2-199

2-199

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 18 APRIL 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Erika Thijs aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over ęde verzorging van buitenlandse patiŽnten in Belgische ziekenhuizenĽ (nr. 2-764)

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Talrijke buitenlanders, overwegend Nederlanders en Britten, komen naar BelgiŽ om zich hier medisch te laten verzorgen. Zo sloot de verzekeraar Centrale Zorgverzekeraar vorig jaar een akkoord met het Ziekenhuis Oost-Limburg om de lange wachtlijsten in Nederland te omzeilen.

De Nederlandse ziekenhuizen blijken echter met deze gang van zaken niet zo gelukkig en interpreteren de situatie als concurrentievervalsend. Zo noemt de heer Carpay, voorzitter van de raad van bestuur van het Academisch Ziekenhuis in Maastricht, de toestand onverantwoord. Hij beschuldigt zelfs de verzekeraars van asociaal gedrag.

Naast Nederland laat ook Groot-BrittanniŽ zich op dit vlak niet onbetuigd. De National Health Service is momenteel op zoek naar Belgische ziekenhuizen in Oost- en West- Vlaanderen waarmee contracten voor de behandeling van Britse onderdanen kunnen worden gesloten. Het betreft vooral overeenkomsten inzake heelkundige ingrepen.

Uit de antwoorden op diverse vragen die hieromtrent al werden gesteld, blijkt dat de Belgische Staat meebetaalt voor de verzorging van buitenlandse patiŽnten omdat de buitenlandse verzekeringen de behandelingskosten niet volledig dekken. Ter compensatie haalt de minister de bilaterale akkoorden aan.

In BelgiŽ worden infrastructuurkosten via het VIPA tot 60% gesubsidieerd en voorziet de overheid in een tussenkomst in de verwervingskosten van de nodige medische uitrusting en apparatuur. Aldus wordt het medisch gebeuren door de overheden op directe en indirecte wijze ondersteund.

In navolging van buitenlandse verzekeraars sluiten nu ook Belgische verzekeringsmaatschappijen contracten met ziekenhuizen. Voor een bepaalde ingreep wordt een bepaald bedrag onderhandeld, waarna de klanten verplicht worden zich in het betrokken ziekenhuis te laten verzorgen. Het spreekt voor zich dat de laagste prijzen worden nagestreefd en in hun strijd om het hoofd boven water te houden, zijn de ziekenhuizen verplicht te volgen.

De vraag naar kwaliteitsbewaking is hier zeker niet overbodig. Een voorafgaand onderzoek van de contracten en de garantie van kwaliteitsbehoud ter voorkoming van een onverantwoorde concurrentieslag binnen de ziekenhuissector is mijns inziens onvermijdelijk. Aangezien alleen de financiering van de ziekenhuizen een federale bevoegdheid is, dient de onderzoeksopdracht te worden toevertrouwd aan een objectieve federale instantie.

Brengt de uitvoering van de bestaande bilaterale overeenkomsten de rekening in evenwicht?

Wat is de verhouding tussen Belgen die worden verzorgd in het buitenland, en buitenlanders die worden verzorgd in BelgiŽ?

Worden de door BelgiŽ verleende subsidies voor de infrastructuur en de apparatuur verrekend in de aangerekende kosten voor buitenlandse patiŽnten?

Hoeveel binnenlandse en/of buitenlandse ziekenhuizen en welke ziekenhuizen hebben reeds met een verzekeringsmaatschappij een overeenkomst gesloten? Wordt dit geregistreerd?

Acht de minister het nodig de eventuele overeenkomsten voorafgaand te laten controleren op hun wettelijkheid en de kwaliteitsgarantie? Zo ja, welk organisme vindt hij hiervoor het meest geschikt?

Overweegt hij in te grijpen als de wachtlijsten voor de Belgische patiŽnten extra lang worden en/of langer worden dan voor de buitenlandse patiŽnten?

De heer Jan Remans (VLD). - Ik apprecieer ten zeerste de inspanningen van mevrouw Thijs, maar ze had het antwoord op haar vraag kunnen vinden in het antwoord dat de minister een paar weken geleden op een gelijkaardige vraag van mezelf heeft gegeven.

Dat privť-verzekeraars contracten sluiten met ziekenhuizen is niet nieuw. De Kempense Steenkoolmijnen en andere grote industriŽle ondernemingen hadden destijds allemaal een eigen ziekenhuis waar hun werknemers zich moesten laten verzorgen.

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - Ik heb hier voor mij een tabel met cijfers van het RIZIV. Ik haal daaruit volgende belangrijke elementen.

Het totaal der vergoedingen uitgekeerd door de ziekenfondsen voor in BelgiŽ verleende prestaties aan buitenlandse verzekerden bedroeg circa 6 miljard 683 miljoen frank tijdens het dienstjaar 2000. Deze uitgaven worden door de buitenlandse bevoegde instellingen aan BelgiŽ terugbetaald, hetzij op basis van werkelijke kosten, hetzij op forfaitaire basis.

De uitgaven voor Belgische verzekerden in het buitenland bedroegen in het jaar 2000 circa 4 miljard 213 miljoen frank. Deze uitgaven slaan op het bedrag dat in hetzelfde jaar aan de buitenlandse instellingen werd terugbetaald, en op vergoedingen waarvoor de prestaties in meerdere voorafgaande dienstjaren werden verleend.

