2-119

2-119

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 31 MEI 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Michiel Maertens aan de vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer en aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de juridische randvoorwaarden voor het organiseren van het Festival of European Motorcycling te Koksijde in september 2001» (nr. 2-465)

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Het aantal ingeschreven motorfietsen is in de voorbije tien jaar bijna verdrievoudigd.

De redenen daarvoor zijn bekend. Ze zijn vlotter in het verkeer. Dat is een voordeel bij filevorming. Toch zijn er ook ongunstige aspecten, zoals het geluidsvolume, het stuntwerk, de zeer sterke concentratie en de mogelijkheid tot het vlot berijden van smallere wegen die eigenlijk voor het zachte ecotoerisme zijn voorbehouden.

Wat de controle betreft, gaat de voorkeur van het motorenmilieu uit naar een mobiele wegkeuring, naast de klassieke technische keuring. Dit wijst erop dat de toestand van de motoren bij vele motorrijders een zwak punt is. De wettelijke omkadering loopt echter achterop en volgt de nieuwe tendensen helemaal niet.

Een schrijnend voorbeeld daarvan is de recente toestemming van het gemeentebestuur van Koksijde aan de Motorcycle Action Group Belgium om op 14, 15 en 16 september eerstkomend naar Amerikaans megalomaan model het Festival of European Motorcycling te organiseren. De organisatoren verwachten tienduizenden deelnemers. Er worden rondritten georganiseerd in "de mooie en geschiedenisrijke Westhoek", zoals ze zelf schrijven. Er staan ook bezoeken aan soldatenkerkhoven, de IJzer en de Dodengang op het programma. Het festival is een duidelijk voorbeeld van de ongunstige aspecten van het motortoerisme en van de gebrekkige wettelijke omkadering.

Het massale en gemeentegrensoverschrijdend karakter van deze manifestatie doet de vraag rijzen of er aangepaste wetgeving en reglementering voorhanden zijn om de openbare orde in dergelijke situaties voldoende te garanderen. Zulke massamanifestaties kunnen immers conflictueuze en gevaarlijke verkeerssituaties veroorzaken.

Toenmalig staatssecretaris Jan Peeters heeft de opleiding van de motorrijders in september 1998 in een besluit beter omkaderd. Op een hoorzitting in de commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van de Kamer op 30 september 1998 bleek echter dat de Motorcycle Action Group Belgium weinig of geen aandacht schenkt aan de ongunstige nevenaspecten van hun activiteiten, meer bepaald aan de problematiek van de snelheid, van het geluid en van het gemotoriseerd plattelandstoerisme.

De problemen doen zich meestal voor in de stille open ruimtes van de landelijke gebieden en in de nog stillere natuurgebieden, in het bijzonder in de Westhoek, maar weinig of nooit in de stedelijke agglomeraties, omdat de sociale controle daar veel groter is en de aard van het terrein de mogelijkheden tot hogere snelheden beperkt. Uit de studie van Van Meerhaeghe blijkt dat in West-Vlaanderen maar acht aaneengesloten "stille" gebieden zijn; zeven ervan zijn in de Westhoek gelegen. En juist daar heeft nu dat festival plaats.

Het toeristisch karakter van de West-Vlaamse stiltegebieden in de Westhoek wordt daardoor zwaar bedreigd, met alle economische gevolgen van dien voor het plattelandstoerisme. Precies deze stiltegebieden - met vele smalle wegen die niet erg geschikt zijn voor autoverkeer - zijn de jongste jaren vooral in het voorjaar en de zomermaanden erg geliefd bij wandelaars, fietsers, wielertoeristen en... motorrijders, en staan bijgevolg ook onder bijzonder zware druk. Dat leidt geregeld tot juridische conflictsituaties, vooral wanneer er zeer grote groepen rondrijden die de stilte en de verkeersveiligheid sterk verstoren. Dat bleek een paar jaar geleden uit de klachten tegen de Nieuwpoortse "Nacht van de Noordzee", waar "slechts" 1.000 motorrijders aan deelnamen, begeleid door stewards op heel snelle motoren, die de IJzervallei een hele nacht tegen hoge snelheden en met hoge geluidsproductie doorkruisten. Een ware nachtmerrie! Nu verwacht het festival in Koksijde een veelvoud aan deelnemers, tienduizenden, en dit gedurende een paar dagen en nachten.

