3-70

3-70

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 8 JULI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over «de hervatting van de Europese ontwikkelingssamenwerking met Togo» (nr. 3-343)

De voorzitter. - De heer Didier Reynders, minister van Financiën, antwoordt namens de heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Meer dan tien jaar geleden heeft de Europese Unie elke vorm van ontwikkelingssamenwerking met Togo stopgezet. Enkele weken geleden heeft de Europese Unie echter beslist om in toepassing van artikel 96 van het ACP-EU akkoord van Cotonou het overleg met de Togolese overheden over het heropnemen van deze samenwerking te openen.

Voor de EU zijn, conform artikel 9 van het akkoord van Cotonou, het respect voor de democratische instellingen, de mensenrechten en de rechtsstaat noodzakelijke bestanddelen van een eventueel partnerschap. Op 14 april laatstleden heeft Togo 22 engagementen voorgesteld om binnen een periode van zes weken tot een jaar een democratisch klimaat en de rechtsstaat in eigen land te bevorderen.

De zending van de EU die van 3 tot 5 juni laatstleden in Togo aanwezig was om de opvolging van deze engagementen na te gaan, verklaarde dat het veel te vroeg was om een balans op te maken.

De Internationale Liga voor de mensenrechten en de Togolese Liga voor de mensenrechten hebben op 7 juni laatstleden een kritisch rapport uitgebracht over de situatie van de mensenrechten in Togo. Zij gaan akkoord met een eventuele hervatting van de Europese ontwikkelingssamenwerking met Togo, op voorwaarde dat de belofte van de Togolese overheid om de mensenrechten te respecteren, concreet wordt geïmplementeerd, dat dit internationaal wordt nagetrokken en dat de 22 engagementen, die hoofdzakelijk betrekking hebben op politieke rechten, uitgebreid worden tot sociale, economische en culturele rechten.

Is het hernemen van de Europese ontwikkelingssamenwerking met Togo aan de orde geweest op de Europese Raad of op de laatste EU-ACP-top en wat is hierover op politiek niveau afgesproken;

Wat is het Belgische standpunt ter zake;

Hoe zal dit dossier worden gevolgd op het niveau van het Belgische ontwikkelingsbeleid, het Europese en het buitenlandse beleid;

Welke vormen van ontwikkelingssamenwerking bestaan er tussen ons land en Togo?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - De samenwerking tussen de Europese Unie en Togo werd in oktober 1992 opgeschort. Hierdoor kon Togo niet rekenen op een toelage vanuit het 8e Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) of op een notificatie van een bedrag uit het 9e EOF. Toen in juni 1998 de telling van de resultaten van de presidentiële verkiezingen werd stopgezet, besliste de Europese Unie op 14 december 1998 de steun niet meer te hervatten.

Tijdens een onderhoud tussen eerste minister Sama en Europees Commissievoorzitter Prodi op 2 oktober 2003 vroeg de Togolese regering om in het kader van artikel 96 van het Cotonou-akkoord het overleg over het hervatten van de steun op te starten. Hij verklaarde zich daarbij bereid maatregelen te nemen op het vlak van de democratie en de mensenrechten.

Artikel 96, dat betrekking heeft op de essentiële elementen van het Cotonou-akkoord, stelt dat, ongeacht de regelmatige politieke dialoog die tussen de Europese Unie en een ACP-land plaatsvindt, een consultatiemechanisme wordt opgestart indien één van de twee partijen vaststelt dat de andere een verplichting die voortvloeit uit de principes van eerbiediging van de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat niet naleeft. Dit mechanisme moet de betrokken staat ertoe leiden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichtingen tegemoet te komen. Indien geen aanvaardbare oplossing kan gevonden worden of deze consultatie wordt geweigerd, kunnen specifieke maatregelen, zoals opschorting van de steun, worden genomen.

De Europese Unie heeft deze vraag positief onthaald en de dialoog met Togo op 14 april jongstleden hervat. In een eerste rapport heeft Togo zich ertoe verbonden 22 maatregelen te nemen, waarvan de uitvoering ter plaatse op de voet wordt gevolgd. Voor het einde van de consultatieperiode, die afloopt op 14 juli, moet Togo een tweede rapport voorleggen. Dit rapport zal dan door de diensten van de Commissie worden onderzocht en leiden tot een voorstel tot hervatting van de steun of behoud van de opschorting. De Raad zou zich in september, of meer waarschijnlijk in oktober, over dit voorstel moeten uitspreken.

België betreurt dat de vroegere houding van de Togolese autoriteiten tot op heden een hervatting van de Europese steun in de weg stond. Ons land zou een dergelijke hervatting ondersteunen indien de Togolese regering duidelijk blijk zou geven van goede wil om het democratiseringsproces op gang te brengen en de rechten van de mens te eerbiedigen. De complexiteit van de dialoog met Togo is niet zozeer te wijten aan het grote aantal hervormingsmaatregelen - op socio-economisch of cultureel vlak bij voorbeeld -, maar aan het gebrek aan goede wil van de regering.

Bilateraal is er geen Belgische samenwerking met Togo. Togo behoort niet tot de partnerlanden van de directe bilaterale samenwerking. Togo bevindt zich op de 141ste plaats in het Human Development Report. Het land behoort tot de groep van de Medium Human Development-landen. De ministerraad van 7 november 2003 die het aantal partnerlanden gereduceerd heeft tot 18, heeft Togo niet opgenomen in de lijst van partnerlanden.

Toch werden in het verleden, in het kader van de schuldverlichting, betalingen uitgevoerd. In 1998 was dit 2.875.317 euro, in 2002 481.300 euro.

In het kader van de indirecte samenwerking is een zevental NGO's actief in Togo. In de sector landbouw wil het project van Vredeseilanden bijdragen tot de duurzame garantie van voedselzekerheid in het perspectief van gelijkheid door middel van de ontwikkeling van productie-, conservatie- en commercialiseringssystemen van veelbelovende landbouwspeculaties en de verbetering van toegangsmogelijkheden. Voorts is er ook het Nationaal programma ter ondersteuning van boerenorganisaties van het Komyuniti-consortium.

In de gezondheidszorg is een aantal projecten specifiek gericht op de gezondheid en meer bepaald op de ondersteuning van sociale zekerheidssystemen. Vooral Louvain Développement is zeer actief met de volgende projecten: Soutien aux mutuelles de santé; La santé communautaire dans les savanes au nord Togo; Amélioration de l'accès aux soins de santé pour les populations de la région des savanes; Appui à la santé communautaire dans la préfecture de Kpendjal (Région des savanes - Togo); Renforcement des capacités mutualistes pour la mise en place de systèmes de micro-finance dans la région des Savanes.

Ook Wereldsolidariteit (WSM) is aanwezig met het project Mutualisme in Afrika (ODSTA). Wereldsolidariteit steunt ook de projecten Sociale economie Afrika (ODSTA) en Vakbeweging Afrika (FOPADESC).

Eén NGO richt zich tot de blinden met het project Aveugles: formation personnel et soins préventifs 5 centres (SHC: Sensorial Handicap Cooperation/Volens)

Met betrekking tot de gemeenschapsopbouw waren er in de periode 1998 tot 2002 activiteiten rond de promotie van nieuwe communicatievormen in ruraal milieu en socio-economische en culturele zelfpromotie van dorpsgemeenschappen.

De voorzitter. - De volgende vergadering vindt plaats woensdag 14 juli 2004 om 14.00 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 19.25 uur.)