Subsidies verleend aan ziekenhuizen inzake infrastructuur en apparatuur, die ten last zijn van de gewesten en de gemeenschappen en van de federale overheid, worden niet verrekend in de aangerekende kosten voor buitenlandse patiŽnten. Wel wordt honderd procent van de ligdagprijs aangerekend, waarin ook de kost van een aantal afschrijvingen wordt verrekend. Ik vind het niettemin nodig opmerkzaam te blijven en daarom zal een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van mijn ministerie en het RIZIV belast worden met de opvolging van de feitelijke en potentiŽle stroom van buitenlandse patiŽnten, in de wetenschap dat bepaalde parameters die de financiering van de ziekenhuizen beÔnvloeden, zoals de investeringskosten, het ten laste nemen van een eventueel tekort van de openbare ziekenhuizen en de facturatie van bepaalde forfaits, die niet steeds de werkelijke kosten weergeven, een weerslag kunnen hebben op het deel ten laste van de gemeenschap.

De mij beschikbare gegevens stellen me niet in staat een omstandig antwoord te geven op de vraag hoeveel en welke ziekenhuizen een overeenkomst hebben gesloten met buitenlandse verzekeringsmaatschappijen. Mijn administratie, die vooralsnog geen correct inzicht kan hebben in het recente fenomeen van de ziekenhuisopname van buitenlandse patiŽnten heeft wel al een initiatief genomen om de nodige gegevens te verzamelen.

De werkzaamheden, het toezicht op dit fenomeen, de eventuele toename van buitenlandse patiŽnten en de diverse manieren waarop dat zich voordoet, worden gecoŲrdineerd door de kabinetten van Volksgezondheid en van Sociale Zaken, in nauwe samenwerking met de administraties van Volksgezondheid, van Sociale Zaken en van het RIZIV. Ook het Spaanse voorzitterschap heeft zich ertoe geŽngageerd deze problematiek nauwgezet op te volgen en daarover een vergadering te organiseren.

Mevrouw Thijs sneed een belangrijk probleem aan toen ze zegde dat de verzorging van Belgische patiŽnten in het gedrang zou kunnen komen door de komst van buitenlanders. We hebben daar niet meteen aanwijzingen voor, aangezien er voor buitenlandse patiŽnten in principe niet meer wordt betaald dan voor Belgische patiŽnten. Een ziekenhuis heeft in het kader van de algemene Europese regelgeving geen voordeel bij de verzorging van buitenlandse patiŽnten.

Ik kan me wel inbeelden dat er capaciteitsproblemen kunnen optreden als gevolg van overeenkomsten tussen Belgische ziekenhuizen en buitenlandse verzekeraars of buitenlandse gezondheidszorgvoorzieningen. Dat kan in het nadeel zijn van Belgische patiŽnten. Ik heb echter geen weet van dergelijke problemen. Ik volg de zaak op, samen met de administratie van Volksgezondheid en het RIZIV.

De Europese ontwikkeling wordt uitermate belangrijk. Ze is niet noodzakelijk bedreigend, maar opent ook mogelijkheden. Een zekere beleidsconcurrentie tussen ons land en andere landen kan bijvoorbeeld aantonen dat het in andere landen op een aantal punten misschien niet zo goed gaat, wat voor de overheid van die landen een aansporing kan zijn om werk te maken van investeringen in gezondheidszorg. Voorts zijn er bepaalde zeer zeldzame aandoeningen waarvoor het aangewezen is om op Europees vlak expertise samen te brengen. Dat gebeurt ook al in ons eigen land. Het is niet noodzakelijk dat in de verre toekomst elk Europees land over topexpertise beschikt voor elke specifieke aandoening als er een goed georganiseerde patiŽntenmobiliteit is. Ook is het niet noodzakelijk negatief dat er in grensgebieden grensoverschrijdende georganiseerde samenwerking is voor patiŽnten. In toeristische gebieden is een goed georganiseerde samenwerking nuttig.

In de eerste plaats zijn er dus kansen in plaats van bedreigingen. Ik volg de evolutie van nabij, omdat er wel eens bedreigingen kunnen ontstaan.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Ik heb de vraag niet gesteld vanuit de idee dat nu alles fout loopt. Het is echter beter te voorkomen dan te genezen, ook in het ziekenhuisbeleid. Het feit dat patiŽnten graag naar BelgiŽ komen, betekent dat de gezondheidszorg in ons land niet zo slecht is. Misschien moeten we het thema op Europees vlak bekijken. Het is een goed initiatief dat onder het Spaans voorzitterschap hierover een samenkomst is gepland einde mei.

Ik vind het positief dat de minister een werkgroep in het leven roept om die thematiek op te volgen, vooral op het vlak van de gevolgen van Europese overeenkomsten. Zo kunnen we voorkomen dat de Belgische bevolking na enige tijd benadeeld wordt. Dat zou ten koste gaan van ons goed georganiseerd gezondheidssysteem.

-Het incident is gesloten.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergaderingen vinden plaats donderdag 25 april om 10 uur en om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 18.20 uur.)