We worden hier geconfronteerd met een nieuwe vorm van "milieudestructief" massatoerisme, dat de draagkracht van de plattelandsbewoners, van het platteland zelf, van het zachte plattelandstoerisme, van de bestaande lokale verkeersreglementeringen en van het natuurbehoud in het algemeen ver overschrijdt en de bestaande openbare orde ondergraaft. De lokale, de provinciale, de regionale en de federale overheden moeten hun regelgevende verantwoordelijkheid terzake opnemen en dringend de reglementeringen aanpassen.

De snelheid en het geluidsniveau in de stiltegebieden en op minder dan 500 meter van door de wet omschreven stiltebehoevende inrichtingen - ziekenhuizen en rusthuizen - zouden zeer sterk moeten worden beperkt en gecontroleerd. Tussen 22 uur 's avonds en 7 uur 's morgens zouden rondritten moeten worden verboden. Als het donker is, is er toch niets te zien op de onverlichte plattelandswegen. Het politieel wegtoezicht op de "massatoeristische" dagen zou moeten worden verhoogd, zodat de organisatoren ertoe gebracht worden de wegcode en de bijkomende reglementering strikt te doen naleven. Het aantal groepen en de grootte ervan zouden moeten worden beperkt. Er zouden voldoende lange stilteperiodes in acht moeten worden genomen. De circuits zouden vooraf moeten worden vastgelegd en afgesloten; ze zouden niet mogen samenvallen met de talrijke toeristische fietsroutes.

Graag had ik van de ministers vernomen of ze dit probleem onderkennen. Welke algemene beleidsconclusies trekken ze hieruit en welke beleidsopties koppelen ze daaraan? Zijn ze bereid deze problematiek op korte termijn met de betrokken overheden en organisatoren te bespreken? Zullen ze op zeer korte termijn de nodige onderrichtingen publiceren teneinde de ecologische en maatschappelijke draagkracht in de Westhoek niet aan te tasten? Welke lokale en supralokale juridische mogelijkheden zijn nu reeds voorhanden om het festival te omkaderen of, indien het niet anders kan, op te schorten? Zijn ze bereid, gelet op de wijze waarop dit festival wordt georganiseerd, aan het gemeentebestuur van Koksijde te vragen de verleende vergunning te wijzigen of zelfs in te trekken? Behoort het tot de beleidsopties van de ministers om over te gaan tot mobiele wegcontrole, en zo ja op welke wijze en binnen welke termijn?

Mevrouw Isabelle Durant, vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer. - Eerst zal ik het antwoord meedelen dat de minister van Binnenlandse Zaken mij heeft bezorgd.

Wat de aflevering van de vergunning betreft, ligt de verantwoordelijkheid bij de burgemeester. Aangezien de wetgeving betreffende de rally's niet van toepassing is op wedstrijden met motoren, staat het de burgemeester vrij om aan de organisatoren voorwaarden op te leggen. Hij kan zich wel steunen op het koninklijk besluit van 28 november 1997 houdende de reglementering van de organisatie van sportwedstrijden of sportcompetities met auto's die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaatshebben. Indien de burgemeester van mening is dat zijn verantwoordelijkheid als bestuurlijke autoriteit in het gedrang komt, kan hij te allen tijde beslissen de manifestatie te verbieden of te onderwerpen aan bijkomende voorwaarden. Aangezien de verantwoordelijkheid bij de lokale autoriteit ligt, zal de minister van Binnenlandse Zaken momenteel niet tussenkomen in deze materie.

Tot zover het antwoord van minister Duquesne.

Als minister van Mobiliteit en Vervoer ben ik het eens met de senator dat megamanifestaties, zoals dit festival, voor overlast kunnen zorgen, zowel voor de bewoners, de andere weggebruikers, als voor de leefomgeving.

De wet van 16 maart 1968 over de politie op het wegverkeer en het verkeersreglement, zijn van toepassing als er elementen van wedstrijd zijn. Om dit officieel na te gaan schrijf ik de lokale autoriteiten aan om bijkomende uitleg te verschaffen en om nauwlettend toe te zien op het respecteren van voornoemde regelgevingen.

Als één van de elementen zoals snelheid, regelmatigheid of behendigheid een rol speelt, is volgens artikel 9 van de genoemde wet en artikel 50 van het verkeersreglement, een vergunning vanwege de gemachtigde overheid noodzakelijk.

