3-64

3-64

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 17 JUNI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Hugo Vandenberghe aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de gevaren van chloor in zwembaden» (nr. 3-304)

De voorzitter. - De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen, antwoordt namens de heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Uit een studie van professor toxicologie Alfred Bernard blijkt dat zwemmen in overdreven gechloreerde zwembaden gevaarlijk kan zijn voor kinderen met aanleg voor astma en voor baby's jonger dan twee jaar. "Zwembaden die met chloor schoongehouden worden, spelen een belangrijke rol in de epidemie van kinderastma die we de laatste jaren kennen", stelt hij in het vaktijdschrift Le Généraliste.

In opdracht van het Brussels Instituut voor Milieubeheer werd in 2002 een onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn te lezen op de BIM-website.

Professor Bernard baseerde zich voor zijn conclusies op een steekproef bij schoolkinderen uit tien Brusselse scholen en een groep van 63 jonge Franstalige zwemmers, tussen 11 en 26 jaar oud. Ze kregen een vragenlijst voorgeschoteld, er werden bloedstalen genomen en hun longfunctie werd geëvalueerd. De analyse toont een significant verband tussen een grotere kans op longontsteking of astma enerzijds en bezoek aan een overdekt zwembad anderzijds. Chloorgassen zijn nefast voor de longen van gevoelige bevolkingsgroepen.

De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek beweert dat het na recent onderzoek niets alarmerends heeft vastgesteld en dat chloor het ontsmettingsmiddel bij uitstek blijft.

Uit onderzoek van het Waalse Gewest blijkt dat maar liefst 30% van de onderzochte zwembaden de grens van 500 µg/m³ trichlooramine overschrijden, terwijl de veiligheidsnormen de maximale limiet op 300 µg/m³ trichlooramine leggen.

Graag had ik van de minister vernomen of door de overheid geregeld controles worden uitgevoerd met betrekking tot het gebruik van ontsmettingsmiddelen.

Acht de minister het nodig maatregelen te nemen, gelet op deze verontrustende berichten in het Brusselse en Waalse Gewest?

Kan de minister ons een beeld geven van de normen die in deze materie van kracht zijn en zeggen waar België staat in Europees verband?

Zijn er alternatieven voor het schadelijke chloor?

Welke richtlijnen vaardigde de minister uit of zal hij uitvaardigen om de zwembaduitbaters te wijzen op het gevaar voor de volksgezondheid bij overmatig gebruik van chloor?

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - Het toezicht op zwembaden is een regionale bevoegdheid en er worden geregeld controles uitgevoerd.

In Vlaanderen vallen de zwembaden onder de milieureglementering Vlarem 2.

In Brussel vereist het uitbaten van een zwembad een erg gespecificeerde milieuvergunning die om de tien jaar moet worden vernieuwd. Die milieuvergunning wordt toegekend per ministerieel besluit en is inhoudelijk vergelijkbaar met de Vlarem-wetgeving.

In Wallonië werkt een werkgroep voor de Waalse gewestregering aan de toepassingsbesluiten van een nieuw Algemeen Reglement van de milieubescherming.

Vraag 2. Het goede beheer van de infrastructuur van de zwembaden wordt gecontroleerd door de gewesten. Wetenschappelijk onderbouwde kennis die bijdraagt tot optimalisering van de normen, wordt zowel door de regionale als de federale overheden gevolgd. Er moet worden gestreefd naar een aanvaardbaar compromis tussen de vermindering van de bacteriologische besmettingsrisico's en de kwaliteit van de lucht en het water.

Vraag 3. De luchtkwaliteit is nog een onderwerp van discussie, zowel op Belgisch als op internationaal niveau. Het probleem ligt vooral in het bepalen van de giftigheidsdrempel voor het chloorgehalte in de lucht en hiervoor moeten diepgaandere studies worden uitgevoerd. Grotere steekproeven dan die van professor Bernard zijn nodig en meer parameters moeten in acht worden genomen om tot markante conclusies te komen. Het toezicht op de waterkwaliteit en op het goed beheer van het gebouw, meer bepaald de ventilatie, zijn belangrijk om een goede luchtkwaliteit te garanderen. De luchtkwaliteit hangt ook af van de opvolging van hygiënische maatregelen door de zwemmers. Zwemmers brengen heel wat stikstofverbindingen in het water, vooral dan ureum dat zich in urine bevindt. Chloor vormt met deze stikstofverbindingen onder andere chlooramines die verantwoordelijk zijn voor de luchtkwaliteit. Hoe meer zwemmers, hoe meer kans op vervuiling van het zwembadwater en de nare gevolgen ervan. De normen voor het chloorgehalte in het water liggen hoger in België dan in de buurlanden, omdat onze federale overheid alle besmettingsrisico's wil uitschakelen. In Oostenrijk en Duitsland bevat het zwembadwater minder chloor, maar wordt de ontsmetting vervolledigd met technieken zoals elektrolyse, met ozon, met broom en jodium of met een UV-behandeling.

Vraag 4. Feit is dat chloor de beste ontsmetter is voor zwembaden, als men rekening houdt met de verplichtingen inzake opslag, manipulatie, kostprijs en doeltreffendheid. Chloor en het daarvan afgeleide natriumhypochloriet zijn zeer krachtige ontsmetters. Natriumhypochloriet is het meest gebruikte ontsmettingsmiddel. Het grote voordeel van chloor is zijn blijvende desinfectievermogen. Het Vlaamse Gewest verplicht het gebruik van natriumhypochloriet voor de desinfectie van openbare zwembaden. Bij een alternatieve ontsmetting is de goedkeuring van de gezondheidsinspecteur vereist. Voor het Waalse Gewest is de reglementering in voorbereiding. Het Brusselse Gewest legt strenge normen op aan de kwaliteit van water en lucht. Het laat alternatieve technieken toe. Alternatieve ontsmettingsmethodes zijn: ozonbehandeling, bestraling met ultraviolet licht, ultrafiltratie en elektrofysische procédés, zoals elektrolyse met metaalionen als koper, al dan niet in combinatie met zilver of roestvrij staal, elektrolyse, ozon, broom en jodium. Die technieken zetten zich evenwel niet op grote schaal door omdat ze minder doeltreffend, te technisch of te duur zijn. In de praktijk worden ze bijna altijd gebruikt in combinatie met chloor, zeker als het erom gaat pieken op te vangen veroorzaakt door een groot aantal zwemmers die zich tegelijkertijd in het water bevinden. Er zijn proefprojecten, zoals met de `koper-zilver-techniek' in de zwembaden van Louvain-la-Neuve en Sankt-Vith, maar die techniek biedt nog niet hetzelfde resultaat als chloor inzake het terugdringen van het risico op bacteriologische besmetting.

Laatste vraag. Het overschrijden van milieunormen veroorzaakt niet telkens een onmiddellijk of dringend gevaar voor de volksgezondheid. Dit kan wel anders liggen voor de gezondheidsnormen. De zwembaduitbaters zijn goed geïnformeerd over de gevaren voor de volksgezondheid bij overmatig gebruik van chloor. De chloortoevoer behoort tot de essentiële veiligheidsnormen. Mankementen op dit gebied worden als een gezondheidsbedreigende tekortkoming beschouwd. Als inspecteurs zo'n tekortkoming vaststellen, wordt onmiddellijk de sluitingsprocedure voor het zwembad in kwestie gestart, indien ten minste de exploitanten het zwembad niet al op eigen initiatief hadden gesloten.