2-183

2-183

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 28 FEBRUARI 2002 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over ęde terugbetaling van psychomotorische kinesitherapie voor kinderenĽ (nr. 2-702)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Een van de maatregelen die de minister overweegt zou een verlaging zijn van het aantal terugbetaalde consultaties voor kinderen die een psychomotorische therapie volgen. Het gaat om kinderen met faalangst, hypertonie, gedragsproblemen of andere. Hun lichamelijke klachten hangen vaak samen met sociale problemen, school-, lees- of schrijfproblemen.

Graag had ik van de minister vernomen of de informatie in de media waar is dat het aantal terugbetaalde consultaties - momenteel 60 - voor psychomotorische therapie voor kinderen drastisch zal worden verlaagd. Ik zou ook graag vernemen of de minister hieromtrent overleg pleegt met de gemeenschappen en de ministers van onderwijs. Wie mij hierover heeft gecontacteerd, deelt me mee dat er een verband is tussen de manier waarop de kinderen zich voelen en de manier waarop ze functioneren in het onderwijs. Een investering in goede psychomotorische therapie maakt het hen mogelijk gewoon onderwijs te volgen en voorkomt dat heel wat kinderen met gedrags- of andere psychomotorische problemen in het bijzonder onderwijs terechtkomen. Ik benadruk dat deze kinderen niet minder bekwaam of begaafd zijn, maar met andere problemen kampen waarvoor kinesitherapie een oplossing kan bieden.

Ik besef dat ook dit probleem zich bevindt op de grens tussen verschillende bevoegdheden. Alleszins bestaat het risico dat het merendeel van die kinderen terechtkomt in het bijzonder onderwijs als de kinesitherapiebehandeling zou worden teruggeschroefd, met de persoonlijke en sociale kostprijs van dien. Met andere woorden, een besparing op het ene vlak zou wel eens kunnen leiden tot meerkosten elders.

De besparing die de minister wil realiseren, dreigt een grote meerkost mee te brengen op het menselijke, sociale en het gezondheidsvlak, zodat uiteindelijk ook het financiŽle kostenplaatje er wel eens totaal anders zou kunnen uitzien dan de minister verwacht.

Ik wil van de minister graag nog vernemen hoe hij overleg voert met de kinesisten en met de betrokken vakgroepen. Hoever staat het met dit overleg?

Ten slotte wou ik graag weten hoe de minister staat tegenover het idee van de creatie van een nieuwe categorie van kinderen met bepaalde problemen die voor consultaties wel een terugbetaling zouden krijgen indien ze beantwoorden aan bepaalde sociale criteria.

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - Ik wil in de eerste plaats een misverstand uit de weg ruimen. Ik ben helemaal niet van plan om voor kinderen met ernstige problemen het aantal terugbetaalde sessies bij een kinesist terug te brengen tot achttien. Net zo min heb ik ooit de bedoeling gehad de terugbetalingsregels te veranderen voor zware aandoeningen. Ik wil de E-lijst zelfs versoepelen en op het ogenblik overwegen we het opstellen van een F-lijst. Ik heb de technische raad voor kinesitherapie al gevraagd een nieuwe lijst te maken voor aandoeningen die niet tot de zwaarste behoren, maar die toch nogal ongewoon zijn en waarvoor normaal meer dan achttien sessies nodig zijn.

Ik ben het met mevrouw de Bethune eens dat psychomotorische behandelingen bij kinderen in aanmerking komen voor de F-lijst. Ik heb dat in een brief trouwens al voorgesteld aan de technische raad voor de kinesitherapie, die daarmee akkoord gaat en mij beloofd heeft daarvoor de criteria uit te werken.

Ik verwijs ook naar twee recente studies van de afdeling Orthopedagogiek van de KU-Leuven en van het HIVA over de typologie in het buitengewoon onderwijs en de verwijzingspraktijken in de centra voor leerlingenbegeleiding. Die studies zeggen dat er een toename is van kinderen in het buitengewoon onderwijs, met bovendien een oververtegenwoordiging van kansarme gezinnen. Ze komen ook tot de conclusie dat de verwijzing van kinderen van gewoon naar buitengewoon onderwijs een zeer complex gegeven is. Ik kan zelf niet uitmaken in hoeverre psychomotorische problemen daarbij een rol spelen, maar dat er een verwevenheid van problemen is, lijkt me wel duidelijk. Dat is trouwens de reden waarom er in het buitengewoon onderwijs een paramedische omkadering is uitgewerkt.

In een dossier over de logopedie, dat hiermee wel verband houdt, voeren we op het ogenblik overleg met mevrouw Vanderpoorten, de Vlaamse minister van Onderwijs, omdat er een overgangszone is tussen onderwijs en ziekteverzekering.

Ik heb zeer uitvoerig en zeer grondig overlegd met vertegenwoordigers van de beroepsorganisaties van de kinesisten. Bovendien heb ik via mijn website mijn initiŽle voorstellen in detail publiek gemaakt. Het overleg verloopt formeel, via de technische raad voor de kinesitherapie, en informeel in dagelijkse gesprekken op mijn kabinet. Ik hoop die een van de komende dagen te kunnen afronden. Ik consulteer daarbij ook experts en mensen vanop het terrein van wie ik verwacht dat ze mij nuttig kunnen informeren.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Het verheugt me dat de minister overleg pleegt met de sector en dat hij de problematiek situeert in een ruime context en dat hij de verwevenheid met de verschillende andere levenssferen en problemen van de betrokken kinderen erkent.

Ik moedig de minister aan om, zoals hij nu al doet inzake logopedie, nog meer overleg te plegen met de ministers van Onderwijs en dat ook uit te breiden tot de problematiek van de psychomotorische problemen. Ik ben zelf geen expert, maar in het kader van het debat in de Senaat over de rechten van de kinderen, heb ik wel vele signalen opgevangen van mensen die met kinderen en kinderrechten begaan zijn. Ze drukken ons op het hart dat er inderdaad een band is tussen beide. Ik speel die bal dan graag door naar de minister van Sociale Zaken en vraag hem die kwestie te bespreken met de bevoegde gemeenschapministers.

-Het incident is gesloten.