3-58

3-58

Belgische Senaat

Handelingen

WOENSDAG 26 MEI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «genitale verminkingen bij vrouwen in België» (nr. 3-253)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - We vernemen dat vluchtelingencentra, centra voor vrouwen, centra voor gezinsplanning en andere sociale centra in ons land vaak geconfronteerd worden met het probleem van genitale verminking bij vrouwen. Ik wil daar vandaag niet over uitweiden, aangezien we deze problematiek in de Senaat al hebben besproken naar aanleiding van de vrouwendag in het voorjaar van 2004. De Senaat heeft toen een resolutie aanvaard die pleit voor een globaal beleid ter preventie van genitale verminking. Tevens beteugelt artikel 409 van het Strafwetboek expliciet genitale verminking bij vrouwen.

Hoe geeft de regering gevolg aan de resolutie die de Senaat heeft goedgekeurd? Hoe wordt de strafwet toegepast? Wat is het gerechtelijke beleid ter zake? Zijn er klachten en/of gerechtelijke uitspraken? Toen we de resolutie bespraken, waren er geen gegevens over het aantal gevallen van genitale verminking in ons land. Zijn die er vandaag wel?

Is deze problematiek besproken op de interministeriële conferentie met de gemeenschappen inzake preventief gezondheidsbeleid en/of gelijkekansenbeleid?

De Standaard publiceert vandaag een getuigenis van de Vlaamse gynaecologe Marleen Temmerman. Ze vertelt dat ze in haar praktijk geregeld met dit probleem wordt geconfronteerd. Ze wijst, net als de Senaatsresolutie, op het belang om in het kader van de Noord-Zuidsamenwerking en de ontwikkelingssamenwerking alle mensen en organisaties te steunen die in het Zuiden zelf de strijd tegen de genitale verminking voeren. Tevens pleit ze voor een bewustmakingscampagne en een mentaliteitsverandering bij die gemeenschappen in Vlaanderen en België waar deze praktijken in de landen van herkomst nog altijd bestaan. We zijn het er allen over eens dat genitale verminking niet kan, maar de vraag is welke beleidsmaatregelen de overheid moet nemen om ze te voorkomen.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Na de resolutie die op 18 februari jongstleden door de Senaat werd aangenomen, heeft de Ministerraad op 7 mei het nationaal actieplan tegen echtelijk geweld goedgekeurd. In dit kader heeft de minister van Gelijke Kansen aan het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en aan het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding gevraagd een instituut op te richten voor het informeren, sensibiliseren en oriënteren van buitenlandse vrouwen die het slachtoffer zijn van seksuele discriminatie. De zeer kwetsbare groep die gevaar loopt de praktijken van seksuele verminking te ondergaan, behoort tot de doelgroep van dit project. Concreet zal er aangepaste informatie worden uitgewerkt door professionelen en door mensen die bij deze problematiek betrokken zijn.

In België bestaat een specifieke organisatie die tot doel heeft seksuele verminking te voorkomen, vrouwen op te vangen die er het slachtoffer van zijn en praktijken van seksuele verminking te bestrijden. Deze vereniging, GAMS-België, wordt gesteund door minister Arena, die gezorgd heeft voor de nodige middelen en medewerkers.

Minister Arena deelt mede dat de interministeriële conferentie betreffende het gelijkekansenbeleid pas zal vergaderen na de komende verkiezingen, wanneer de regionale regeringen samengesteld zijn.

Sur le plan judiciaire, j'ai interrogé le Collège des procureurs généraux qui me signale ne pas disposer actuellement de statistiques précises relatives à l'article 409 du code pénal qui réprime toute forme de mutilation sexuelle sur une personne de sexe féminin. Toutefois, le collège me précise que la Commission des nomenclatures attribuera prochainement les codes de prévention et de qualification à cette nouvelle incrimination.

Néanmoins, malgré l'absence d'outil statistique informatisé, on me précise que les parquets n'ont pas ouvert de dossier relatif à cette incrimination. Cette affirmation doit toutefois être nuancée en raison d'une pratique de travail des parquets qui se traduit par l'encodage de la prévention la plus grave, laquelle pourrait être, dans le cas d'espèce, la qualification de moeurs ou de coups, qualification qui englobe l'article 409.

Dès que les codes informatiques seront attribués par la Commission des nomenclatures, nous disposerons d'un outil précis qui faisait défaut lors de l'examen de ce problème important au Sénat.

Enfin, compte tenu de la gravité extrême des actes de mutilation sexuelle, gravité que le législateur a relevé en prévoyant des peines sévères - infraction de base punie d'un emprisonnement de trois à cinq ans et des circonstances aggravantes prévoyant la réclusion de cinq à sept ans, voire à dix ans en cas de maladie incurable ou d'incapacité permanente - je ne peux concevoir qu'un parquet puisse classer sans suite un dossier de ce genre. La seule réponse judiciaire envisageable est la poursuite des auteurs devant les tribunaux correctionnels.

Je me suis beaucoup préoccupée de ce type de dossiers en dehors même de mes fonctions de ministre de la Justice. Je sais que dans de nombreux cas - et la gynécologue à laquelle vous avez fait allusion pourrait le confirmer - aucun signalement n'est fait et ce pour toute une série de circonstances liées à la vie personnelle de la femme concernée. Les médecins, bien entendu, sont obligés de respecter le secret professionnel. L'absence de statistiques judiciaires précises ne permet certainement pas d'affirmer que de tels cas n'existent pas en Belgique, loin de là.

La résolution du Sénat sera transmise au Collège des procureurs généraux afin qu'il puisse la communiquer à tous les parquets du Royaume de manière à donner une impulsion à cette politique qui doit être prioritaire au niveau des parquets.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik dank de minister voor haar antwoord, waarin ze zegt het dossier van nabij te volgen.

De gerechtelijke en de preventieve aanpak zijn uiteraard beide belangrijk.

Een passage in een interview met gynaecologe Marleen Temmerman in De Standaard heeft mij getroffen. Een vrouw die zelf het slachtoffer is van seksuele verminking en net bevallen is van een dochtertje, antwoordde op de vraag of zij haar dochtertje ook aan die barbaarse praktijk zal onderwerpen, dat dit afhangt van het feit of ze in België blijft wonen of terugkeert naar Afrika. Hier zou ze het niet doen, daar wel.

Dit ene geval illustreert goed de culturele dimensie van het probleem. De mentaliteitsverandering moet worden teweeggebracht door vorming, voorlichting en ontwikkelingssamenwerking. Daarom verheugt het mij dat de minister bevestigt dat de GAMS opnieuw subsidies zal krijgen. Het is toch belangrijk dat een vereniging van vrijwilligers zich duurzaam voor deze zaak kan blijven inzetten.

Mme Laurette Onkelinx, vice-première ministre et ministre de la Justice. - Ayant été chargée précédemment de la problématique de l'égalité des chances, je suis parfaitement consciente que les victimes éprouvent parfois d'extrêmes difficultés à faire un autre choix, y compris pour leurs propres enfants.

Quand elles retournent dans leur pays d'origine, le poids des valeurs familiales et des valeurs véhiculées par l'État même empêche parfois un véritable choix.

Pour ce qui concerne la Belgique, à côté de tout le travail préventif réalisé par le GAMS (Groupement d'Hommes et de Femmes africains et européens pour l'Abolition des Mutilations sexuelles féminines) et par le Centre pour l'égalité des chances, à côté des pratiques des parquets, il importe de rappeler que nous avons imposé le critère du genre pour l'examen du dossier des personnes qui demandent la reconnaissance du statut de réfugié dans notre pays.