2-218

2-218

Belgische Senaat

Handelingen

WOENSDAG 10 JULI 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Iris Van Riet aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over ęde vijfde wereldconferentie voor vrouwen in 2005Ľ (nr. 2-840)

Mevrouw Iris Van Riet (VLD). - In januari 2000 werd tijdens een bijeenkomst van de Verenigde Naties in GenŤve in voorbereiding van de conferentie Peking 5+ een initiatief genomen voor een mogelijke vijfde wereldconferentie voor vrouwen in 2005. Dit initiatief kreeg veel steun van de niet-gouvernementele organisaties en is op de VN-bijeenkomst in New York in juni 2000 besproken.

De regeringen van de landen die lid zijn van de VN keurden er unaniem een politieke verklaring goed om in 2005, 10 jaar na Peking en 20 jaar na Nairobi, een nieuw initiatief terzake in overweging te nemen.

De NGO's vragen de regeringen nu om hun verbintenis om een wereldconferentie voor vrouwen te organiseren in 2005 te bevestigen. Op dit ogenblik zijn alle mogelijke opties over de vorm van de conferentie nog open. Het kan gaan over een bijzondere vorm van wereldconferentie, een globale top of een speciale sessie. De regering van Finland heeft bijvoorbeeld al toegezegd een actieve politiek voor de vijfde wereldconferentie voor vrouwen na te streven. Maar elke regering moet, alleen of samen met andere regeringen, een initiatief nemen.

BelgiŽ heeft steeds intens mee gewerkt aan de voorbereiding van de internationale vrouwenconferenties en er ook aan deelgenomen en ook in de opvolging liet ons land zich niet onbetuigd. Op 6 maart 1996 werd de zogenaamde Pekingwet aangenomen waardoor het Parlement een verslag moet krijgen over de opvolging van het platform dat in 1995 in Peking werd goedgekeurd.

Wat is de houding van BelgiŽ tegenover de vraag van de NGO's om in 2005 een vijfde wereldconferentie voor vrouwen te organiseren?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - BelgiŽ heeft inderdaad de verbintenissen onderschreven die zijn vervat in paragraaf 9 van de politieke verklaring van de buitengewone zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde naties, genaamd "vrouwen in het jaar 2000: gelijkheid tussen de geslachten, ontwikkeling en vrede voor de XXIste eeuw" die gehouden werd in juni 2000. In die paragraaf wordt bepaald dat de tenuitvoerlegging van het Actieplan van Peking regelmatig moet worden onderzocht met het oog op de samenkomst van alle betrokken partijen in 2005 om tien jaar na aanname van de Verklaring en het Actieprogramma van Peking de geboekte vooruitgang te evalueren en, indien nodig, nieuwe initiatieven te overwegen.

Het specifieke mandaat voor de "Peking + 10" dient natuurlijk nog te worden opgesteld. Dat gebeurt in internationale onderhandelingen waarbij compromissen soms onvermijdelijk zijn. Die onderhandelingen zijn nog niet begonnen.

Wat de follow-up van de grote VN-conferenties betreft, is de Europese Unie van mening dat op de eerste plaats de aanbevelingen en de conclusies van de laatste conferentie concreet en op doeltreffende wijze moeten worden opgevolgd. Het doel is niet automatisch om de vijf of tien jaar een follow-up-conferentie bijeen te roepen, maar om geval per geval een nieuwe wereldconferentie op te zetten, als na onderzoek van de specifieke situatie blijkt dat de doelstellingen van de vorige conferentie aldus dichterbij kunnen worden gebracht.

BelgiŽ zal echter binnen de Vijftien ijveren om de holistische benadering die reeds werd gebruikt voor ons nationaal verslag, ook doorgang te doen vinden bij de Verenigde Naties.

De NGO's zullen, als erkende belanghebbende partijen bij het voorbereidingsproces, worden geconsulteerd wanneer wij die standpunten formuleren.

-Het incident is gesloten.