3-31

3-31

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 18 DECEMBER 2003 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Erika Thijs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over ęde infiltratie van de maffia in het Belgisch overheidsbestel in zaken van mensenhandelĽ (nr. 3-82)

De voorzitter. - De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - In haar jaarverslag over het jaar 2002 stelt het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding dat uit dossiers blijkt dat criminele organisaties toegang zoeken tot essentiŽle delen van het staatsapparaat. Door middel van corruptie op politioneel en politiek niveau trachten ze invloed uit te oefenen met de bedoeling het opzetten en het in stand houden van circuits van mensenhandel te vergemakkelijken. Onmiskenbaar is mensenhandel verweven met georganiseerde misdaad. Dat blijkt ook uit de opeenvolgende rapporten van de Onderzoekscommissie georganiseerde misdaad van de Senaat.

Niet alleen volgens het Centrum, maar ook volgens de voormelde rapporten van de Onderzoekscommissie van de Senaat, schiet het speur- en vervolgingswerk van de betrokken Belgische diensten hierbij tekort, zowel in manschappen, middelen als juridische slagkracht. Het Centrum verwijst naar het eindrapport van de opvolgingscommissie georganiseerde misdaad waarin een aantal opmerkelijke verklaringen staan van de bevoegde magistraat over de disfuncties in de corruptiebestrijding. Volgens Philippe Ullmann, destijds door het College van procureurs-generaal aangesteld als bijstandsmagistraat in de financieel-economische criminaliteit, hebben veel speurders de huidige anticorruptiedienst CDBC verlaten omdat ze niet meer gemotiveerd zijn. Ik verwijs naar het jaarverslag 2001. Nochtans had de regering beloofd een prioriteit te maken van de bestrijding van de mensenhandel.

Daarom de volgende vragen. Waarom weigeren de regeringspartijen hun steun aan het opnieuw installeren van de subcommissie Mensenhandel en Prostitutie in de Senaat? Waarom mag in tegenstelling tot het vroegere Hoog Comitť van Toezicht, het CDBC geen preventieve controles meer uitoefenen en werkt het alleen nog op vordering van een vaak overbelaste onderzoeksrechter of van het parket? Is dat niet geheel in strijd met het beginsel van een `gewapend bestuur' dat preventief en proactief kan optreden? Worden hieromtrent verbeteringen - dit wil zeggen verregaandere bevoegdheden - eventueel Europees gecoŲrdineerd, voorbereid? Is de minister gewonnen voor de uitbouw van het federaal parket als echte geÔntegreerde antimaffiadienst?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - In het federaal veiligheids- en detentieplan van de vorige regering - het plan van 30 mei 2000 - werd een duidelijke rol toebedeeld aan een gerevitaliseerde en gemoderniseerde Centrale Dienst voor de bestrijding van de corruptie, de CDBC. Ten gevolge van de hervorming van het politielandschap werd die dienst bij de federale politie ondergebracht. Op 1 januari 2001 werd de dienst geÔntegreerd in de directie van de Bestrijding van de Economische en FinanciŽle Criminaliteit van de algemene directie van de gerechtelijke politie.

Het personeelskader van de CDBC telt 63 personeelsleden, inclusief het diensthoofd en twee personeelsleden voor administratieve ondersteuning. Het reŽle personeelscijfer op dit ogenblik is 60, met name 57 operationele speurders, 1 diensthoofd en 2 personeelsleden voor administratieve ondersteuning. Die 57 operationele speurders worden vooral ingezet in repressieve corruptieonderzoeken inzake overheidsopdrachten, subsidies en financiŽle aangelegenheden. Daarbij worden ze soms ondersteund door of werken ze samen met de gerechtelijke diensten van het arrondissement, de GDA's. De aanwerving van vier gespecialiseerde middenkaders - twee boekhouders en twee technische ingenieurs - is aan de gang.

De beschreven situatie in het eindrapport van de opvolgingscommissie georganiseerde misdaad behoort dus tot het verleden.

In het voornoemde federaal veiligheidsplan had het project 80 reeds voorzien in "een integrale en pluridisciplinaire aanpak van de corruptie inzake repressie en preventie". Er werd namelijk beslist om naast een repressieve anti-corruptiedienst een preventieve dienst integriteitsbewaking op te richten. De oprichting van die dienst is een onderdeel van het Copernicusplan. De dienst werd, gezien de functieomschrijving, ondergebracht in de federale overheidsdienst Budget en Beheerscontrole. Op dat ogenblik behoort een preventief beleid niet meer tot de bevoegdheden van de CDBC.

In een ruimere context wil de minister van Binnenlandse Zaken nog meedelen dat het onderzoek naar de geldstroom en naar het wederrechtelijk vermogen, in de actieplannen rond mensenhandel - de economische en seksuele exploitatie - en mensensmokkel - de illegale immigratie en mensensmokkel - van het federaal veiligheidsplan 2003-2004 werd opgenomen. De gerechtelijke diensten van het arrondissement stellen in het raam van hun onderzoeken tegen bovenlokale of internationale mensenhandel- en mensensmokkelorganisaties systematisch een financieel onderzoek voor.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Uit de krantenberichten van vorige week blijkt dat de sector mensenhandel een nieuwe richting heeft gekozen: illegale netwerken, vooral de werkcircuits, worden geÔnfiltreerd. Om daarover meer te weten te komen, moeten extra speurders worden ingezet. Om meer te weten te komen denk ik dat het beter is dat we de minister van Binnenlandse Zaken uitnodigen in de commissie waar hij dan wat meer uitleg kan geven.