3-70

3-70

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 8 JULI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over ęde mogelijke ontbinding van een aantal NGO's in RwandaĽ (nr. 3-389)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Een Rwandese parlementscommissie heeft in het raam van een onderzoek naar de verspreiding van de `genocidaire ideologie' een aantal aanbevelingen geformuleerd waaronder een verbod op het Forum des organisations rurales (FOR) en op de grootste onafhankelijke Rwandese mensenrechtenorganisatie, Liprodhor, die financieel gesteund wordt door onder andere BelgiŽ, de EU, en Nederland. Bovendien dreigen verschillende leden van deze NGO's vervolgd en veroordeeld te worden. Ook internationale NGO's waaronder 11.11.11. en Pax Christi, die Rwandese NGO's financieel ondersteunen, dreigen gestraft te worden.

Deze aanbevelingen zijn duidelijk gestuurd door de uitvoerende macht en misbruiken andermaal de wrede genocide van 1994 om onafhankelijke organisaties de mond te snoeren. Hierdoor dreigt het land te verglijden in een dictatoriale macht waarbij het respect voor vrije meningsuiting, voor de democratische beginselen en voor de mensenrechten dode letter wordt. De internationale gemeenschap mag dit niet meer aanvaarden en moet een krachtig signaal geven dat deze aanbevelingen onaanvaardbaar zijn.

Van de minister had ik graag vernomen of hij reeds bilateraal of multilateraal overleg heeft gepleegd met de Rwandese overheid omtrent het mogelijke verbod van voornoemde NGO's? Zo ja, welk signaal heeft hij dan gegeven?

Wat zou, rekening houdend met de door het Belgische parlement goedgekeurde aanbevelingen over Rwanda, het gevolg zijn van een verbod op die organisaties voor de relatie tussen BelgiŽ en Rwanda?

Zal BelgiŽ bereid zijn om in overleg met de andere donoren alle hulp op te schorten bij gebrek aan respect voor de mensenrechten en voor de democratische beginselen?

Zal de minister erop toezien dat de veiligheid van de leden van de bedreigde Rwandese NGO's gewaarborgd wordt?

Wat is volgens de minister het gevolg van deze aanbevelingen voor de rol van het maatschappelijke middenveld en de internationale NGO's in Rwanda?

Ik stel die vragen omdat ik zeer bezorgd ben over de conclusies van de bevoegde Rwandese Parlementscommissie. Misschien beschikt de minister over informatie die mijn bronnen tegenspreken?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Ik overweeg deze problematiek aan te kaarten bij mijn Rwandese collega in de marge van de regionale top die ik op 11 juli in Brussel organiseer om de CEPGL te reactiveren.

Ik heb het hierover trouwens al met mijn collega gehad en ik zal opnieuw bij hem aandringen.

We moeten de politieke dialoog voortzetten: het is de enige weg voor de verdere democratisering na de verkiezingen in Rwanda. Een en ander neemt niet weg dat wij uiting zullen geven aan onze bezorgdheid over de beperking van de bewegingsruimte van de niet-gouvernementele actoren en over de negatieve gevolgen van een mogelijk verbod van die NGO's voor de inspanningen tot nationale verzoening.

Ik blijf nauw overleg plegen met andere donoren, in het bijzonder met Nederland, en met andere partners in Europees verband. Zolang het rapport van de Senaat niet klaar is en de regering van Rwanda nog niet heeft bepaald welk gevolg zij eraan zal geven, is het niet opportuun om een definitief standpunt in te nemen.

Ik blijf de individuele gevallen van de bedreigde Rwandese NGO's en de veiligheid van hun medewerkers op de voet volgen en zal hen eventueel de gepaste steun bieden, zonder daarbij uit het oog te verliezen welk gevolg uiteindelijk aan het rapport zal worden gegeven.

Ik betreur dat dit rapport, hoewel het zich nog in een preliminair stadium bevindt, de rol van het maatschappelijke middenveld en van de internationale NGO's op vrij ernstige wijze verder aantast, precies nu dit maatschappelijke middenveld in de buurlanden aan betekenis wint en een groeiende rol speelt in de vredes- en de overgangsprocessen. Zij spelen overigens niet alleen een rol in de eigen nationale structuren, maar ook in de voorbereiding van de Internationale Conferentie voor de Grote Meren, die eind dit jaar of begin volgend jaar wordt georganiseerd.

Zondag zal ik dus zeer sterk aandringen, want ik deel uw mening over die zaak. Mocht de houding van de regering negatief zijn en mocht zij de bewegingsruimte voor het middenveld willen beperken, dan is het niet uitgesloten dat ik maatregelen zal voorstellen.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Vandaag schenkt het mij zeker voldoening; wij zitten op dezelfde golflengte. Ik kan hem slechts aanmoedigen om de zaak op de voet te volgen en om duidelijke signalen te geven aan wie ze moet ontvangen. Ook formeel kunnen wij ons volste vertrouwen hebben in de integriteit van de bedreigde NGO's.