2-148

2-148

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 18 OKTOBER 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid over ęde ratificatie van het Verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie over de bescherming van het moederschapĽ (nr. 2-566)

De voorzitter. - De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Op 15 juni 2000 werd het Verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie voor de bescherming van het moederschap aangenomen. Het treedt in werking op 7 februari 2002.

Het bevat onder meer bepalingen over gezondheidsbescherming, moederschapsverlof, verlof in geval van ziektes of complicaties, bescherming tegen ontslag en het recht op betaalde borstvoedingspauzes. Dit recht bestaat immers nog altijd niet voor Belgische moeders. Het dossier ligt nog altijd op het departement Tewerkstelling en Arbeid en ook op het departement Buitenlandse Zaken werd het nog altijd niet klaargemaakt voor ratificatie door de Senaat.

Reeds in juni 2000 gaf minister Onkelinx de Nationale Arbeidsraad de opdracht haar standpunt over borstvoedingspauzes te actualiseren, maar tot nu toe is er nog geen regeringsontwerp klaar. Dat verontrust me ten zeerste. Ik betreur overigens dat de minister hier vandaag niet aanwezig is, want ik wou eventjes inpikken op het gesprek dat we daarover voor de zomer hadden, meer bepaald bij de behandeling van het regeerontwerp over de verzoening van de werkgelegenheid en de levenskwaliteit. Ik diende toen diverse amendementen in op het regeringsontwerp. Ze hadden betrekking op adoptieverlof, ouderschapsverlof, het aanmoedigen van mannen om meer zorgfuncties te vervullen en het recht borstvoeding te concretiseren. Mijn amendementen werden niet aangenomen omdat volgens de minister bij het begin van het nieuwe parlementair jaar een regeringsontwerp betreffende de borstvoedingspauzes zou worden ingediend.

Hoewel BelgiŽ verplicht is de borstvoedingspauzes in te voeren, werd in het recent verleden het recht op borstvoedingsverlof voor vrouwen bij de krijgsmacht afgeschaft. Ik interpelleerde de minister vroeger reeds over deze problematiek. Op voorstel van minister Duquesne werd dit recht vorig jaar ook bij de rijkswacht afgeschaft.

Dit thema belangt heel wat vrouwen aan. Het VRT-programma "ombudsjan" neemt momenteel een reportage op over een jonge moeder die bij de rijkswacht in dienst is. Anderhalf jaar geleden had ze als rijkswachter recht op drie maanden betaald borstvoedingsverlof. Nu is ze opnieuw zwanger, maar bij de geboorte van haar tweede kind zal ze dat recht niet meer hebben.

Ik haal dit voorbeeld aan om te illustreren dat het hier niet over theorie gaat, maar over de concrete zorg van heel veel moeders die met deze problematiek te maken krijgen.

Ik kijk uit naar de efficiŽntie waarmee de regering deze kwestie zal aanpakken. Ikzelf heb twee jaren geleden al een wetsvoorstel ingediend om het recht op borstvoedingsverlof en op borstvoedingspauzes voor moeders te regelen. Dat voorstel geeft werkende vrouwen recht op twee uur borstvoedingspauze per dag met loonbehoud tot het kind negen maanden oud is. De moeder kan die pauze gebruiken wanneer ze wil, hetzij om het kind zelf te voeden, hetzij om af te kolven.

Dit lijkt me slechts een van de maatregelen om arbeid en gezin te combineren. We moeten ze gewoon ook nemen omdat we daar verdragsrechtelijk toe verplicht zijn sinds we de IAO-conventie vorig jaar hebben ondertekend.

Ik heb volgende concrete vragen voor de minister. Welke regeling zal de minister uitwerken om de borstvoedingspauze in ons land in te voeren? Welke stappen zal de minister doen om het betreffende verdrag te doen ratificeren? Wanneer zal het verdrag geratificeerd worden? Wanneer mogen we een wetsontwerp over de borstvoedingspauzes verwachten in het Parlement?

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - Zoals mevrouw de Bethune ongetwijfeld weet, valt de problematiek die ze ter sprake brengt onder de bevoegdheid van de minister van Werkgelegenheid. Mevrouw Onkelinx kon echter onmogelijk hier aanwezig zijn, maar heeft wel een antwoord voorbereid, dat ik hierbij voorlees.

Op 15 juni heeft de Internationale Arbeidsorganisatie inderdaad een nieuwe conventie en een nieuwe aanbeveling goedgekeurd betreffende de bescherming van het moederschap. Mevrouw Onkelinx heeft kort daarna een brief gestuurd naar de Nationale Arbeidsraad met het verzoek een standpunt over de borstvoedingspauzes uit te werken. De vakbonden en werkgevers zijn dat in het raam van de NAR aan het bespreken. De Commissie voor individuele arbeidsbetrekkingen van de NAR houdt bovendien morgen 19 oktober een vergadering over dit onderwerp. Omdat de zaak dringend aan het worden is, heeft mevrouw Onkelinx de NAR gevraagd de bespreking van dat probleem voor het einde van dit jaar af te ronden.

