3-51

3-51

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 1 APRIL 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over ęde schuldkwijtschelding aan de Democratische Republiek CongoĽ (nr. 3-262)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Twee weken geleden vernam ik in het antwoord op mijn vraag om uitleg dat BelgiŽ een grote kwijtschelding heeft toegestaan voor de commerciŽle schuld van de Democratische Republiek Congo, zijnde 555,75 miljoen euro voor de Nationale Delcrederedienst voor rekening van de Staat en 50,01 miljoen euro voor rekening van de Delcrederedienst.

Tegen welke boekwaarde, in procent van de nominale waarde, wordt de schuldverlichting voor de commerciŽle schuld ingeschreven in de rijksmiddelenbegroting? Vorige keer heeft de minister gezegd dat voor de berekening van de 0,7% de schuldverlichting met de volledige nominale waarde wordt opgenomen. Ik neem aan dat dit niet het geval is voor de inschrijving in de rijksmiddelenbegroting.

Wordt dit bedrag eenmalig in de begroting geboekt of wordt het gespreid over meerdere jaren en zo ja, over welke boekingsjaren? Welk aandeel van dit bedrag komt ten laste van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking, van de begroting van FinanciŽn, of van andere begrotingen? Wat is het aandeel van de privť-sector in de kwijtgescholden schulden van de Nationale Delcrederedienst?

Voor de leningen van staat tot staat werd een voorstel tot herschikking van de overheidsschuld ten belope van 61,11 miljoen euro voor ondertekening voorgelegd. Wat zijn de modaliteiten van deze herschikking, bijvoorbeeld inzake de periode van de leningen en de eventuele renteherschikking?

De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - De schuldverlichting voor de commerciŽle schuld wordt gecompenseerd door de Belgische staat. Op 4 december 2003 werd tussen de Belgische staat en de Nationale Delcrederedienst een conventie ondertekend waarbij de Belgische staat aanvaardt dat voor een eerste schijf van 27,268 miljoen euro van de toegekende kwijtschelding voor rekening van de Staat de helft, zijnde 13,634 miljoen euro, ten laste van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking valt. Die conventie kadert in de financiŽle sanering van de Nationale Delcrederedienst en in de context van de uitvoering van de overeenkomst inzake de bijdrage van het departement Ontwikkelingssamenwerking in de schuldverlichting van de ontwikkelingslanden die de Nationale Delcrederedienst voor rekening van de staat verwezenlijkt.

De toegekende schuldkwijtschelding voor de commerciŽle schuld wordt in de begroting gespreid over een tiental jaar overeenkomstig de beslissing van de Ministerraad in 2001 die de begrotingstechnische regeling bepaalt van de schuldverlichting aan HIPC-landen. Het bedrag van de toegekende schuldverlichting komt integraal ten laste van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking. Het aandeel van de privť-sector in de kwijtgescholden schuld wordt onderhandeld per individueel geval en bedraagt in de praktijk tussen de 5 en 10%.

De herschikking van de overheidsschuld slaat op 16 toegekende staatsleningen van 1973 tot 1988. Van het totale bedrag van 61,11 euro miljoen wordt 35,9 miljoen euro herschikt over een periode van 38 jaar, inclusief een gratieperiode van 15 jaar van 2019 tot 2042. Van de overige 25,2 miljoen euro wordt een gedeelte op 3 jaar en een schijf op 7 jaar herschikt zonder gratieperiode. Enkel de staatslening toegekend op 25 juli 1973 bevat een herschikking van de interesten. De overige toegekende staatsleningen droegen geen interest.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Twee punten zijn me ontgaan. Gebeurt de afschrijving in nominale waarde of in procent van de nominale waarde?

De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - In nominale waarde.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De spreiding loopt over een tiental jaar. Wanneer begint die spreiding te lopen?

De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - De Ministerraad heeft die technische bepaling vastgelegd in 2001. Normaal gezien gaat die het daaropvolgende jaar in.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Maar de conventie is slechts in 2003 ondertekend.

De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - Er was voordien al een akkoord over de schuld. De conventie is de bevestiging van een regel die algemeen was aangenomen. Sommige landen hadden reeds voordien beslissingen genomen inzake de schuldherschikking. Ik zal het nog eens nakijken, maar ik denk dat de spreiding begint te lopen in 2002.