2-144

2-144

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 11 OCTOBRE 2001 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Luc Van den Brande au ministre des Télécommunications et des Entreprises et Participations publiques, chargé des Classes moyennes sur «le projet de démantèlement de l'imprimerie de timbres-poste "Het Zegel" à Malines» (n° 2-708)

M. le président. - M. Marc Verwilghen, ministre de la Justice, répondra au nom de M. Rik Daems, ministre des Télécommunications et des Entreprises et Participations publiques.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - De leden van de regering mogen zich niet te pas en te onpas door een collega laten vervangen voor het beantwoorden van vragen van parlementsleden. Het is een prerogatief van het parlement om de regering op elk ogenblik te kunnen ondervragen.

Ik heb veel respect voor de minister van Justitie, maar ik dring erop aan dat hij de ongeschreven regel toegepast dat enkel in uitzonderlijke omstandigheden een vervanging kan worden toegestaan. Ik betreur dat minister Daems, die blijkbaar overal tegelijk aanwezig is om zijn werk niet te doen, niet bereid is vragen van parlementsleden te beantwoorden. Deze toestand illustreert de dilettantische, de weinig professionele en ondeskundige wijze waarop minister Daems zijn ambt vervult.

Met verstomming hebben we vernomen dat er plannen bestaan om Het Zegel, een van de belangrijkste pijlers van het postbedrijf, af te breken. Het Zegel vervult al meer dan 100 jaar op een deskundige wijze vier functies, namelijk het drukken, het nazicht van het drukwerk, het beheer van de voorraden en de verzending.

Ingevolge een oekaze van de heer Di Rupo zouden de afdelingen voorraden en verzending naar Jemelle worden overgebracht. Hoewel de zegels reeds meer dan 100 jaar in Mechelen worden gedrukt, zullen er voortaan honderden bestelwagens tussen Mechelen en Jemelle rijden.

Aangezien het toch de bedoeling is van De Post een efficiënt en snel werkend bedrijf te maken, is het absoluut onverantwoord deze hervorming te realiseren.

Graag had ik van de minister vernomen of er ter zake reeds beslissingen werden genomen.

Is de verkoop van het gebouw van Het Zegel reeds `bezegeld'? De kostprijs voor de beveiliging van het gebouw bedroeg meer dan een miljard frank. Met de verkoop ervan zullen een aantal nutteloze uitgaven worden gefinancierd in het kader van de reorganisatie van De Post.

Op welke manier zal er worden voorzien in de beveiliging van de waarden?

Wat zijn de toekomstperspectieven op het vlak van de werkgelegenheid?

Ik hoop dat de minister deze toestand enigszins kan toelichten want het paritair comité van De Post heeft op dit vlak voor verwarring en onduidelijkheid gezorgd. De absurde en kafkaiaanse beslissing die uiteindelijk werd genomen zal de efficiënte werking van het postbedrijf zeker niet ten goede komen.

Er mag niet uit het oog worden verloren dat 200 mensen hun werk zullen verliezen. De reële doelstelling van het project is onduidelijk. Deze toestand is onaanvaardbaar. Enerzijds worden de prestaties van de postbeambten overdreven nauwgezet gechronometreerd terwijl er anderzijds een massa geld wordt verspild aan nutteloze investeringen.

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Ik geef lezing van het antwoord van collega Daems.

De Post, naamloze vennootschap van publiek recht, is een autonoom overheidsbedrijf. De voogdijminister kan, buiten de bepalingen van de wet van 21 maart 1991, zich niet met het beheer van de onderneming bemoeien. Ook het beheer en het gebruik van de gebouwen, die hetzij eigendom zijn van De Post, hetzij gehuurd worden door het bedrijf, vallen hier volledig onder. Er kan dan ook geen sprake zijn van politieke motieven of van regeringsbeslissingen.

De gedelegeerd bestuurder bezorgt de volgende antwoorden op de vragen.

De Post heeft beslist in de toekomst met één verdeelcentrum te werken en alle activiteiten te centraliseren te Jemelle en dit om puur economische motieven. Het depot in Mechelen is te duur voor deze activiteiten. Vandaag worden de in Mechelen geproduceerde zegels ook al naar Jemelle gevoerd om van daaruit over het land te worden verdeeld.