Uit de besprekingen van de Commissie voor individuele arbeidsbetrekkingen blijkt dat vakbonden en werkgevers het recht op borstvoedingspauzes willen toekennen en dat ze dat voor de particuliere sector liefst doen via een collectieve arbeidsovereenkomst. Een CAO moet dan een regeling uitwerken voor alle werknemers van de particuliere sector die onder het toepassingsgebied van de IAO-conventie vallen. Dat is iedere vrouw die in het kader van een arbeidsbetrekking werkt onder het gezag van een andere persoon.

Natuurlijk moet hetzelfde gebeuren voor de openbare sector. Mevrouw de Bethune verwees zelf naar de krijgsmacht. We gaan ervan uit dat de bekrachtiging van de IAO-conventie inhoudt dat het recht op borstvoedingspauzes niet alleen in de particuliere maar ook in de openbare sector wordt waargemaakt en eens en voor goed geregeld. Mevrouw Onkelinx geeft verschillende mogelijkheden om dat te doen. Dat kan bijvoorbeeld in Hoofdstuk IV van de arbeidswet van 16 maart 1971 of in de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Eventueel kunnen initiatieven worden genomen door de verschillende overheden die bevoegd zijn voor het statuut van hun ambtenaren, namelijk de gewesten, gemeenschappen, provincies, OCMW's en de openbare instellingen die daarvan afhangen.

Het is duidelijk dat de Conventie van de Internationale Arbeidersorganisatie moet worden toegepast, zowel in de particuliere sector als in de openbare sector. Het uiteindelijk bekrachtigen van de hele Conventie nummer 183 van de Internationale Arbeidersorganisatie kan pas gebeuren als een aantal andere problemen zijn opgelost, die ook deel uitmaken van deze Conventie. Het gaat om de gezondheidsbescherming, het moederschapverlof, het verlof in geval van ziekte of verwikkelingen en de bescherming tegen ontslag. Dat gaat dus verder dan de borstvoedingspauzes. Onze sociale partners moeten deze problemen aanpakken en de regeling moet dan worden uitgebreid tot de openbare sector.

Wij moeten deze Conventie dus bekrachtigen en we kunnen dit doen als de Belgische wetgeving is aangepast. Mevrouw Onkelinx bevestigt uitdrukkelijk dat ze zich zal inzetten om dat zo snel mogelijk te doen gebeuren. Alle vrouwen in ons land en alle baby's hebben daar recht op.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik neem er nota van dat er werk van de invoering van de borstvoedingspauzes zal worden gemaakt. Ik betreur wel dat er tot op heden daarover nog geen regeringsontwerp is ingediend. De regeling zal gebeuren via CAO's. Dat zal een langere weg zijn. Ik hoop dat het recht niet zwakker zal zijn, zoals bij het recht op loopbaanonderbreking dat werd vervangen door het recht op een tijdskrediet. In de meeste sectoren werd slechts een tijdskrediet van ťťn jaar ingevoerd, in plaats van een langere periode, zoals mogelijk was in het stelsel van de loopbaanonderbreking. Ik hoop dat het recht op borstvoedingspauzes een stevig recht zal zijn en dat de regeling efficiŽnt zal zijn.

Voor de openbare sector is het niet nodig te wachten op de CAO-onderhandelingen. Ik begrijp niet dat voor de openbare sector nog geen regeringsontwerp wordt neergelegd. Minister Flahaut en minister Duquesne hebben enkele maanden geleden in de Senaat op een vraag in verband hiermee ontwijkend geantwoord. Ze antwoordden te zullen wachten op een globale regeling voor alle werkende vrouwen.

Ik ben tevreden met de intentie van de minister om de borstvoedingspauzes te willen regelen, maar ik wacht voorzichtig af hoe de concrete invulling zal zijn. Wij zullen niet tevreden zijn zolang er geen effectieve regeling tot stand is gekomen.

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - Deze regeling valt volledig onder de bevoegdheid van minister Onkelinx. De regeling via een Collectieve Arbeidovereenkomst voor de particuliere sector hoeft helemaal niet langer te duren dan via een wetsontwerp, integendeel zelfs.

Ik begrijp de opmerking van mevrouw de Bethune hierover. Ik ga er niet dieper op in. Er is wel een verschil met de discussie over het tijdskrediet. De borstvoedingspauzes maken deel uit van een internationale conventie, die moet worden uitgevoerd. Over het tijdskrediet bestaat geen internationale conventie. De sociale partners hadden op dat vlak enige vrijheid.

-Het incident is gesloten.