Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-24

ZITTING 2003-2004

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-1295 van de heer Van Hauthem d.d. 18 augustus 2004 (N.) :
Fonds voor collectieve uitrusting en diensten (FCUD). ≠ Kinderopvangvergoeding. ≠ Verdeling tussen de gemeenschappen.

De financiering van de kinderopvang door het Fonds voor collectieve uitrusting en diensten (FCUD) heeft al heel wat voeten in de communautaire aarde gehad. Het fonds wordt gestijfd met jaarlijkse bijdragen van de werkgevers ten bedrage van 0,05 % van de totale loonmassa van de door hen tewerkgestelde werknemers. Het FCUD kan tussenkomen in de financiering van de personeels- en/of werkingskosten van diensten die instaan voor de opvang buiten de normale schooluren van kinderen van 2,5 tot 12 jaar, diensten die voor de opvang van zieke kinderen tussen 0 en 12 jaar instaan, diensten die buiten hun normale openingsuren instaan voor de flexibele opvang van kinderen van 0 tot 12 jaar, enz. Het zwaartepunt ligt dus bij initiatieven inzake buitenschoolse kinderopvang van kinderen van drie jaar of ouder.

Nochtans zijn de gemeenschappen bevoegd voor het gezinsbeleid, met inbegrip van alle vormen van hulp en bijstand aan gezinnen en kinderen.

De Raad van State wees inmiddels al meermaals op deze flagrante bevoegdheidsoverschrijding. Het Hof van Arbitrage beschouwde de tegemoetkomingen in een arrest van 16 juni 2004 echterals een socialezekerheidsprestatie, wat wel tot de federale bevoegdheid behoort.

Naast deze principiŽle discussie of de federale staat zich door de subsidiŽring van kinderopvang al dan niet op het terrein van de gemeenschappen begeeft, blijft de ongelijke verdeling van deze tegemoetkomingen tussen de gemeenschappen erg ongelijk.

Vandaar deze vragen :

1. Hoeveel aanvullende kinderbijslag werd door het Fonds in 2002 en in 2003 als tegemoetkoming in de opvangkosten uitgekeerd ? Hoeveel daarvan ging naar Vlaamse opvanginitiatieven en hoeveel naar Franstalige ?

2. Hoeveel kinderen in Vlaanderen hadden in 2002 en in 2003 recht op deze subsidiŽring en hoeveel in WalloniŽ ?