Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-50

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 1470 van de heer Vandenberghe d.d. 9 augustus 2001 (N.) :
Europese anti-oproerpolitie. ≠ Eventuele oprichting. ≠ Juridische basis.

Naar aanleiding van de gewelddadige protesten tijdens de G8-top in Genua zijn ItaliŽ en Duitsland voorstander van een Europese anti-oproerpolitie. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Otto Schily, lanceerde het voorstel van een Europese anti-oproerpolitie in een interview met de zondagskrant Welt am Sonntag. Hij pleit ervoor om speciaal opgeleide politiemensen over de landsgrenzen heen te laten samenwerken. Waar mogelijk zou de oproerpolitie spanningen kunnen wegnemen, indien nodig zou zij met consequente hardheid geweld kunnen bestrijden. Bovendien stelt Schily voor om een Europese databank van gewelddadige relschoppers op te richten.

Zijn Italiaanse collega Claudio Scajola steunt het idee van Schily ten volle.

1. a) Welk standpunt neemt BelgiŽ in aangaande de eventuele oprichting van een Europese anti-oproereenheid ?

b) Bestaat daarvoor een juridische basis ?

c) Acht u het wenselijk om het voorstel van uw Italiaanse en Duitse collega's verder te onderzoeken tijdens het Belgisch voorzitterschap ?

2. Welke bijkomende maatregelen worden getroffen opdat de Europese topbijeenkomsten van Gent (oktober) en Laken (december) niet met hetzelfde geweld als de G8-top van Genua gepaard zouden gaan ?

Antwoord : 1. a) BelgiŽ is geen voorstander van een Europese anti-oproerpolitie, in de zin van een gezamenlijke Europese politie waarbij buitenlandse politiemensen op een ander grondgebied zouden optreden in het kader van de handhaving van de openbare orde. De handhaving van de openbare orde is essentieel een bevoegdheid die behoort tot de soevereiniteit van elke lidstaat. De idee van deze anti-oproerpolitie strookt niet met deze idee en strookt in het algemeen niet met de Belgische idee inzake politiebeleid. In tegenstelling tot sommige andere landen, behoort BelgiŽ tot deze landen die niet beschikken over een speciale anti-oproerpolitie. De handhaving van de openbare orde wordt principieel verricht door de bestaande politiediensten die hiervoor gespecialiseerde personen ter beschikking hebben, zonder dat hiervoor een specifieke dienst bestaat.

Wel werd onder Belgisch voorzitterschap met de EU-landen afgesproken om vanaf heden bij Europese Raden en soortgelijke evenementen op intensieve wijze samen te werken tussen de verschillende Europese landen. Op politievlak heeft het zich vertaald in het zenden van verbindingsfunctionarissen en politie- en inlichtingenfunctionarissen en via de creatie van een vast nationaal contactpunt in elke lidstaat. In die zin werd de internationale politiesamenwerking onder Belgisch voorzitterschap in ruime mate verstevigd, en dit zowel voor wat betreft de samenwerking op het terrein als de samenwerking inzake informatie-uitwisseling.

Momenteel bestudeer ik wel de resultaten van het Verdrag van Bergen-op-Zoom inzake grensoverschrijdende politie-acties naar aanleiding van Euro 2000, waarbij Nederlandse politeambtenaren op Belgisch grondgebied konden optreden en vice-versa, en dit in het kader van defensieve, ondersteunende taken van openbare ordehandhaving. Op basis van de evaluatie van dit verdrag zal ik bekijken welke mogelijkheden dergelijke verdragen bieden om in de toekomst buitenlandse politiediensten onder bepaalde voorwaarden op ons grondgebied ondersteunende, defensieve taken te laten uitoefenen in het kader van de openbare ordehandhaving.

Ik zou er tenslotte nog willen op wijzen dat de idee van een Europese anti-oproerpolitie niet mag verward worden met de idee van de in steigers staande Europese grenspolitie.

b) Wat betreft de creatie van een Europese anti-oproerpolitie is er momenteel geen enkele wettelijke basis voorzien in het kader van de Europese Unie.

Na de ongeregeldheden die hebben plaatsgevonden in GŲteborg, heb ik onmiddellijk de nodige specialisten samengeroepen om te bekijken welke maatregelen konden worden genomen om dergelijke ongeregeldheden in de toekomst te vermijden, met als uitgangspunt dat de vrijheid om te betogen en de vrijheid van meningsuiting dienden te worden gehandhaafd in al zijn aspecten. Op 13 juli 2001 heb ik mijn Europese collega's samengeroepen in een extra Raad van de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie om deze problematiek in detail te bespreken. Op basis van de gezamenlijke conclusies hebben mijn diensten een hele rits initiatieven uitgewerkt. Onder Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie werden deze initiatieven bediscussieerd met de verschillende lidstaten. In deze optiek heb ik een discussie gehad met mijn Europese collega's over het Duits-Italiaanse voorstel en de vorming van de politiediensten in het domein van de openbare orde.

c) Met het oog op het garanderen van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van betogen leg ik in een eerste instantie de nadruk op een constructieve en open dialoog met de antiglobaliseringsbeweging. Wat betreft de minderheid van onruststokers werd de nadruk gelegd op een snelle preventieve en opportune interventie, teneinde escalaties zoveel als mogelijk te vermijden.

2. Er werden verscheidene maatregelen genomen naar aanleiding van de tops die hebben plaatsgevonden tijdens het Belgische voorzitterschap. De meest opvallende maatregel is de verbetering van de informatie-uitwisseling. Aan de 15 lidstaten werd gevraagd om een verbindingsofficier te leveren teneinde de informatie-uitwisseling te verbeteren. Hierdoor was het makkelijker om preventieve acties te ondernemen. Op die manier heeft men de escalatie van incidenten kunnen verhinderen. Deze verbindingsofficieren waren reeds verscheidene malen in BelgiŽ en de samenwerking is vlot verlopen. Zij werden geÔntegreerd in een cel die werd opgericht naar aanleiding van het voorzitterschap en bestond uit experten van de federale politie, de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, het AGG.

In verband met de beveiliging van de sites kan ik u geen verdere inlichtingen geven gezien de vertrouwelijkheid hiervan.