2-172

2-172

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 10 JANUARI 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de minister van Binnenlandse Zaken en aan de minister van Justitie over «de pedofilie-onderzoeken» (nr. 2-818)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - In 1998 werd een eerste steen gelegd voor de politiehervorming via de Octopusonderhandelingen. Belangrijke aanleiding voor deze hervorming was het pedofilieschandaal rond Dutroux en de gebrekkige samenwerking tussen de verschillende politiediensten die terzake in de parlementaire onderzoekscommissie aan het licht kwam.

Nu is het precies dit onderzoek naar pedofilie dat door de politiehervorming in de verdrukking dreigt te raken. Verschillende politiemensen hebben zowel bij mij als bij de minister aan de alarmbel getrokken. Momenteel wordt de dienst van de vroegere gerechtelijke politie, nu federale politie, die zich bezighield met jeugd- en zedenzaken, afgebouwd. Ik ken zelf een situatie waar het aantal personeelsleden van tien naar drie werd gebracht. Slechts een klein aantal gespecialiseerde onderzoekers zijn nog officieus actief op dit terrein.

Volgens de jongste taakafspraken tussen de federale en lokale politie valt pedofilie niet onder de georganiseerde misdaad en komt het onderzoek dus toe aan de lokale politie. Niettemin vergt onderzoek in deze aangelegenheid een grote deskundigheid, al was het maar voor de ondervraging van de kinderen. Verschillende lokale politiezones erkennen deze deskundigheid niet te bezitten. Het kleinste foutje in zo'n ondervraging kan desastreuze gevolgen hebben zowel voor het kind als voor het onderzoek.

Is het juist dat in de afsprakennota over de taakverdeling het pedofilieonderzoek niet geldt als taak voor de federale recherche?

Is de minister desalniettemin bereid pedofilie op te nemen als prioritaire opdracht voor de federale politie?

Zoniet, hoe denkt de minister het gebrek aan competentie op dit domein in de lokale politiezones op korte termijn op te vangen?

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Ik deel de bezorgdheid die blijkt uit de vraag van de heer Vankrunkelsven en die ongetwijfeld ook in de betrokken diensten leeft, zowel die welke onder mijn bevoegdheid vallen als die welke van de minister van Binnenlandse zaken afhangen. Ik zal ook antwoorden namens de minister van Binnenlandse zaken.

Vooraf wil ik even opmerken dat het begrip pedofilie eigenlijk in het Strafwetboek niet voorkomt. Het gaat in feite om de artikelen 380 en 372 en volgende van het Strafwetboek, die een aantal handelingen strafbaar stellen als minderjarigen daarvan het slachtoffer zijn.

Momenteel is het de lokale politie die de punctuele onderzoeken behandelt, met betrekking tot individuele gevallen waar geenszins sprake is van een organisatie achter de verdachte. Daarbij wordt in voorkomend geval ondersteuning verleend door de federale politie, met name door de algemene directie van de gerechtelijke politie en de centrale diensten agressie en mensenhandel, maar ook door de gerechtelijke dienst van het arrondissement en de verbindingsambtenaren van deze dienst voor elke lokale politiedienst. Zodra de eerste elementen van het onderzoek wijzen op een netwerk of een organisatie van meerdere verdachten, of indien er ook aanduidingen zijn van een seksuele exploitatie van het of de slachtoffer(s), neemt de gerechtelijke dienst van het arrondissement van de federale politie het onderzoek over. Ook hier geldt een integrale aanpak en interveniëren de centrale diensten agressie en mensenhandel van de federale politie. Het prioritaire karakter van de onderzoeken inzake pedofilie vertaalt zich dus in een nauwe samenwerking tussen de lokale en de federale politie.

Om de deskundigheid bij een dergelijk punctueel onderzoek te waarborgen, kan de lokale politie rekenen op de ondersteuning van de gespecialiseerde onderzoekers van de gerechtelijke dienst in elk arrondissement. Een deel van hen zit nog op het federale niveau om ondersteuning te geven of om internationaal wijd vertakte netwerken te onderzoeken, de anderen zijn uitgestuurd naar de lokale of de arrondissementele politie-eenheden.

Wat het verhoor van de jeugdige slachtoffers betreft, verwijs ik naar de wet op de strafrechtelijke bescherming van de minderjarigen, waarin aan dit onderdeel uitdrukkelijk aandacht werd besteed, onder meer door het voorschrijven van de audiovisuele opname van een eenmalige verklaring van het slachtoffer. Om het verhoor van kinderen te professionaliseren heeft de politie in elk gerechtelijk arrondissement een netwerk van deskundigen uitgebouwd.

De meeste leden van dit netwerk komen uit de lokale politie.

Tijdens het tweede semester van 2002 organiseert de algemene directie van de gerechtelijke politie, in samenwerking met de politiescholen, een gespecialiseerde en aanvullende opleiding voor het verhoren van jeugdige slachtoffers. De leden van het netwerk zullen deze opleiding volgen waarin de uitwisseling van deskundigheid en ervaring centraal staat. Inmiddels starten we met de rekrutering en de selectie van lesgevers voor deze opleiding. Het gaat om specialisten in verhoortechnieken die uit de lokale politie en de gerechtelijke diensten van het arrondissement komen.

In afwachting van de installatie van het netwerk van deskundigen blijven de politiemensen van de gerechtelijke dienst van het arrondissement zo nodig bijstand verlenen aan de lokale politie die met een pedofiliedossier te maken krijgt. Ik ben het ermee eens dat de lokale politie niet altijd over politiemensen beschikt die de verhoortechniek beheersen.

De principes van deze onontbeerlijke samenwerking zullen integraal deel uitmaken van een vernieuwde versie van de col. 6/1999. Die is inmiddels klaar en wacht op de goedkeuring van het college van procureurs-generaal.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Met het aangekondigde ondersteuningsnetwerk komt de minister grotendeels tegemoet aan mijn bezorgdheid.

Spijtig genoeg stemt dit niet overeen met de werkelijke toestand. In verschillende arrondissementen worden deze federale diensten afgebouwd. In mijn eigen politiezone, die een middelgrote zone is, wordt het onderzoek door lokale mensen gevoerd. Ze zijn niet op de hoogte van enige ondersteuningsmogelijkheid. De ondersteuning bestaat blijkbaar alleen op papier. Ik vrees dat dit aanleiding geeft tot fouten en dat jongeren door een ondeskundig verhoor worden getraumatiseerd.

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Toen ik in 1999 van het probleem hoorde, heb ik samen met de minister van Binnenlandse Zaken schikkingen getroffen. Ik heb ook gebruik gemaakt van de wet van 28 februari 2000 betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen om de kwestie via een rondzendbrief aan alle politiediensten nog eens extra te benadrukken.

Ik stel vast dat er nog altijd problemen zijn. Het is juist dat in een aantal gevallen de lokale politie onvoldoende is voorbereid. Ik neem me voor de politiediensten nogmaals voor het probleem te sensibiliseren. Alleszins moet worden voorkomen dat jongeren nog een tweede keer worden getraumatiseerd.