programma voor militair partnerschap eveneens in Rwanda starten. Zodra de veiligheids- en politieke situatie het mogelijk maakt, zal eveneens een programma voor militair partnerschap met Burundi worden aangevat.

Die programma's hebben als doel om door middel van bi- en multilaterale samenwerking met de landen van de regio van de Grote Meren bij te dragen tot de stabilisatie van Centraal Afrika.

Naast de programma's voor militair partnerschap met de DRC en Rwanda, bestaan er verschillende andere programma's van bilaterale samenwerking in Afrika en in het Midden-Oosten, die geregeld worden door gemengde commissies of directiecomitťs en die naar analogie `programma voor militair partnerschap' worden genoemd. Dit is het geval voor onze bilaterale samenwerking met Benin, Marokko en Zuid-Afrika. Ten slotte bestaat er punctuele samenwerking tussen Defensie en Angola, Burkina Faso, Congo Brazzaville, Gabon, Nigeria, Oeganda, TunesiŽ, Algerije en Libanon.

De belangrijkste activiteiten die gevoerd worden in het raam van het PPM en de geciteerde bilaterale samenwerking zijn de volgende:

Met betrekking tot de budgetten van het Ministerie van Landsverdediging die in 2004 werden aangewend, moet een onderscheid worden gemaakt tussen:

Met betrekking tot de budgettaire vooruitzichten, moet een onderscheid worden gemaakt tussen:

Teneinde een gemeenschappelijke en coherente politiek te bepalen in het domein van het programma voor militair partnerschap in de regio van de Grote Meren, organiseer ik maandelijks op het kabinet van Defensie een vergadering van de stuurgroep van het PPM met de vertegenwoordigers van de FOD Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, de strategische cel van het Ministerie van Landsverdediging en de betrokken actoren van de defensiestaf.

In september 2004 heb ik aan mijn ambtsgenoten van de EU een `non-paper' overhandigd met het verzoek een gemeenschappelijke inspanning te leveren om de stabiliteit in de regio van de Grote Meren te verzekeren.

Verder heeft het departement Landsverdediging op zeer actieve wijze deelgenomen aan de FFM of fact-finding mission van de EU door de chef van het programma voor militair partnerschap te Kinshasa af te vaardigen bij de ambassadeur-chef van de Task Force Afrika van de politieke cel van de Raad van de EU gedurende zijn verkenningsopdracht in de DRC in december 2004.

De sectie bilaterale relaties Afrika en Midden-Oosten (BRS) van het stafdepartement Strategie heeft als opdrachten:

Ik heb beslist de cel van het programma voor militair partnerschap (PPM) op te richten in augustus 2003. Deze cel werd hiŽrarchisch en administratief aangehecht bij de chef Defensie.

Als gevolg van mijn aanbevelingen werden door de chef Defensie richtlijnen uitgegeven met betrekking tot de werking en de bevoegdheden van de cel PPM en de sectie BRS teneinde op militair vlak de coherentie te verzekeren en efficiŽnt bij te dragen tot het programma van de overgangsregering binnen de termijnen die werden vastgelegd voor de geplande verkiezingen in de DRC.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats donderdag 27 januari 2005 om 15.00 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 20.05 uur.)