2-172

2-172

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 10 JANUARI 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Jacques Devolder aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over ęde maximumfactuur voor gezondheidszorgĽ (nr. 2-813)

De heer Jacques Devolder (VLD). - Sinds 1 januari worden ook de remgelden voor noodzakelijke geneesmiddelen, de categorieŽn A en B, meegeteld in de bestaande systemen van de sociale en fiscale franchise. De wettelijke basis om in de eerste fase van de maximumfactuur voor gezondheidszorgen ook daadwerkelijk uit te betalen is sedert 19 oktober 2001 van kracht. De personen die nu reeds voor de sociale franchise in aanmerking komen, krijgen dus eerstdaags de remgelden die het plafond van 18.000 frank of 450 euro overschreden, terugbetaald. Zij die voor de fiscale franchise in aanmerking komen, zouden vanaf volgend jaar een verbeterde en vlugge terugbetaling krijgen.

De concrete uitvoering van de eerste stap van de maximumfactuur voor de gezondheidszorgen, dus de terugbetaling van de remgelden boven het plafond van 450 euro, gebeurt door de ziekenfondsen. In bepaalde gevallen zal het om belangrijke bedragen gaan. Zullen alle ziekenfondsen dezelfde procedure volgen voor de terugbetalingen en welke termijnen zullen worden vooropgesteld?

Door de talrijke categorieŽn, rechthebbenden en het technisch karakter van de regelgeving zullen de patiŽnten hun toestand misschien moeilijk zelf kunnen opvolgen. Wordt hierop controle uitgeoefend door onafhankelijke derden en waar kan de patiŽnt terecht bij een eventuele betwisting met zijn ziekenfonds, dat in feite de enige instantie is die alle gegevens centraliseert?

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - Ik dank senator Devolder voor zijn steun aan dit belangrijk sociaal project. Ik moedig hem aan de concretisering ervan via zijn contacten op het terrein kritisch op te volgen. We moeten er immers ook zeker van zijn dat ook de omzetting van een bepaald idee in de praktijk vlot verloopt.

Alvorens concreet te antwoorden op de vragen van de heer Devolder, wens ik het volgende te verduidelijken. Het meetellen van de remgelden voor de geneesmiddelen A en B is al sedert 1 januari van vorig jaar in voege en geldt voor de rechthebbenden op zowel de sociale als de fiscale franchise. Op 19 oktober 2001 verschenen er twee koninklijke besluiten, respectievelijk met betrekking tot de sociale en de fiscale franchise. Deze twee koninklijke besluiten vormen de wettelijke basis voor de effectieve terugbetaling van de remgelden voor deze medicamenten, tot op heden weliswaar nog volgens de verschillende en specifieke toepassingsbepalingen van de beide franchisesystemen. Dat betekent concreet dat de rechthebbenden op de sociale franchise sinds 19 oktober 2001 voor de berekening van hun remgeldplafond aanvullend kunnen rekenen op de terugbetalingen met betrekking tot deze medicamentengroep.

Voor wat de specifieke vragen van senator Devolder betreft kan ik bevestigen dat alle ziekenfondsen hun terugbetalingen volgens dezelfde regels moeten uitvoeren. Dat was een bijzonder punt van aandacht toen we deze hervorming doorvoerden want in het verleden was dat niet altijd zo.

Ik stel vast dat de ziekenfondsen verschillende termijnen kunnen aanhouden. Dat kan te wijten zijn aan verschillende factoren, zoals de snelheid van verwerking van binnenkomende facturen of van het ogenblik waarop de verzekerde zelf zijn facturen voor medische kosten aan het ziekenfonds overhandigt. In dat verband deel ik de senator mee dat ik zijn bezorgdheid inzake snelheid van terugbetaling deel en dat ik reeds aan het onderzoeken ben hoe we er kunnen voor zorgen dat alle ziekenfondsen op dat vlak maximale inspanningen doen zodat alle verzekerden op een gelijkwaardige manier worden beschermd. Een van de mogelijkheden bestaat erin naar meer performantie te streven inzake de berekening van de administratiekosten van de ziekenfondsen.

Voorts is het zo dat de dienst voor administratieve controle van het RIZIV instaat voor het toezicht op de gelijke uitvoering van de wetgeving en dat de patiŽnt bovendien steeds recht heeft op informatie met betrekking tot de stand van zijn medische uitgaven. In dat verband informeren heel wat ziekenfondsen hun leden nu reeds over hun medische uitgaven en het bedrag van de terugbetalingen.

Wij bevinden ons bij het begin van een belangrijke hervorming die stapsgewijs zal worden gerealiseerd. Het verheugt me dat de heer Devolder de stand van zaken kritisch opvolgt. Alle opmerkingen dienaangaande zijn welkom.

De heer Jacques Devolder (VLD). - Ik stel vast dat de minister mijn bezorgdheid deelt en dat hij met het oog op de eerbiediging van de patiŽntenrechten streeft naar een gelijkschakeling van de uitbetalingstermijnen.