2-275

2-275

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 13 MARS 2003 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Jacques D'Hooghe au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, à la vice-première ministre et ministre de la Mobilité et des Transports et au ministre des Télécommunications et des Entreprises et Participations publiques, chargé des Classes moyennes, sur «le contrôle, par les autorités américaines, de passagers de compagnies aériennes européennes» (nº 2-1275)

De heer Jacques D'Hooghe (CD&V). - Naar verluidt worden via de luchtvaartmaatschappijen privé-gegevens van passagiers gecheckt vanaf het ogenblik dat reizigers hun vlucht naar de Verenigde Staten boeken. Het betreft niet alleen naam, voornaam en bestemming, maar ook kredietkaartgegevens en de menuvoorkeur. Op die manier kunnen de Amerikaanse autoriteiten gemakkelijker een profiel uittekenen van de passagiers en hen eventueel de toegang ontzeggen.

Het is duidelijk dat hiermee voor Belgische passagiers zowel de Europese als de Belgische privacywetgeving wordt geschonden. Gegevens die niet eens tussen de Europese lidstaten worden uitgewisseld, worden thans op verzoek van de Europese Commissie aan de Amerikaanse autoriteiten overgemaakt.

Welke gegevens worden concreet doorgegeven? Klopt het dat de kredietkaart of bankkaartgegevens worden aangewend om uitgavenpatronen preventief te controleren? Werken de Belgische financiële instellingen en tussenpersonen, zoals Banksys, hieraan vrijwillig mee of worden zij hiertoe door de overheid verplicht? Worden de klanten hiervan op de hoogte gebracht?

Betreft het hier een pakket maatregelen gericht op meer grondige grenscontroles in de VS of gaat het om een algemene samenwerking in intelligentieverzameling (bijvoorbeeld staatsveiligheidsdiensten) in Europa ten dienste van inlichtingendiensten, met allerlei doeleinden?

Kan ik van de minister vernemen of de Belgische regering haar instemming met deze werkwijze heeft betuigd? Klopt het dat de regering geen kennis had van deze praktijken?

Welke communicatie en voorbereiding heeft omtrent deze procedure plaatsgehad met de Europese Commissie?

Is de Belgische regering van plan hier een einde aan te maken?

Op hoeveel Belgische passagiers is deze procedure reeds toegepast?

Op welke juridische basis baseert de Europese Commissie zich om ten aanzien van haar lidstaten een dergelijke overeenkomst met de Amerikaanse autoriteiten vast te leggen?

Mevrouw Isabelle Durant, vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer. - Deze vraag omvat verschillende domeinen. Ik kan u de informatie geven waarover het Directoraat-generaal Luchtvaart beschikt. Voor de belangrijke vragen aangaande de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zou ik willen verwijzen naar de minister van Justitie. Voor de financiële instellingen is mijn collega van Economie bevoegd.

Het antwoord op de vraag over de gegevens over de verschillende luchtvaartmaatschappijen kan kort zijn. Er worden momenteel geen geregelde vluchten tussen Belgische en Amerikaanse luchthavens uitgevoerd door Belgische luchtvaartmaatschappijen.

Gelet op de gevoeligheid van deze materie werd de Europese Commissie door de lidstaten aangezocht terzake onderhandelingen op te starten met de autoriteiten van de Verenigde Staten. Deze onderhandelingen worden momenteel op hoog niveau gevoerd.

Wat het PNR betreft, werd een interim-overeenkomst gesloten door de Europese Commissie volgens dewelke de VS-autoriteiten garanties geven inzake de data protection van de overgemaakte gegevens. De Europese Commissie heeft de bedoeling op lange termijn een formeel akkoord te sluiten met de VS-autoriteiten, gebaseerd op artikel 25, paragraaf 6 van de data protection-richtlijn 9546 EG.

Het APIS-systeem is volgens de Amerikaanse wetgeving van kracht, maar zou nog niet worden toegepast voor de Europese luchtvaartmaatschappijen.

Het spreekt vanzelf dat de FOD Mobiliteit en Vervoer de bezorgdheid deelt over de gevoeligheid van overgemaakte data, inzonderheid voor het geval Belgische luchtvaartmaatschappijen vluchten op de Verenigde Staten zouden hervatten. Het is aangewezen dat de onderhandelingen verder worden gevoerd op niveau van de Europese Commissie.

Als men een klacht wil indienen wegens een schending van de wet op de wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kan dat bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, die onder de bevoegdheid valt van Justitie.

De heer Jacques D'Hooghe (CD&V). - Ik stel vast dat de regering haar verantwoordelijkheid ontloopt, aangezien ze zich ervan af maakt met de verklaring dat in deze kwestie geen enkele Belgische luchtvaartmaatschappij voorkomt. Dat lijkt me nogal evident: sinds het faillissement van Sabena valt er niet veel meer te regelen via Belgische maatschappijen. Maar het gaat hier wel over Belgische passagiers.

Verder verneem ik dat er op langere termijn over die uitwisseling een overeenkomst zal worden gesloten. Daaruit concludeer ik dat er nu slechts gewerkt wordt op basis van een overeenkomst tussen technische diensten.

Ten slotte heb ik geen antwoord gekregen op de vraag of het hier louter een kwestie is van uitwisseling tussen inlichtingendiensten, dan wel een loutere aangelegenheid voor douanediensten omtrent de landsgrenzen. Dat was de reden waarom ik mijn vraag aan de heer Michel had gericht.

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Ik heb niets toe te voegen aan wat mevrouw Durant heeft gezegd.

De heer Jacques D'Hooghe (CD&V). - Nochtans heb ik op verschillende vragen geen antwoord gekregen. Moet ik de informatie misschien nog maar eens via de pers vernemen?