3-10

3-10

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 31 JULI 2003 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over ęde bijdrage van BelgiŽ aan het Wereldfonds voor de bestrijding van HIV/aids, tuberculose en malariaĽ (nr. 3-5)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Midden juli 2003 vonden in Parijs twee grote internationale conferenties over aids plaats. De ene was een donorenconferentie van het VN-fonds ter bestrijding van aids, tuberculose en malaria en de andere een internationale wetenschappelijke conferentie op initiatief van de International Aids Society.

Bij deze gelegenheid vernamen we via de media dat het VN-fonds, dat twee jaar geleden is opgericht, op droog zaad zit en dus niet in staat is om de derde reeks van projecten, die gepland is voor oktober 2003, uit te schrijven.

De internationale bijdragen aan het fonds zijn ver beneden de voorziene 10 miljard dollar gebleven, het bedrag dat het fonds jaarlijks nodig heeft. Er zou weinig kans zijn dat de Europese Unie het beloofde bedrag van 1 miljard euro zal storten. De heer Prodi heeft intussen wel verklaard dat hij zijn uiterste best zal doen om de landen ertoe aan te zetten hun verplichtingen na te komen en dit bedrag alsnog bijeen te zamelen.

Wat is het billijke aandeel van ons land voor 2003, opdat het noodzakelijke bedrag van 10 miljard dollar wereldwijd kan worden bereikt? Sommige landen hebben hun bijdrage al berekend op basis van een BBP-sleutel. Heeft BelgiŽ dat ook al gedaan?

Zijn de bijdragen van ons land al begroot? De regering zou verklaard hebben dat ze de bijdrage aan het Fonds zal verhogen. Kan de minister dat bevestigen?

Hoe staat het met de stortingen?

Welke diplomatieke acties onderneemt de minister opdat ons land en de Europese Unie wťl hun beloftes nakomen? Hoe staat de minister tegenover het nieuwe standpunt van de Verenigde Staten, die, in afwijking van hun gewone multilaterale strategie, een groot deel van hun fondsen voor aidspreventie en -geneesmiddelen in bilaterale initiatieven storten.

De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - Alvorens in te gaan op de vragen van mevrouw de Bethune, wijs ik erop dat er binnen de Wereldgezondheidsorganisatie een Commission on Macroeconomics and Health is opgericht. Die heeft berekend dat de donoren tegen 2007 jaarlijks 10 miljard dollar supplementair dienen te geven voor de preventie en behandeling van aids, tuberculose en malaria in de MOL. Hiertoe werd in 2002 op aandringen van VN-secretaris Kofi Annan, een fonds opgericht om aids, tuberculose en malaria te bestrijden. Dat fonds is een publiek-privaat partnerschap. Het is dus een privť-organisatie en geen VN-organisatie, zoals mevrouw de Bethune in haar vraag suggereert.

Het fonds heeft als opdracht op een flexibele wijze de nodige bijkomende middelen te verzamelen en op een resultaatgerichte manier te spenderen. Het stelt zich tot doel de helft van die 10 miljard dollar internationale steun op zich te nemen. Het fonds financiert projecten die door de ontwikkelingslanden zelf worden geformuleerd en die door een internationaal technisch comitť worden goedgekeurd op basis van hun relevantie, duurzaamheid, doelmatigheid en efficiŽntie.

Er is inderdaad een deficit, dat bij de volgende projectronden wellicht nog zal vergroten. Terloops zij vermeld dat zestig procent van de fondsen naar Afrika gaat, dat tweederde ervan bestemd is voor de bestrijding van aids en ongeveer de helft ervan voor de aankoop van geneesmiddelen wordt aangewend.

Ik antwoord nu op de vier vragen.

Sommigen stellen dat de landenbijdrage evenredig met het bruto binnenlands product moet zijn. De ministerraad heeft op 19 juli 2001 beslist om voor de periode 2001-2003 720 miljoen BEF bij te dragen, dat is bijna 6 miljoen euro per jaar. De bijdrage van ons land bedraagt dus 8% van het benodigde bedrag, terwijl ons land instaat voor 0,7% van het bruto wereld product.

Bij de opmaak van de begroting hebben de administratieve diensten voor ontwikkelingssamenwerking een jaarlijkse budgetstijging voorgesteld. In uitvoering van de programmawet van december 2001 moet ons land tegen 2010 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking besteden. De bijdrage aan het fonds zou in 2004 met 20% moeten stijgen en de daaropvolgende jaren telkens met 10%. Momenteel wordt nagegaan of dit mogelijk is.

Die steun mag niet geÔsoleerd worden gezien. Het fonds is een financieringsmechanisme, terwijl er ook grote nood is aan capaciteitsopbouw in de minst ontwikkelde landen, zodat ze niet alleen goede projecten kunnen formuleren, maar ook de ter beschikking gestelde middelen adequaat kunnen gebruiken.

Het fonds werd specifiek opgericht om bijkomende middelen te verwerven, onder meer uit de privť-sector. Daarom dringen we erop aan dat de Belgische bedrijven, vooral die met filialen in de door deze ziekten getroffen landen, een gepaste inspanning leveren om hun sociale verplichtingen na te komen.

Tot nog toe zijn alleen de bijdragen voor 2001 tot 2003 definitief begroot. Aangezien gezondheid een fundamenteel mensenrecht is, is het bestrijden van de drie betreffende ziekten onontbeerlijk; het is bovendien een geschikt instrument voor de armoedebestrijding. Daarom zal erop worden toegezien dat de nieuwe bijdragen zo vlug mogelijk worden begroot.

Mevrouw de Bethune vroeg ook hoe het staat met de stortingen. We hebben onze bijdrage voor 2001 en 2002 reeds gestort en de storting voor 2003 zal nog vůůr de derde projectronde van aanstaande oktober gebeuren. We komen dus onze verplichtingen binnen de gestelde termijnen na.

Ik kan mevrouw de Bethune verzekeren dat we heel nauw samenwerken met de EU om het fonds te steunen. De EU heeft voorgesteld de haar bijdrage te verhogen met 336 miljoen euro, waarvan de helft uit het Europees Ontwikkelingsfonds zal komen, mits goedkeuring van de ACP-landen, en de andere helft uit het algemeen budget van de Unie. Samen met de andere lidstaten heeft BelgiŽ een gemeenschappelijke verklaring opgesteld voor de donorenvergadering die plaatsvond in Parijs op 16 juli 2003. Op die vergadering heeft BelgiŽ de nadruk gelegd op de kwalitatieve aspecten, zoals het inschakelen van de fondsinspanningen in de bestaande systemen en processen om aldus de duurzaamheid van het project te waarborgen.

Vermits de helft van de middelen naar geneesmiddelen en goederen gaat, werkt BelgiŽ ook nauw samen met de EU om zo gunstig mogelijke TRIPS-voorwaarden te bedingen.

Ten slotte zijn er voor de bestrijding van die ziekten nieuwe technologieŽn noodzakelijk. Daarom werkt BelgiŽ nauw samen met het European and Developing Countries Clinical Trials Partnership (EDCTP), dat moet zorgen voor de nodige innovatie voor de bestrijding van die drie ziekten. Dat betekent een investering in nieuwe geneesmiddelen ter bestrijding van deze drie ziekten.

-Het incident is gesloten.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergaderingen vinden plaats vrijdag 1 augustus 2003 om 10 uur en om 14.30 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 17.45 uur.)