Los van die specifieke regelgeving kan de lokale overheid regulerend optreden via de gemeentewet, met name de artikelen 134 en 135, of door politieel toezicht op het vlak van de verkeershandhaving.

Elke deelnemer aan de tocht is individueel verplicht de algemene verkeersregels na te leven. Doet hij dit niet, dan kan hij steeds worden bekeurd. Er is dus in geen enkel opzicht enig prerogatief dat zou voortvloeien uit het rijden in groepsverband van die motorrijders.

Wat de rondritten betreft, kan ik zeggen dat stoeten en optochten op de openbare weg, waaronder dergelijke motorrondritten in groepsverband kunnen worden gerekend, onderworpen zijn aan de voorafgaande goedkeuring van de lokale burgemeester.

In het raam van zijn algemene bevoegdheid voor de openbare orde en de veiligheid in zijn gemeente, waaronder de verkeersveiligheid, kan de burgemeester alle politiemaatregelen nemen die hij nodig acht voor een rustig en veilig verloop van een gebeurtenis op de openbare weg.

Ik ben er dan ook van overtuigd dat de lokale overheid aan een deel van de wensen en suggesties van de senator in verband met een veilig verloop van het evenement, tegemoet kan komen. Verder zal ik de nodige stappen doen om mij er mij bij de lokale overheid van te vergewissen of de gepaste regelgeving wordt gerespecteerd.

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Ik dank de vice-premier voor de duidelijke uitleg. Ik stel vast dat de minister van Binnenlandse Zaken de zwarte piet doorschuift naar zijn collega van Mobiliteit en naar de gemeentelijke overheid omdat het woord "motor" in zijn wetgeving niet voorkomt. De minister van Mobiliteit kent de motorrijders wel, maar dan alleen als ze wedstrijden organiseren. Als tien-, twintig- of dertigduizend motorrijders tegelijk samenkomen, zijn het geen gewone weggebruikers meer. Het gaat dan om een megamanifestatie waarvoor aangepaste regels nodig zijn. Ik heb daarover specifieke vragen gesteld, maar kreeg daarop geen echt antwoord omdat er eenvoudigweg geen antwoord is. We moeten de lacune aanvullen.

De wet van 16 maart 1968 over de politie op het wegverkeer en het koninklijk besluit van 28 november 1997 over de reglementering van de organisatie van sportwedstrijden of sportcompetities van auto's handelen niet over motoren. Motoren worden altijd vergeten.

Een aanpassing van de wetgeving dringt zich dus op. Daarbij moet de al te grote bevoegdheid van de burgemeesters toch wat worden ingeperkt. Het kan niet dat dergelijke gemeentegrensoverschrijdende manifestaties alleen aan de burgemeesters worden overgelaten.

Ik ben dus niet tevreden met het antwoord. Samen met haar collega van Binnenlandse Zaken zal de vice-premier toch eens moeten nagaan welke medewerkers het antwoord hebben opgesteld. Ze schuiven de problemen gewoon door en schijnen te denken: waar houdt die senator zich eigenlijk mee bezig? Een fietser moet zich niet met motorproblemen bezighouden. Het spijt me, maar als senator vertegenwoordig ik ook de burgers die last hebben van dit soort massamanifestaties.

De wetgeving moet dus worden aangepast. Ik zal dan ook een motie in die zin indienen.

De voorzitter. - De heer Maertens heeft een motie ingediend die luidt:

"De Senaat,

Gehoord de vraag om uitleg van senator Michiel Maertens tot de ministers van Mobiliteit en Vervoer, Durant, en Binnenlandse Zaken, Duquesne, nopens de juridische randvoorwaarden voor het organiseren van het "Festival of European Motorcycling" te Koksijde in september aanstaande,

Gehoord het antwoord van de ministers van Binnenlandse Zaken en van Mobiliteit en Vervoer nopens deze aangelegenheid,

Overwegende dat uit antwoorden op de vragen nopens het beleid inzake het motorengebruik geen enkel beleidsvoorstel is gebleken,

Verzoekt de regering de nodige wetsontwerpen uit te werken om in deze juridische lacune te voorzien."

-Over deze motie wordt later gestemd.

-Het incident is gesloten.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats woensdag 6 juni 2001 om 14 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 20.25 uur.)