Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-44

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 881 van de heer Malcorps d.d. 16 november 2000 (N.) :
Kronos. ≠ Opvolging van risicobedrijven. ≠ Seveso-informatiecampagne.

Op 13 oktober 2000 vond er een fataal ongeluk plaats in het Seveso-bedrijf Kronos in de Gentse kanaalzone. Ook in oktober 1999 werd in dit bedrijf al een lek gesignaleerd, maar toen met minder zware gevolgen. Bij het recent ongeval zou nogal wat tijd zijn verloren gegaan vooraleer alarm geslagen is en de omwonenden verwittigd werden om ramen en deuren gesloten te houden.

Het gebeurde roept dus vragen op naar de opvolging van dit soort van risicobedrijven.

Kan de geachte minister daarom antwoorden op volgende vragen :

1. Bevestigt het CoŲrdinatie- en Crisiscentrum van de regering dat er een laattijdige reactie is geweest van het bedrijf en zo ja, welke maatregelen worden dan genomen ? Bestaan er sancties voor bedrijven die hun verantwoordelijkheid terzake niet nemen ?

2. Hoe staat het met de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de federale Staat en de drie gewesten betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken ?

3. Welke concrete samenwerkingsverbanden lopen nu al in afwachting van de definitieve goedkeuring ? In welke mate werkt bijvoorbeeld de directie Chemische Risico's van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid samen met de gewestelijke milieu-inspectiediensten ? Wat is daarvan het resultaat ? Wordt in de toekomst in een meer structurele samenwerking voorzien ?

4. Hoe staat het met de opmaak van de interne en externe noodplannen als voorzien in de samenwerkingsovereenkomst ? Is dit al lopende ?

5. Wordt er verder gewerkt op het vlak van voorlichting van het publiek, in de lijn van de Seveso-informatiecampagne, gestart door de staatssecretaris voor Veiligheid en Milieu in de vorige regering ?

Antwoord : Hierna volgen de antwoorden op de door het geachte lid gestelde vragen.

1. Overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 april 1988 tot vaststelling van het type, de modaliteiten en de procedure van de informatie die moet verstrekt worden wanneer een zwaar ongeval zich voordoet bij bepaalde industriŽle activiteiten, dient de onmiddellijke informatie door de fabrikant via het CoŲrdinatie- en Crisiscentrum van de regering (CGCCR) bezorgd te worden aan de minister tot wiens bevoegdheid de civiele bescherming behoort.

Bij het ongeval dat zich op 23 oktober 2000 voordeed in het bedrijf ę Kronos Ľ te Gent gebeurde dat niet, maar de provinciegouverneur van Oost-Vlaanderen lichtte wel het CGCCR in. Het bedrijf werd op zijn plicht terzake gewezen en de gerechtelijke instanties hebben de zaak in onderzoek gesteld. De wet van 21 januari 1987 inzake de risico's van zware ongevallen bij bepaalde industriŽle activiteiten voorziet in artikel 14 strafsancties in geval van overtreding van de wet.

2. Het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, werd door het Waalse Gewest bij decreet van 16 december 1999 aangenomen, door het Vlaamse Gewest bij decreet van 17 juli 2000 en door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest bij ordonnantie van 20 juli 2000. Op 22 mei 2001 werd het bij wet aangenomen door de federale regering.

3. Tussen de betrokken diensten wordt samengewerkt in een permanente overlegstructuur. De bijkomende vraagstelling zal beantwoord worden door de bevoegde minister van Werkgelegenheid, aan wie de vraag eveneens gesteld werd.

4. De externe noodplannen werden opgemaakt overeenkomstig het koninklijk besluit van 19 juni 1990 tot vaststelling van de wijze van opmaken van rampenplannen voor hulpverlening, gewijzigd bij koninklijk besluit van 10 april 1995. De minister van Werkgelegenheid is bevoegd voor de vaststelling van de interne noodplannen.

5. Op geregelde tijdstippen wordt, overeenkomstig artikel 7, ß 2, van de hogerbedoelde wet van 21 januari 1987, een informatie verstrekt aan de personen die kunnen getroffen worden door een zwaar ongeval ten gevolge van een industriŽle activiteit. In principe zal zulks opnieuw gebeuren in de loop van het jaar 2002.