3-60

3-60

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 27 MEI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over ęde 29ste sessie van ACP-EU-Ministerraad te Gaborone, BotswanaĽ (nr. 3-271)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Van 3 tot 7 mei laatstleden vond de 29ste sessie van de ACP-EU-Ministerraad plaats in Gaborone, Botswana. Belangrijke thema's zoals de financiering van de ontwikkeling van het Zuiden, het dossier van de suiker en van de banaan stonden op de agenda. BelgiŽ werd vertegenwoordigd door de minister van Ontwikkelingssamenwerking.

Kan de minister ons een kort overzicht geven van de agendapunten? Wat waren de resultaten van deze ACP-EU-Ministerraad? Welke positie heeft BelgiŽ verdedigd? Welke opvolging zal ons land concreet geven aan die vergadering?

De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - De 29ste bijeenkomst van de ACP-EU-Ministerraad werd namens de ACP-landen voorgezeten door de heer Pierre Moussa, minister van het Plan van de Congolese Republiek, en voorzitter van de ACP-Ministerraad, en namens de EU door de heer Tom Kitt, Iers minister van Ontwikkeling van de Overzeese gebieden en Mensenrechten, en huidig voorzitter van de Raad van de Europese Unie. Om evidente praktische redenen, werden de - op voorhand gecoŲrdineerde - standpunten van zowel de EU-leden als de ACP-leden door de twee voorzitters geformuleerd. Enkel tijdens het open aids-debat konden andere deelnemers interveniŽren. Het was een zeer symbolische bijeenkomst waaraan nu ook de 10 nieuwe lidstaten deelnamen.

Een van de meest opvallende punten was de cruciale beslissing voor de oprichting van de ACP-EU-Waterfaciliteit. Zo zal vanaf het 9e Europese Ontwikkelingsfonds een schijf van 250 miljoen euro voor deze faciliteit worden vrijgemaakt. Die maatregel komt dus tegemoet aan de wens om een hogere bijdrage te leveren op het vlak van watervoorziening en tegen 2015 de Millenniumdoelstellingen te behalen.

Er werd eveneens een akkoord bereikt over de structuur en de kalender van de onderhandelingen inzake de herziening van het Cotonou-Akkoord, die uiterlijk 28 februari 2005 moet zijn afgerond. De eerste onderhandelingen hebben plaatsgevonden op 14 mei 2004 in het ACP-huis te Brussel. Tijdens die bijeenkomst hebben de partijen hun respectieve onderhandelingsmandaten voorgesteld.

Even opmerkelijk was het zeer interessante hiv/aids-debat, waarbij drie thema's aan bod kwamen: de hiv/aids-epidemie, de ervaringen en de global governance, en de instrumenten daarvoor.

Ik heb erop aangedrongen dat de donoren naar hun partners zouden luisteren, die ons erop wijzen dat aids-bestrijding niet enkel met gezondheid te maken heeft, maar veeleer met ontwikkeling. Daarenboven heb ik de nadruk gelegd op een betere coŲrdinatie tussen de partners die met de aids-problematiek te maken hebben en op de leidinggevende rol van de EU op dit vlak, teneinde de voordelen van een multidisciplinaire aanpak ten volle te benutten. Daarbij zijn niet alleen Volksgezondheid, Begroting, Buitenlandse Handel ingevolge het TRIPS-akkoord van Doha, Ontwikkelingssamenwerking, AIDCO, Research & Development en het bedrijfsleven betrokken, maar eveneens de directoraten-generaal Justitie, Binnenlandse Zaken en Werkgelegenheid.

Als concrete maatregel heb ik voorgesteld dat de EU, naar het voorbeeld van een aantal van zijn lidstaten, waaronder Nederland en Frankrijk en binnenkort ook BelgiŽ, een aids-ambassadeur zou aanstellen, of misschien zelfs een aids-ambassadrice aangezien 70% van de aids-lijders vrouwen zijn. Op die manier zou het aids-thema geÔntegreerd kunnen worden in de politiek van de EU en van de ACP-landen.

Graag verwijs ik naar het pleidooi van de vertegenwoordigster van CONCORD, de Europese confederatie van NGO's voor noodhulp en ontwikkeling, die aangedrongen heeft op de oprichting van een begrotingslijn ten voordele van door aids besmette kinderen, een sterk leadership vanwege de EU en een opvolgingsmechanisme van het beleid. Ik was het daar volkomen mee eens.

Volledigheidshalve wil ik met betrekking tot de overige agendapunten nog wijzen op volgende punten.

In het kader van de Economische Partnerschapakkoorden werden onderhandelingen opgestart met vier ACP-regio's, meer bepaald West-Afrika, Centraal-Afrika, Zuidelijk en Oost-Afrika en de CaraÔben. De onderhandelingen met SADC zijn gepland voor 8 juli in NamibiŽ en met de Stille Oceaan-landen voor september 2004.

Een ander belangrijk thema betrof de samenwerking op handelsvlak die uitvoerig aan bod is gekomen, maar waarover jammer genoeg geen akkoorden zijn gesloten. Het gaat meer bepaald om suiker, bananen, rijst en katoen.

Europees commissaris Poul Nielson heeft zich wat suiker betreft, uitgesproken voor een hervorming van de gemeenschappelijke marktverordening suiker. Hij zei echter ook dat het voorbarig zou zijn zich uit te spreken over subsidies aan de ACP-landen ter compensatie van een eventuele daling van de uitvoeropbrengsten naar aanleiding van de klachten die BraziliŽ, Thailand en AustraliŽ hebben geformuleerd voor het WTO-panel.

Wat de bananen betreft, heeft de Commissie zich bereid verklaard een nieuw bananencontingent overeen te komen in het kader van de EU-uitbreiding en beslist de consultaties met de ACP-landen voort te zetten inzake de vermindering van de quota en de invoering van een nieuw douanetarief per 1 januari 2006.

Inzake rijst herinnerde de commissaris eraan dat het EOF-comitť onlangs een financiering ter waarde van 24 miljoen euro heeft goedgekeurd die de omstandigheden in de rijstsector in de Caricom-regio moet verbeteren.

Voor de katoensector verwees commissaris Nielson naar de beslissing van de EU-Raad van 27 april om een Europees-Afrikaans partnership voor katoen op te richten. Mevrouw de Bethune weet ongetwijfeld dat ons land dienaangaande afspraken heeft gemaakt met onder meer Benin, dat expertise kan leveren.

Ondanks de zware agenda, heeft de bijeenkomst in Gaborone dankzij een uitstekende organisatie tot goed onderbouwde debatten geleid. Dat is verdienstelijk voor Botswana, het land met de grootste aids-besmetting waar 36 procent van de bevolking seropositief is.