Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-41

ZITTING 2000-2001

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 1267 van de heer Maertens d.d. 4 mei 2001 (N.) :
Vimy. ­ Munitiedepot. ­ Maatregelen voor Poelkapelle.

12 500 Fransen woonachtig bij Vimy tussen Arras en Lens in het grensdepartement Nord-Pas-de-Calais werden enige weken geleden geëvacueerd wegens de dreigende ontploffing van een munitiedepot.

Het depot bevat onder meer 173 ton gifgasgranaten, waaronder leperiet, uit de Eerste Wereldoorlog en is vergelijkbaar met Poelkapelle-Houthulst. Naar verluidt door feit dat sommige houten kisten met munitie begonnen te barsten en verschillende granaten scheuren vertoonden, heeft de Franse overheid in allerijl zijn verantwoordelijkheid genomen. Toch is niet duidelijk wat er precies is gebeurd. Zonder het plaatselijk gemeentebestuur op de hoogte te brengen, hebben de Franse ordediensten immers plots ingegrepen. Dit doet het vermoeden rijzen van een geheim gehouden ongeval met ernstige oorzaken. Het is noodzakelijk dat wij de precieze feiten, inclusief de oorzaak van het plotse optreden, vernemen om er de nodige lessen uit te kunnen trekken voor de bevolking in de Westhoek rond Poelkapelle.

Graag had ik van de geachte minister vernomen :

1. of hij door zijn Franse collega van het gebeurde op de hoogte werd gebracht, en zo ja, wanneer en over welke feiten;

2. of hij in het negatieve geval reeds met zijn Franse collega contact heeft opgenomen teneinde uit het gebeurde de nodige lessen te kunnen trekken voor Poelkapelle-Houthulst;

3. of hij de precieze toedracht van de feiten kent, en zo ja, welke die zijn en welke eventueel nieuwe beleidsopties hij terzake heeft genomen voor de situatie Poelkapelle-Houthulst;

4. in hoever het bestaande rampen- of evacuatieplan voor Houthulst-Poelkapelle voldoende operationeel is om dit in een minimum van tijd te kunnen laten uitvoeren in het geval zich daar een situatie zou voordoen als in Vimy.

Antwoord : In antwoord op zijn gestelde vragen mag ik het geachte lid het volgende laten weten.

1 en 2. Ik werd niet rechtstreeks door mijn Franse collega van het gebeurde op de hoogte gebracht. Militaire installaties zoals deze te Vimy en Poelkapelle vallen buiten de internationale verdragen in verband met verwittiging en alarmering zowel op nucleair als chemisch gebied.

Wel werd er te Vimy een beroep gedaan op de tussenkomst van de Belgische Civiele Bescherming welke onder mijn gezag ressorteert.

De hulpaanvraag verliep volgens de in de internationale overeenkomst tussen België en Frankrijk voorziene procedure.

De prefect van het Franse departement heeft hulp gevraagd aan de gouverneurs van de provincies Henegouwen en West-Vlaanderen.

Deze hebben een beroep gedaan op de middelen van de Civiele Bescherming zijnde de Permanente Eenheid te Ghlin en de Grote Wacht te Jabbeke.

De gevraagde hulp werd ter plaatse gegeven voor een tijdsduur van ongeveer 24 uren waarna deze diensten in hun kazernes zijn teruggekeerd, zonder evenwel te moeten interveniëren.

3. Het antwoord op de derde vraag zal door mijn collega van Landsverdediging, aan wie eveneens de vraag gesteld werd, beantwoord worden.

4. Er is een door de provinciegouverneur gecoördineerd plan « Yperiet » vastgesteld voor de gemeenten binnen de risicozone van het munitiedepot zijnde Poelkapelle, Houthulst en Staden. Dit plan dateert reeds van 1989 maar wordt regelmatig geactualiseerd. In april 1998 werd een oefening gehouden over de werking van het plan. Hierbij werd aan de bewoners binnen de gevarenzone een actiekaart overhandigd met daarop de nodige instructies voor alarmering. Alle bewoners binnen de risicozone zijn geregistreerd en ingedeeld in vier sectoren waarbij eventueel een evacuatie door de lokale en/of federale politie kan georganiseerd worden. De geregistreerde gegevens worden regelmatig geactualiseerd en zijn in bewaring bij de lokale en de federale politie.

De brandweer van Roeselare tenslotte coördineert de mogelijke interventies op het terrein samen met de gemeentelijke korpsen van de drie gemeenten. Daartoe beschikken de brandweerdiensten over een voorafgaand interventieplan, bedoeld bij het koninklijk besluit van 8 november 1967, houdende voor de vredestijd, organisatie van de gemeentelijke en gewestelijke brandweerdiensten en coördinatie van de hulpverlening in geval van brand, inzonderheid artikel 15.