Wat de drukkerij betreft, het gaat over één machine, wordt bekeken of een synergie kan worden bereikt met de drukkerij te Brussel. Daar staan vijftien machines. Een alternatief is de zegels in Nederland te laten drukken. Beide opties zijn goedkoper.

Het nazicht van de zegels moet op dezelfde plaats gebeuren als waar ze worden gedrukt. Er moet nog een beleidsplan voor de vestigingsplaats worden opgemaakt. Pas wanneer de ideale vestigingsplaats is vastgelegd, zal hierover worden gecommuniceerd.

Om alle diensten die te Mechelen worden gecentraliseerd te kunnen samenbrengen, diende er een nieuwe huur te worden aangegaan. De huidige eigendom is niet geschikt om alle mensen te plaatsen. Het huidig gebouw staat bijgevolg op de nominatie om te worden verkocht. Het is onvoldoende beveiligd en De Post zou voor ongeveer 120 miljoen beveiligingswerken moeten laten uitvoeren. In het gebouw te Jemelle zijn er slechts beperkte aanpassingen nodig.

Wat de veiligheid van de transporten betreft wijs ik erop dat die transporten tussen Mechelen en Jemelle nu ook al bestaan.

Uiteraard werd met het personeel rekening gehouden. Een gedeelte blijft in Mechelen, maar dan in Noord in plaats van in Zuid. Het gedeelte drukkerij en nazorg zal later worden bekeken. De regels van het sociaal plan zijn van toepassing. In ieder geval is er te Mechelen inzake tewerkstelling een batig saldo, aangezien de groep Vicindo met 150 mensen op 17 september een nieuw gehuurd kantoorgebouw heeft betrokken op het industrieterrein te Mechelen-Noord. Ook de organisatie van Artis-Historia is op hetzelfde ogenblik met 35 mensen naar die locatie verhuisd.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Ik dank minister Verwilghen voor het voorlezen van het antwoord van minister Daems. Ik neem aan dat hijzelf een andere oriëntatie zou hebben genomen als hij terzake bevoegd was.

De minister zegt dat het bedrijf autonomer wordt. Dit mag echter niet leiden tot een onverantwoord beleid. Als het autonomer worden van bedrijven leidt tot het zich volledig terugtrekken uit de publieke dienstverlening, staan we voor een groot probleem. Ik heb al heel vaak vastgesteld dat minister Daems niet optreedt op momenten dat hij het moet doen en dat hij wel optreedt op momenten dat hij het niet moet doen, maar dan met kwalijke gevolgen.

Ik noteer dat de beslissing genomen is, dus dat in tegenstelling tot alles wat de afgelopen tijd is gezegd, er sprake is van de totale ontmanteling van de vier activiteiten met het verlies van tweehonderd werkplaatsen. Met een gevoel van onbehagen meen ik te mogen zeggen dat de onverantwoorde sociale, maar even erg onverantwoorde economische oriëntatie die genomen is, eigenlijk heel typisch is voor de regering, geleid door liberalen die geen barst geven om een efficiënt sociaal of economisch beleid. Het antwoord maakt duidelijk dat de regering geen beleid op mensenmaat voert, maar een afbraakbeleid dat is ingegeven door degenen die eigenlijk de touwtjes in handen hebben, namelijk de Waalse socialisten.

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Beperkt tot het voorlezen van het antwoord zoals ik het van collega Daems heb gekregen, kan ik de bemerkingen van de heer Van den Brande wel begrijpen maar niet bijtreden. Het valt mij wel op dat de basis voor het gebeurde gelegd is door de wet van 21 maart 1991. Voor zover ik weet waren de liberalen op dat ogenblik niet aan het bewind.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Volgens het reglement mag de regering altijd het woord vragen, maar op basis van een ander artikel, namelijk in het raam van de parlementaire vragen. Als een wetgeving tot stand komt die een bepaalde filosofie in zich draagt, kan die perfect op een sociaal en economisch verantwoorde wijze worden ingevuld. De regering maakt zich er nu van af met een gemakkelijk argument. Ik hoor de heer Verhofstadt altijd zeggen: dat is in tegenstelling tot, wij pakken het anders aan, enzovoort. Het zal niet lang meer duren voor deze ballon doorprikt wordt. Ik vind het een teken van onverantwoord handelen, dat mij doet denken aan de mentaliteit van de jongen in de lagere school die zegt: wij hebben het niet gedaan, maar hij is het, meester, die de fout gemaakt heeft! De minister vergist zich daarin.