2-112

2-112

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 10 MEI 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Sabine de Bethune aan de staatssecretaris toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken over ęde eerlijke handelĽ (nr. 2-605)

De voorzitter. - De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt namens mevrouw Annemie Neyts-Uyttebroeck, staatssecretaris toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken.

Mevrouw Sabine de Bethune (CVP). - Deze week brengen Oxfam-Wereldwinkels, Max Havelaar en andere organisaties de eerlijke handel onder de aandacht, onder andere door de regering een aantal concrete eisen voor te leggen. Ik wil daarop ingaan met deze mondelinge vraag.

In november van dit jaar vindt de vierde InterministeriŽle Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie plaats. Op de agenda staan onder andere onderhandelingen over een nieuw landbouwakkoord.

Hoewel het verkopen van een product in het buitenland tegen een prijs beneden de marktwaarde in principe verboden is door de WHO, werd in het verleden toch een uitzondering gemaakt voor exportsubsidies voor landbouwproducten. Hierdoor kunnen landbouwoverschotten uit de geÔndustrialiseerde landen tegen een zeer lage prijs op de markten van de ontwikkelingslanden worden gebracht. Deze dumpingpraktijken brengen mee dat de boeren uit ontwikkelingslanden die het zonder subsidies moeten stellen, hun afzetmarkten in eigen land verliezen. Tegelijkertijd merken we dat de geÔndustrialiseerde landen, ondanks hun pleidooien voor vrijhandel, hun markten het sterkst afsluiten voor de landbouwproducten uit de ontwikkelingslanden.

Wat is het antwoord van de staatssecretaris op de Week van de Eerlijke Handel, uitgeroepen door Oxfam-Wereldwinkels en andere NGO's?

Welke houding zal de regering in het kader van het Europees voorzitterschap aannemen tegenover de exportsubsidies en het dumpen van landbouwproducten in derdewereldlanden? Mag ik eraan herinneren dat eerste minister Verhofstadt deze week in het Europees Adviescomitť het belang van een eerlijkere handel benadrukte?

Sinds april 2000 wordt er in GenŤve onderhandeld over een nieuw akkoord. Wat is het standpunt van BelgiŽ tegenover de voorstellen van de ontwikkelingslanden voor een betere toegang voor hun producten tot onze markt? Welke initiatieven zal de Europese Unie nemen om deze markttoegang te vergemakkelijken?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Ik verwelkom het initiatief van Oxfam-Wereldwinkels om van 5 tot 13 mei een eerste keer de Week van de Eerlijke Handel te organiseren. BelgiŽ kan initiatieven steunen die ontwikkelingslanden de mogelijkheid geven zich volledig te integreren in het multilaterale handelsstelsel. Daartoe is het noodzakelijk een open en transparante dialoog te voeren met de verschillende geledingen van de maatschappij. Ikzelf heb initiatieven genomen om samen met alle betrokkenen deze problematiek te bespreken. BelgiŽ heeft zich akkoord verklaard met de onderhandelingsvoorstellen die de Europese Unie bij de WHO heeft ingediend. Daarin staat duidelijk dat de EU bereid is tot een verdere vermindering van uitvoersubsidies. Het is een feit dat andere exportmogendheden, zoals de VS, in de plaats van uitvoersubsidies andere vormen van interne steun aan uitvoer geven. Deze ondersteuningsmaatregelen zijn in de WHO momenteel aan geen enkele beperking onderworpen. Het is voor de EU noodzakelijk dat de WHO in de toekomst ook voor deze vorm van steun beperkingen instelt.

BelgiŽ heeft altijd zijn steun toegezegd aan voorstellen die de ontwikkelingslanden meer markttoegang geven. Onlangs heeft BelgiŽ zich aangesloten bij de zogenaamde everything but arms-regeling. Dit impliceert op langere termijn een volledige markttoegang voor producten uit de minst ontwikkelde landen. Dit initiatief moet ook in de WHO een belangrijke hefboom zijn om ervoor te zorgen dat ook andere landen een gelijkwaardige inspanning leveren om hun markten te openen voor producten uit ontwikkelingslanden.

Mevrouw Sabine de Bethune (CVP). - Ik dank de minister voor zijn antwoord en stel voor dat we het debat voortzetten in het kader van een vraag om uitleg, zodat we meer tijd hebben. Ik vond het echter belangrijk het punt precies in deze week aan te snijden. Ik zou zeggen: geen woorden maar daden. Het is goed een ondersteuning aan te kondigen, maar ik hoop ook op een concreet resultaat en op de nodige politieke wil om deze problematiek in het kader van het Europees voorzitterschap aan bod te brengen.