3-94

3-94

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 20 JANUARI 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over ęde uitbreiding van het aantal partnerlanden voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking n.a.v. de aardbeving in Zuidoost-AziŽĽ (nr. 3-541)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik wil graag even terugkomen op het actualiteitendebat van vorige week, meer bepaald op de uitbreiding van het aantal partnerlanden voor de Belgische bilaterale ontwikkelingssamenwerking naar aanleiding van de aardbeving in Zuidoost-AziŽ.

Premier Verhofstadt kondigde op 30 december 2004 tijdens een persconferentie over de tsunami aan dat vier getroffen landen door de Belgische ontwikkelingssamenwerking voortaan als partnerland zullen worden erkend. Zondag 9 januari verklaarde hij echter dat enkel Sri Lanka en eventueel IndonesiŽ aan de lijst van partnerlanden zouden worden toegevoegd. Tijdens het actualiteitendebat van vorige week werd hierover geen uitsluitsel gegeven.

Het aanwijzen van de partnerlanden van de directe bilaterale samenwerking en de criteria hiervoor zijn vastgelegd in artikel 6, paragraaf 1, van de wet van 25 mei 1999 betreffende de Belgische internationale samenwerking. In 2004 werd in het koninklijk besluit van 26 januari het aantal partnerlanden gereduceerd van 25 tot 18.

Welke landen uit de regio van Zuidoost-AziŽ worden nu toegevoegd aan de lijst van partnerlanden?

Op basis van welke criteria worden ze als partnerland erkend?

Is de samenwerking met deze landen duurzaam of zal ze worden beperkt in tijd?

Op welke sectoren zal de samenwerking zich concentreren?

Welke financiŽle en begrotingsimplicaties heeft de toevoeging van deze landen aan de lijst van partnerlanden voor 2005?

De heer Armand De Decker, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - Zoals mevrouw de Bethune zei, zijn de criteria voor het aanwijzen van de partnerlanden van de directe bilaterale ontwikkelingssamenwerking vastgelegd in artikel 6, paragraaf 1, van de wet van 25 mei 1999 betreffende de Belgische internationale samenwerking. De ministerraad van 14 januari jongstleden heeft beslist om de lijst van partnerlanden nu niet uit te breiden. Dit weerhoudt BelgiŽ er echter niet van mee te werken aan de wederopbouw van de getroffen gebieden. Er zal een specifiek partnerschap worden aangegaan en momenteel wordt bestudeerd of het nuttig is voor dit doel een ontwikkelingsplatform op te richten.

Tijdens de komende begrotingsaanpassing in maart zal er 15 miljoen euro worden vrijgemaakt op de begroting Ontwikkelingssamenwerking, gespreid over drie jaar.

Het is te vroeg om ons nu al uit te spreken over de sectoren waarin we actief zullen zijn. Er wordt nog volop gewerkt aan de opmaak van een stand van zaken. In de nabije toekomst zal ik me naar het gebied begeven om met de lokale autoriteiten te bestuderen hoe de noden het best kunnen worden gelenigd. In het kader van het ownership is het belangrijker dan ooit om goed te luisteren naar de bevolking, die vragende partij is.

Ik zal ter plaatse ook nagaan of het nuttig is Sri Lanka in de lijst op te nemen. Dat is echter niet echt nodig om Sri Lanka te kunnen helpen. Als Sri Lanka in de lijst wordt opgenomen, heeft dat ook een prijskaartje, want dat moeten we een of twee attachťs sturen. Momenteel is er al iemand ter plaatse en we zullen zeker gedurende de gehele periode van heropbouw attachťs ter plaatse hebben.