2-182

2-182

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 21 FÉVRIER 2002 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de Mme Erika Thijs au ministre des Télécommunications et des Entreprises et Participations publiques, chargé des Classes moyennes, et au ministre de l'Économie et de la Recherche scientifique, chargé de la Politique des grandes villes, sur «l'enquête socio-économique générale 2001» (nº 2-878)

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Ongeveer 600.000 gezinnen hebben onlangs van het NIS een aangetekende brief ontvangen, waarin ze ertoe worden aangemaand hun ingevulde enquête op te sturen. In sommige gevallen betreft het wellicht een terechte aanmaning, maar vele mensen hebben te goeder trouw gehandeld en hun enquête binnen de vastgestelde termijn opgestuurd. Blijkbaar heeft De Post niet goed gefunctioneerd. Volgens het NIS zijn sommige enveloppen bij De Post beschadigd, waardoor scannen en verwerken van de gegevens onmogelijk wordt, en zijn er bovendien vele enquêteformulieren verloren geraakt. Minstens vijf personen hebben mij verzekerd dat ze, hoewel ze hun formulier hebben opgestuurd, een herinneringsschrijven van het NIS hebben ontvangen.

Ik had daarom graag van de minister vernomen hoeveel enquêtes er op dit moment ontbreken. De directeur-generaal van het NIS sluit kleine vergissingen niet uit. Een intern onderzoek moet meer klaarheid brengen. Wanneer mogen we de resultaten van dit onderzoek verwachten?

De vertrouwelijkheid van de gegevens op de enquêteformulieren werd gewaarborgd. Een aantal formulieren is echter verloren gegaan. Hoe kan de minister in dat geval de vertrouwelijkheid van de gegevens garanderen?

Het aangetekend schrijven getuigt niet van klantvriendelijkheid. Had de bevoegde minister niet beter meteen nieuwe formulieren laten opsturen, dan zou het NIS nu niet overspoeld worden door telefoontjes van verontruste burgers?

Hoe is het mogelijk dat De Post deze formulieren met vertrouwelijke informatie verloren heeft? Waar zijn deze formulieren beland? Volgt er een intern onderzoek naar de oorzaken? Welke garanties heeft de burger dat de nieuwe enquêteformulieren nu wel degelijk door De Post zullen worden afgeleverd?

De heer Charles Picqué, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid. - Het NIS heeft een aangetekende herinnering gestuurd naar de personen die op 25 januari 2002 de socio-economische enquête nog niet hadden beantwoord. Er werd natuurlijk een uitzondering gemaakt voor de personen die het NIS om hulp hadden gevraagd voor het invullen van de enquête, en voor de personen die intussen zijn overleden of naar het buitenland zijn vertrokken.

Op 30 januari 2002 had het NIS meer dan acht miljoen van de negen miljoen verwachte individuele formulieren ontvangen en gescand.

Op die dag waren er ook 3,4 miljoen formulieren betreffende de woning en het huishouden ontvangen en gescand in plaats van de verwachte 4,2 miljoen. Het percentage spontane antwoorden bedraagt dus 88%voor de individuele enquête en meer dan 86% voor de formulieren met betrekking tot de woning en het huishouden.

Dat is enorm in vergelijking met vorige tellingen, waar dit cijfer op ongeveer 70% lag. Dit betekent dus dat de bevolking in grote mate heeft deelgenomen aan de enquête. Het betekent niet dat 12% van de bevolking weigert te antwoorden. Van dit cijfer moeten nog de personen worden afgetrokken die vrijgesteld waren, zoals militairen of buitenlandse diplomaten, die in het buitenland verblijven, die verhuisd zijn - waardoor de verzending vertraagd is - of die gratis hulp hebben gevraagd aan het NIS. Het is mogelijk dat sommige teruggestuurde formulieren door de scanner niet konden worden gelezen omdat ze slecht ingevuld of geplooid waren.

Het NIS heeft in de loop van deze week naar ongeveer 600.000 gezinnen een aangetekend schrijven verstuurd, met de vraag om de formulieren in te vullen en te versturen. Om de prijs te drukken werden de nieuwe formulieren hen niet in de aangetekende zending zelf, maar gelijktijdig per gewone post opgestuurd. De aangetekende brief vermeldt opnieuw dat wie hulp wenst om de vragenlijst in te vullen, gratis een beroep kan doen op een enquêteur van het NIS.

Ik ben niet op de hoogte van formulieren die bij De Post verloren zijn gegaan. Volgens de wet is De Post verplicht het postgeheim te bewaren. Iedereen kan trouwens de omslag met de formulieren rechtstreeks overhandigen in de kantoren van het NIS.

Sinds de onderbreking van de telling van de gescande formulieren op 25 januari 2002 werden nog vele formulieren aan het NIS toegezonden, die nog zullen worden behandeld en opgeslagen vóórdat de enquêteurs worden uitgestuurd.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Zeshonderdduizend formulieren is toch niet niets. Het NIS heeft zelf toegegeven dat een groot aantal formulieren beschadigd is, waardoor ze niet gescand kunnen worden. Ook zou een groot aantal zendingen bij De Post verloren zijn gegaan. Ik begrijp dat sommige burgers weigeren het formulier opnieuw in te vullen. Ze dreigen echter een boete van 12,5 euro te moeten betalen. Het gaat niet om één persoon. Zelf ken er ik er al vijf.

De minister zou samen met zijn collega van Telecommunicatie toch eens kunnen nagaan wat er is misgelopen. Wat is er met al die formulieren gebeurd? Moeten diegenen die weigeren het formulier opnieuw in te vullen, een boete van 12,5 euro betalen? Wat gebeurt er met de vertrouwelijkheid van de informatie? De minister heeft ons altijd verzekerd dat de informatie vertrouwelijk behandeld zou worden. Waar zijn de verloren gegane formulieren terecht gekomen en wat gebeurt er met de vertrouwelijke informatie die ze bevatten?