Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-53

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid

Vraag nr. 2020 van mevrouw de Bethune d.d. 27 maart 2002 (N.) :
Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen. ≠ Samenwerking in 2001.

De tekst van deze vraag is dezelfde als die van vraag nr. 2021 aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, die hiervoor werd gepubliceerd (blz. 2841).

Antwoord : 1. In de loop van 2001 vroeg ik de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen driemaal om advies.

In een schrijven van 20 maart 2001 vroeg ik de raad een advies uit te brengen over de oriŽntatienota van de federale Staat rond een nationaal actieplan ter bestrijding van geweld tegen vrouwen. Dit advies nr. 43 werd mij in juni 2001 bezorgd.

Eveneens op mijn verzoek bracht de raad zijn advies nr. 44 omtrent het voorontwerp van wet betreffende de bescherming van de werknemers tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, uit. Een groot aantal punten uit dit advies, dat op 26 juni 2001 door de raad werd bekrachtigd, werden overigens hernomen in het aangepaste voorontwerp van wet.

Op 5 november 2001 vroeg ik het advies van de raad over de tekst van het voorontwerp van wet tot oprichting van een Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen.

Op 22 januari 2002 werd mij het advies nr. 48 van 17 januari 2002 betreffende de oprichting van een Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, bezorgd.

Op 15 mei 2001 had ik daarenboven een onderhdoud met de vertegenwoordigers van de raad betreffende de opvolging van de verschillende adviezen evenals aangaande de, in het kader van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie, te voeren acties.

Op mijn initiatief werd op 16 november 2001, in het kader van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie, te Brussel een seminarie georganiseerd over de genderdimensie in de gezondheid op het werk. Dit seminarie was gewijd aan een thema dat bovendien door de raad werd behandeld in zijn advies nr. 45 van 26 juni 2001 over de invloed van de arbeidsomstandigheden inzake ę gender en gezondheid Ľ.

In verband met de rondetafelgesprekken over de sociale zekerheid heb ik op 26 november 2001 de raad gevraagd om twee vertegenwoordigers aan te duiden die te gepasten tijd een uitnodiging zullen ontvangen om deel te nemen aan de werkzaamheden van deze ronde tafels.

2. De samenwerking en het overleg tussen mijn diensten en de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen is frequent, meer bepaald omdat de personeelsleden van mijn departement het secretariaat van de raad verzekeren en het onderzoekswerk voor de raad uitvoeren.

3. In het kader van mijn bevoegdheden als vice-eerste minister, minister van Werkgelegenheid en Gelijkekansenbeleid zie ik toe op de opvolging van de adviezen van de raad. Bij wijze van voorbeeld kan ik volgende adviezen vermelden :

≠ advies nr. 1 betreffende de combinatie van het gezins- en het beroepsleven en het advies nr. 21 betreffende het ouderschapsverlof. Ik verwijs hier naar het opzetten van het stelsel van het tijdskrediet dat het stelsel van de loopbaanonderbreking vervangt en het verlengen van het vaderschapsverlof dat met ingang van 1 juli 2002 tien dagen in plaats van 3 dagen zal tellen. Deze twee maatregelen werden getroffen in het kader van de wet van 10 augustus 2001 betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven;

≠ advies nr. 4 betreffende de deelname van vrouwen aan het politieke leven. Hier heb ik verwezen naar de herziening van de Grondwet en naar de wijzigingen welke aangebracht werden aan de kieswet en dit met de bedoeling de pariteit ingang te doen vinden op de kandidatenlijsten evenals de afwisseling op de eerste twee plaatsen;

≠ advies nr. 8 over gelijk loon voor mannen en vrouwen en advies nr. 23 omtrent hetzelfde onderwerp. Beide adviezen behandelen een thema waaraan ik bijzonder belang hecht en daarom heeft BelgiŽ, in de loop van het tweede semester van 2001 en in het kader van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie, beslist de indicatoren inzake de loonkloof tussen vrouwen en mannen op punt te stellen met de bedoeling de vooruitgang van de veschillende lidstaten in dit domein te meten;

≠ advies nr. 28 van 10 december 1999 betreffende het sociaal statuut van de meewerkende echtgeno(o)t(e) : op 19 april eerstkomend zal een oriŽntatienota over het sociaal en fiscaal statuut van de meewerkende echtgenoten door mijzelf en mijn collega's van Sociale Zaken, Middenstand en FinanciŽn aan de Ministerraad worden voorgelegd. Inzake sociale bescherming is de nota voor een groot deel geÔnspireerd op het advies van de raad; voorgesteld wordt :

∑ in een eerste fase de vrijwillige onderwerping van de meewerkende echtgenoten aan het gehele sociale statuut van de zelfstandigen en de verplichte onderwerping aan de sector uitkeringen;

∑ en in een tweede fase en binnen een korte termijn de realisatie van de verplichte onderwerping van de meewerkende echtgenoten aan het sociaal statuut van de zelfstandigen.

Nadat de oriŽntatienota wordt goedgekeurd door de Ministerraad wordt het advies van de raad voor advies voorgelegd aan de ronde tafel inzake het sociaal statuut van de zelfstandigen evenals aan de representatieve organisaties van de meewerkende echtgenoten;

≠ advies nr. 42 betreffende het toetekennen beroeps- en sociaal statuut voor de onthaalmoeders. Deze kwestie werd behandeld in het kader van de interministeriŽle conferentie inzake gelijke-kansenbeleid, waarvan ik het voorzitterschap waarneem. Op 15 oktober 2001 werd een beginselakkoord afgesloten tussen de op de diverse beleidsniveaus bevoegde ministers (federaal, gemeenschappen en gewesten) en dit met de bedoeling een sociaal statuut voor de onthaalmoeders uit te werken;

≠ advies nr. 47 van 14 september 2001 betreffebde de problematiek van de opzeggingstermijnen bij ontslag van in overheidsdiensten op grond van een arbeidsovereenkomst tewerkgestelde werklieden, gezien vanuit een genderperspectief. Gevolggevend aan dit advies heb ik in de loop van de maand november mijn departement opdracht gegeven om, overeenkomstig het advies van de raad, een voorontwerp van wet op te stellen tot wijziging van artikel 59 van de wet van 3 juli 1978. Zo zal een einde gesteld worden aan een nadelige situatie ten opzichte van de contractuele werklieden in de openbare diensten.