3-47

3-47

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 18 MAART 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de minister van Werk en Pensioenen over «het pensioen van ex-echtgenoten echtgescheiden van een ambtenaar» (nr. 3-154)

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - In concreet gelijklopende situaties worden echtgescheidenen, afhankelijk van het arbeidsrechtelijk statuut van de ex-partner, verschillend behandeld.

Indien een uit de echt gescheiden persoon het statuut van werknemer en/of zelfstandige heeft, kan de ex-partner op basis van artikel 74 en volgende van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, voor de duur van het aantal huwelijksjaren waarin geen eigen pensioenrechten werden opgebouwd, een pensioen genieten via de arbeidsprestaties van de eerstgenoemde.

Voor de ex-partner van een ambtenaar geldt deze regeling niet.

Bij gebrek aan een rechtsregel kan aldus een uit de echt gescheiden echtgenote niet dezelfde rechten genieten als haar collega's ex-partners van werknemers en/of zelfstandigen, of zelfs van contractuele ambtenaren.

Het pensioen van een ambtenaar wordt immers beschouwd als een uitgesteld loon en is derhalve een persoonlijk, niet splitsbaar of onvervreemdbaar en dus een onoverdraagbaar recht.

Het ambtenarenpensioen wordt ook alleen berekend op basis van de tewerkstelling van de ambtenaar zonder rekening te houden met diens gezinstoestand.

Het effect van deze regelgeving leidt tot zeer onbillijke situaties en zelfs tot regelrechte discriminatie van de ex-partners, overwegend vrouwen, die hun loopbaan, in onderling overleg met hun partner, hebben opgezegd bijvoorbeeld voor de opvoeding van de kinderen of andere zorgtaken.

Na echtscheiding zijn deze ex-partners aangewezen op een alimentatie, waarvan de hoogte wettelijk beperkt is, of worden ze genoodzaakt te leven van een minimuminkomen, namelijk het leefloon of, vanaf de pensioenleeftijd, van het garantie-inkomen voor ouderen.

Merkwaardig genoeg gaat bij het overlijden van de ex-partner-ambtenaar het recht op overlevingspensioen wel over op de ex-partner. Vanaf dat ogenblik kunnen analoge rechten wél worden overgedragen. Alsof op de dood van de ex-partner moet worden gehoopt.

Hoe rijmt de minister deze ongelijke behandeling van mensen in een analoge situatie met het wettelijk gelijkheidsbeginsel?

Waarom wordt er een verschillend rechtsstatuut verleend aan het rustpensioen van de ambtenaar en het recht op overlevingspensioen wat diezelfde ambtenaar aangaat?

Hoe kan deze flagrante discriminatie worden weggewerkt?

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - De wetgeving betreffende de pensioenen van de openbare sector bevat geen enkele bepaling die het mogelijk maakt aan de uit de echt gescheiden, de van tafel en bed gescheiden of de feitelijk gescheiden echtgenoot van een ambtenaar een gedeelte van het rustpensioen toe te kennen dat aan die ambtenaar verleend wordt voor zijn loopbaan in de openbare sector. De wetgeving terzake is inderdaad anders dan die voor de werknemerspensioenen.

Aangezien het pensioen van een ambtenaar als een uitgesteld loon wordt beschouwd, is het inderdaad uitgesloten dit uitgesteld loon gedeeltelijk aan een ander persoon toe te kennen. Uitgaande van dezelfde basisfilosofie kent de wetgeving betreffende de pensioenen van de openbare sector overigens evenmin een gezinspensioen zoals dat in de privé-sector bestaat. Het recht op een rustpensioen voor ambtenaren is een persoonlijk en onoverdraagbaar recht.

Er moet evenwel worden opgemerkt dat in de pensioenregeling van de openbare sector de uit de echt gescheiden echtgenoot, onder bepaalde voorwaarden, aanspraak kan maken op een overlevingspensioen vanaf het overlijden van de gewezen echtgenoot en dit ongeacht de scheidingsgrond. In geval van feitelijke scheiding of scheiding van tafel en bed behoudt de echtgenoot van de overleden ambtenaar zijn rechten op een overlevingspensioen als langstlevende echtgenoot.

De verschillende behandeling inzake pensioenen die, enerzijds, toepasselijk is op de uit de echt gescheiden echtgenoot van een werknemer of zelfstandige en, anderzijds, op de uit de echt gescheiden echtgenoot van een personeelslid van de openbare sector, is het gevolg van een verschillende benadering van de rechten van deze uit de echt gescheiden echtgenoten die in het socialezekerheidsstelsel een rustpensioen kunnen genieten terwijl het in de openbare sector zal gaan over een overlevingspensioen. Hieruit volgt dat, naargelang de individuele situatie van deze uit het echt gescheiden echtgenoten, het ene of het andere stelsel, naargelang het geval, meer of minder gunstig zal zijn voor betrokkene. Dit verschil in behandeling bestaat reeds van bij de aanvang van deze pensioenstelsels en is gebaseerd op verschillende concepten die als zodanig niet discriminerend zijn.

Ik ben niet de mening toegedaan dat de uit de echt gescheiden echtgenoot van een ambtenaar door een van andere principes uitgaande wetgeving gediscrimineerd wordt ten opzichte van de uit de echt gescheiden echtgenoot van een loontrekkende. Rekening houdend met het objectieve verschil dat bestaat tussen de twee categorieën van personen, is hier geen sprake van een ongerechtvaardigde discriminatie in de zin van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - De uiteenzetting van de minister is de bevestiging van de toestand. We weten allemaal dat de pensioenstelsels een hele tijd geleden zijn ontstaan, dat de samenleving ondertussen geëvolueerd is en dat zich een aantal spijtige verschijnselen voordoen. De vrouwen echter die moeten leven van een garantieinkomen voor ouderen, gewoon omdat ze een aantal jaren van hun leven voor hun gezin hebben gezorgd en hun huwelijk mislukt is, zijn weinig gebaat met deze theoretische concepten. Merkwaardig is vooral dat op het moment van het overlijden van de ex-man er wel een overlevingspensioen mogelijk wordt voor de duur van het huwelijk. We moeten toch een regeling kunnen overwegen waarbij het flagrante verschil, zelfs tussen contractuele ambtenaren en vastbenoemde ambtenaren, wordt weggewerkt, want dat betekent voor die gescheiden vrouwen een groot verschil. Als we die theoretische concepten, die 40 of 50 jaar geleden zijn ontstaan, willen blijven toepassen, dan komen een aantal vrouwen van middelbare of oudere leeftijd in de armoede terecht, eenvoudigweg omdat ze op een bepaald moment van hun leven voor hun gezin hebben gezorgd.