3-94

3-94

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 20 JANUARI 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Landsverdediging over ęde sluiting van kazernesĽ (nr. 3-529)

De voorzitter. - De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt namens de heer Andrť Flahaut, minister van Landsverdediging.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - In 2001 besliste de minister van Landsverdediging in het kader van de legerhervorming dat een groot aantal kazernes zou worden gesloten, onder meer de Koninklijke School voor Onderofficieren in Zedelgem en de DOVO-kazerne in Poelkapelle. Er waren plannen om de militaire sites aan te wenden voor de opvang van geÔnterneerde personen. Uit het antwoord van minister van Justitie Onkelinx op een parlementaire vraag heb ik evenwel begrepen dat deze twee kazernes niet in aanmerking komen.

Er is enige ongerustheid in de betreffende gemeenten over de bestemming van de kazernes. Het sluiten van de kazernes heeft immers gevolgen voor de lokale economische activiteit en werkgelegenheid.

Is er al een bestemming voor de kazernes? Zo ja, welke?

Wordt er voor de bestemming van de kazernes overleg gepleegd met de gemeentebesturen?

Wordt er bij de keuze van de bestemming rekening gehouden met potentiŽle mogelijkheden voor werkgelegenheid?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - De DOVO-kazerne, die in feite Kwartier Kapitein De Wouters heet, staat momenteel leeg. Momenteel wordt er een dossier opgesteld tot overgave van het kwartier aan de FOD FinanciŽn voor vervreemding. De Koninklijke School voor Onderofficieren in Zedelgem is gehuisvest in het Kwartier Kapitein Stevens en zal in 2007 worden verlaten. De toekomstige bestemming van deze kwartieren valt vanaf het ogenblik van overgave aan de FOD FinanciŽn voor vervreemding niet meer onder de verantwoordelijkheid van Landsverdediging. De diensten bevoegd voor ruimtelijke ordening op het niveau van het Vlaams Gewest, de provincies en de gemeenten staan in voor de wijziging van de stedenbouwkundige bestemming.

De lokale gemeentelijke overheden zullen voorafgaandelijk worden ingelicht over de vervreemding van de kazernes door Landsverdediging zodat ze eventueel initiatieven kunnen nemen met het oog op een eventuele toekomstige bestemming.

De boven genoemde overheden bevoegd voor ruimtelijke ordening zullen bepalen welke bestemming aan de kazernes kan worden gegeven en op welke manier kan worden bijgedragen tot het bevorderen van de werkgelegenheid in de regio.