2-1052/1

2-1052/1

Belgische Senaat

ZITTING 2001-2002

18 FEBRUARI 2002


Voorstel van resolutie betreffende de evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in de beleidsraden

(Ingediend door mevrouw Magdeleine Willame-Boonen c.s.)


TOELICHTING


De Senaat,

A. Gelet op het ontwerp van herziening van de Grondwet om een artikel 11bis in te voegen, waarvan het eerste lid luidt : « De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen voor vrouwen en mannen de gelijke uitoefening van hun rechten en vrijheden, en bevorderen meer bepaald hun gelijke toegang tot de door verkiezing verkregen mandaten en openbare ambten »;

B. Gelet op artikel 2 van het Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw dat bepaalt : « Vrouwen zijn op gelijke voet met de mannen en zonder enige discriminatie verkiesbaar voor alle lichamen die openbaar worden verkozen en op grond van de nationale wetgeving zijn ingesteld »;

C. Gelet op artikel 3 van het Verdrag betreffende de politieke rechten van de vrouw dat bepaalt : « Vrouwen hebben op gelijke voet met de mannen en zonder enige discriminatie hetzelfde recht als de mannen om alle openbare betrekkingen te bekleden en om alle openbare ambten uit te oefenen die in de nationale wetgeving zijn voorzien »;

D. Gelet op artikel 25 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten dat bepaalt : « Elke burger heeft het recht en dient in de gelegenheid te worden gesteld, zonder dat het onderscheid bedoeld in artikel 2 wordt gemaakt en zonder onredelijke beperkingen [...] op algemene voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land »;

E. Overwegende dat het concept « door verkiezing verkregen mandaten en overheidsmandaten », zoals het wordt gebruikt in het ontwerp van artikel 11bis van de Grondwet, volgens professor Marc Uyttendaele betrekking heeft op « alle mandaten die rechtstreeks of onrechtstreeks ingevuld worden door algemene verkiezingen, en in het algemeen op alle openbare organen die zijn samengesteld uit benoemde (...) leden »;

F. Gelet op het voornemen van de regering om een Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen op te richten, dat als algemene taak zal hebben toe te zien op de eerbiediging van de gelijkheid van vrouwen en mannen;

G. Gelet op het standpunt dat de Senaat inneemt door de goedkeuring van het wetsvoorstel ter bestrijding van discriminatie, dat met name verschillen in behandeling zonder objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond bestraft;

H. Gelet op de opeenvolgende verklaringen van de regering, waarin zij het recht van vrouwen en mannen op gelijkheid bevestigt en belooft te zorgen voor wetten die deze gelijkheid in rechte omzetten in een feitelijke gelijkheid;

I. Gelet op de opeenvolgende verklaringen van de regering over het Copernicusplan : « Niet langer de anciënniteit of de politieke aanhankelijkheid, maar de competentie en de inzet zullen de criteria vormen voor een carrière in het openbaar ambt » en « de beste kandidaat zal worden geselecteerd » of nog « Een depolitiseringspact zal instaan voor de objectiviteit van alle wervingen en bevorderingen »;

J. Overwegende dat de kandidaturen van zeer bekwame en hoog gerangschikte vrouwen voor de beleidsraad Personeel en Organisatie zijn opzijgeschoven;

K. Overwegende dat die raad uitsluitend uit mannen bestaat;

1. verzoekt de regering artikel 11bis van de Grondwet te eerbiedigen wat betreft de benoeming van de leden van de verschillende beleidsraden;

2. verzoekt de minister van Gelijke Kansen erop toe te zien dat regering artikel 11bis van de Grondwet naleeft.

31 januari 2002.

Magdeleine WILLAME-BOONEN.
Iris VAN RIET.
Sabine de BETHUNE.
Anne-Marie LIZIN.
Christine CORNET d'ELZIUS.
Marc HORDIES.
Fatima PEHLIVAN.