2-132

2-132

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 28 JUNI 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek over «het Belgisch wetenschapsbeleid in het algemeen en de genderproblematiek en het wetenschapsbeleid in het bijzonder» (nr. 2-525)

Mevrouw Sabine de Bethune (CVP). - Op 5 december 2000 was de heer Philippe Busquin, Europees commissaris voor onderzoek, te gast in een verenigde openbare vergadering van de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden van de Senaat, van het Federaal Adviescomité voor de Europese aangelegenheden en van de Kamercommissie die zich bezighoudt met wetenschapsbeleid.

In zijn uiteenzetting zegde de heer Busquin dat Europa niet goed scoort inzake investeringen in R&D. In de EU bedroegen de totale investeringen in R&D in 1999 ongeveer 1,8% van het bruto nationaal product. In de VS is dit ongeveer 2,7% en in Japan 3,1%. De heer Busquin zei dat België onder het gemiddelde van de Europese Unie blijft. Ook voor investeringen in kennis en technologie en investeringen in innovatie scoren de EU in het algemeen en België in het bijzonder beneden het niveau van de VS en Japan. Op bepaalde vlakken is zelfs een verslechtering van de toestand vast te stellen.

Wat is de visie van de minister hieromtrent? Welke taken ziet hij weggelegd voor het federale niveau? Heeft hij al concrete initiatieven genomen om deze situatie om te buigen? Is er terzake een nauwe samenwerking met de gewesten en de gemeenschappen? Welke specifieke maatregelen zullen worden genomen voor de KMO's?

Het tweede deel van mijn vraag betreft het gendervraagstuk in het kader van het wetenschapsbeleid. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in de wetenschappelijke wereld. De regeling rond de proefschriften is nog steeds bijzonder vrouwonvriendelijk. Op Europees vlak zijn een paar interessante projecten opgezet rond wetenschapsbeleid en de gelijke kansen voor man en vrouw. Ik verwijs naar EC, Science policies in the EU - Promoting excellence through mainstreaming gender equality.

Zal België op dit vlak een initiatief nemen? Ik heb daarover niets gelezen in het Pekingrapport van de regering. Een actief gelijkekansenbeleid kan een belangrijke hefboom zijn zowel voor de werkelijke gelijke kansen als voor de uitbouw van een ondersteunend beleid inzake wetenschappen, innovatie, technologie. Welke plannen heeft de minister terzake? Welke concrete actiepunten ziet hij? Kan hij hier een timing op kleven?

De heer Charles Picqué, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek. - Het eerste aspect van de vraag is veelomvattend. Het is waar dat in de Europese Unie minder uitgegeven wordt aan onderzoek en ontwikkeling dan in de Verenigde Staten en Japan. Ook besteedt de Belgische overheid op dat vlak minder dan de andere Europese landen.

We moeten de toestand echter ook niet te somber voorstellen. Het niveau van het fundamenteel onderzoek is nog altijd uitstekend en dat wordt ook erkend. Het aandeel van de privé-sector in het onderzoek is aanzienlijk. Bovendien is de bevoegdheid inzake onderzoek en ontwikkeling in ons land sterk versnipperd over de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten. Ik kan het natuurlijk alleen over de federale bevoegdheid hebben.

De staatshervorming van 1988 zorgde voor een omwenteling. Hoewel het federale niveau sindsdien inzake onderzoek en ontwikkeling minder gewicht heeft, zorgt het toch voor meer dan 30% van de openbare financiering. Bovendien is het federale niveau het enige dat sinds 1989 terzake een aangroei van de begroting heeft gekend.

Het federale niveau vervult niet alleen een scharnierfunctie voor de grote programma's die op Europees vlak werden uitgewerkt, maar ondersteunt ook andere overheidsniveaus via maatregelen die borg staan voor een homogeen beleid over het hele grondgebied. Het stelt bijkomende vorsers ter beschikking van de Belgische universiteiten; het trekt budgettaire middelen uit voor een netwerk dat onderzoekscentra in het noorden en het zuiden van het land met elkaar verbindt; het stelt infrastructuur ter beschikking, zoals het Belgisch Nationaal Onderzoeksnetwerk - BELNET -, dat op zijn beurt met gelijkaardige Europese netwerken verbonden is.

Ik ben van oordeel dat het federale niveau zijn taak binnen onze federale constructie meer dan behoorlijk vervult. Bovendien zorgt het voor de coördinatie met de gewesten en gemeenschappen op de interministeriële conferenties en staat het in voor het secretariaat en het voorzitterschap van de Federale Raad voor wetenschapsbeleid.

Wat het evenwicht tussen mannen en vrouw op het gebied van wetenschappelijk onderzoek betreft, kan ik natuurlijk enkel spreken over de bevoegdheden waarover ik het volledig toezicht heb.

Ikzelf noch mijn administratie houden zich rechtstreeks bezig met de selectie van de vorsers die ter beschikking van de universiteiten worden gesteld. Ik voer bij de verschillende raadgevende instellingen wel een actie om het evenwicht tussen mannen en vrouwen zo dicht mogelijk te benaderen. Ik verwijs naar de Federale Raad voor wetenschapsbeleid en naar de wetenschappelijke raden van de federale wetenschappelijke instellingen en andere adviserende instellingen. Op het ogenblik is in de wetenschappelijke raden van de federale musea een evenwicht bereikt. Globaal schommelt de gemiddelde vertegenwoordiging van vrouwen in de adviesorganen van Wetenschapsbeleid rond 35%.

De begeleidingscomités worden ook betrokken bij de grote wetenschappelijke meerjarenprogramma's die de DWTC ontwikkelen. We proberen de aanwezigheid van vrouwen in die begeleidingscomités te vergroten en de pariteit zo vlug mogelijk te bereiken.

In het kader van het AGORA-programma werd in december 2000 het project Gender Statistics afgerond. AGORA is een permanent programma van de DWTC dat onder meer sociaal-economische gegevensbanken voor de universiteiten samenstelt. Daarenboven wordt ook in het kader van het onderzoeksprogramma Sociale Cohesie bijzonder veel aandacht besteed aan het gendergegeven. In alle onderzoeken van het programma moet het genderaspect aan bod komen. Het gaat over onderzoeken inzake pensioenen, sociale economie, volksgezondheid, armoede, daklozen en drugsverslaving. De verschillende ministeriële departementen zullen van bij de aanvang bij de begeleidingscomités worden betrokken.

Wij leveren dus aanzienlijke inspanningen om ook in het wetenschappelijk onderzoek een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen te bereiken en het genderaspect te onderzoeken. Het kan natuurlijk beter, maar we blijven in elk geval oog hebben voor uw bekommernissen.

Mevrouw Sabine de Bethune (CVP). - Ik neem er nota van dat de minister zijn inspanningen zal opdrijven om vrouwen meer kansen te geven in het wetenschappelijk onderzoek en om de gendertoets in het wetenschappelijk onderzoek ingang te doen vinden. Ik stel dan ook voor deze discussie later voort te zetten om dan de inspanningen op dat vlak te evalueren. Ik stel ook voor dat hij hierover verslag uitbrengt in het volgende Pekingrapport. Op basis daarvan kunnen daarna indicatoren worden ontwikkeld en informatie- en sensibiliseringscampagnes worden opgezet. Academica van diverse universiteiten kijken uit naar een project zoals dat van de Europese Commissie. De indicatoren van het Europees onderzoek zouden dan ook door onderzoekscentra in ons land kunnen worden onderzocht.

-Het incident is gesloten.