Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-56

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 2143 van de heer Hordies d.d. 3 juni 2002 (Fr.) :
Blok met appartementen en kantoren die toegankelijk zijn voor het publiek. ­ Behandeling en opslag van toxische producten. ­ Expertise van de brandweerdiensten.

Ik ben geļnterpelleerd door burgers die vrezen voor hun veiligheid in het geval van brand.

Zij vestigen de aandacht erop dat er zich in hun appartmentsblok een wettelijk geļnstalleerd laboratorium bevindt, waar brandbare (ongeveer 50 liter) en toxische producten liggen opgeslagen.

Aangezien ze zich ongerust maken over het brandgevaar en het risico op het inademen van toxische dampen, had ik graag geweten of burgers aan de brandweerdiensten een expertise kunnen vragen teneinde ingelicht te worden over de werkelijke gevaren of de afwezigheid van gevaar en, indien dat zo is, hoe ze dan tewerk moeten gaan.

Antwoord : Artikel 135, § 2, van de gemeentewet bepaalt dat de gemeenten tot taak hebben het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen, ...

Artikel 15 van het koninklijk besluit van 8 november1967 houdende, voor de vredestijd, organisatie van de gemeentelijke en gewestelijke brandweerdiensten en coördinatie van de hulpverlening in geval van brand, bepaalt : « In geval van brand in een gebouw, gebouwencomplex of installaties waar zeer grote gevaren bestaan, moet de gealarmeerde dienst de dichtstbijgelegen brandweerdienst van categorie X of Y alsmede de territoriaal bevoegde interventiedienst van de civiele bescherming ter versterking oproepen. Op verzoek van de betrokken burgemeester wordt daartoe een voorafgaand interventieplan opgemaakt door de territoriaal bevoegde brandweerdienst. »

Punt 4, gebouwen, gebouwencomplexen of installaties waar zeer grote gevaren bestaan, van de ministeriėle omzendbrief van 22 december 1978 betreffende de algemene organisatie van de brandweerdiensten (koninklijk besluit van 2 oktober 1978 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 november 1967) bepaalt : « Iedere burgemeester duidt, na ruggenspraak met de bevoegde brandweerdienst, de gebouwen, gebouwencomplexen of installaties aan die, in zijn gemeente, wegens de zeer ernstige gevaren van zulke aard zijn dat zij de toepassing van het nieuwe artikel 15 van het koninklijk besluit wettigen. De territoriaal bevoegde brandweerdienst zal een plan van elke inrichting opmaken met aanduiding van de gevaarlijke plaatsen, de toegangen, de waterwinplaatsen en de middelen die moeten worden aangewend om een eventuele brand onder controle te krijgen. »

De burgers die in het appartementsblok wonen waarin een laboratorium geļnstalleerd is, mogen dus de burgemeester verzoeken hen te informeren over de reeėle gevaren of de afwezigheid van gevaar, en vragen wat ze moeten doen in bevestigend geval.