3-526/2

3-526/2

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

23 MAART 2004


Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake merkenrecht en het Uitvoeringsreglement, gedaan te Genève op 27 oktober 1994


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR DE HEER DEVOLDER


I. INLEIDING

De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging heeft het wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake merkenrecht en het Uitvoeringsreglement, gedaan te Genève op 27 oktober 1994 (stuk Senaat, nr. 3-526/1, 2003/2004) besproken tijdens haar vergadering van 23 maart 2004.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

De minister verwijst naar de memorie van toelichting bij het wetsontwerp. Het Verdrag voorziet in de uniformisering en de vereenvoudiging van de formele vereisten waaraan aanvragers en houders van merkenrechten in het verkeer met de merkenbureaus van de verdragsluitende partijen dienen te voldoen. De bestaande verschillen terzake betekenen een onnodige uitgavenpost voor de ondernemingen. Bovendien verhoogt het Verdrag de transparantie.

III. BESPREKING EN STEMMINGEN

De artikelen 1 en 2, alsook het wetsontwerp in zijn geheel, worden zonder verdere bespreking eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitster,
Jacques DEVOLDER. Anne-Marie LIZIN.

De door de commissie aangenomen tekst
is dezelfde als de tekst
van het wetsontwerp
(zie stuk Senaat, nr. 3-526/1 - 2003/2004)