2-61

2-61

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 6 JULI 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over ęde doodstraf in de Verenigde StatenĽ (nr. 2-189)

Mevrouw Sabine de Bethune (CVP). - In de Verenigde Staten is de controverse over de doodstraf, die in 1976 door het Opperste Gerechtshof opnieuw werd ingevoerd, andermaal fel opgelaaid naar aanleiding van een aantal recente executies. De cijfers spreken voor zich: 3 670 mensen wachten in de death row op de uitvoering van hun executie; niet minder dan 38 staten op 55 in de Verenigde Staten voeren de doodstraf nog steeds effectief uit en volgens Amnesty International werden in de VS 68 mensen terechtgesteld in 1998. Vorig jaar is dit cijfer met ongeveer 30% toegenomen tot 98 terechtstellingen. Overigens blijkt uit een rapport van de speciale VN-rapporteur Waly N'Diaye dat ras, etnische oorsprong en economische status een sleutelrol spelen in het al dan niet veroordelen tot de doodstraf. Bovendien heeft de rapporteur heel wat vragen bij de veroordeling van zwakzinnigen en personen die minderjarig waren op het moment dat ze het misdrijf pleegden. De VS is een van de weinige landen waar de doodstraf effectief wordt toegepast op mensen die minderjarig waren op het ogenblik dat zij het criminele feit pleegden.

In de Verenigde Staten is in de publieke opinie ongerustheid gerezen over de recente onterechte doodvonnissen. Volgens het jongste jaarrapport van Amnesty International werden sinds 1976 reeds 84 ter dood veroordeelden vrijgelaten nadat gebleken was dat zij ten onrechte waren veroordeeld. De jongste maanden bleek eens te meer dat vele Amerikaanse terechtgestelden en ter dood veroordeelden geen degelijk proces hadden gekregen of zelfs onschuldig waren. Een recent onderzoek maakt gewag van niet minder dan 68% missers. Om die reden kondigde de gouverneur van Illinois een moratorium af toen bij een onderzoek met nieuwe DNA-technieken duidelijk werd dat al te veel veroordeelden onschuldig bleken. Ook in het Congres liggen voorstellen ter tafel voor een nationaal moratorium.

De Amerikaanse publieke opinie over de doodstraf is hierdoor sterk gewijzigd. Op basis van een recente peiling blijkt dat 66% van de Amerikanen de doodstraf nog steeds goedkeuren tegenover circa 80% in de jaren `80.

Het recht op leven behoort tot de fundamentele mensenrechten. Als zodanig is het ook opgenomen in artikel 6 van het VN-Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten, waarbij 144 staten, waaronder de Verenigde Staten, partij zijn. Strikt juridisch gezien houden de Verenigde Staten zich aan artikel 6 van het verdrag, dat zegt dat niemand op willekeurige wijze van het leven mag worden beroofd en dat in staten waar de doodstraf niet is afgeschaft, een veroordeling tot de doodstraf uitsluitend voor de zwaarste misdrijven mag worden uitgesproken. Bovendien hebben de Verenigde Staten in een voorbehoud bij de ratificatie van dit verdrag uitdrukkelijk verklaard dat ze blijven vasthouden aan de doodstraf voor veroordeelden jonger dan 18 jaar.

Voor wie de mensenrechten wil eerbiedigen, is de uitvoering van de doodstraf natuurlijk onaanvaardbaar. In feite ontkent de doodstraf de begrippen "vergeving, verzoening en eerherstel", die als basisprincipes in een democratisch juridisch bestel fungeren. Ondanks de internationale trend om een einde te maken aan de uitvoering van de doodstraf, handhaven de beleidsmakers in de Verenigde Staten de doodstraf als middel in de strijd tegen de zware criminaliteit.

De Europese Unie stelt dan ook vast dat de Verenigde Staten als "morele politieagent" in de wereld en als behoeder van de internationale orde en van het respect voor de mensenrechten heel wat aan geloofwaardigheid inboeten. Het is dan ook moeilijk voor de Verenigde Staten om met enig gezag druk uit te oefenen op andere landen waar de mensenrechten worden geschonden. Terecht verklaarde een reporter in The Los Angeles Times: "As our official killing rate climbs, our moral authority is undermined".

Graag kreeg ik van de minister van Buitenlandse Zaken een antwoord op de volgende vragen:

Wat is zijn houding ten opzichte van de doodstraf in de Verenigde Staten? Kunt hij, naar analogie met onze eerdere inzet in de strijd tegen de landmijnen en de lichte wapens, deze problematiek opnieuw op de internationale agenda plaatsen of ten minste de dynamiek in de strijd tegen de doodstraf op de internationale fora andermaal aanzwengelen?

Bij een aantal terechtstellingen van niet-Amerikaanse staatsburgers het afgelopen jaar bleken de Verenigde Staten een loopje te nemen met artikel 36 van de Conventie van Wenen inzake de consulaire betrekkingen. Dit artikel bevat de verplichting om het bevoegde consulaat in te lichten indien de verdachte dit wenst. Welke maatregelen kan de internationale gemeenschap nemen om deze internationale standaardnormen te verbeteren en om eventueel sancties te nemen bij de niet-naleving ervan?

Hoewel de doodstraf in tegenspraak is met het ideaal van een rechtsorde waarin mensenrechten optimaal worden gerespecteerd, blijven de Verenigde Staten ze uitvoeren. In 1989 werd een Tweede Facultatief Protocol bij het VN-Verdrag betreffende de burgerlijke en politieke rechten opgesteld dat partijen bij het verdrag verplicht de doodstraf af te schaffen. Nagenoeg alle Westerse democratieŽn, de Verenigde Staten uitgezonderd, hebben dit protocol ondertekend. Over welke morele en effectieve middelen beschikken ons land en de EU om de Verenigde Staten ervan te overtuigen dit protocol te ondertekenen? Welke initiatieven heeft de EU tot op heden genomen om de Verenigde Staten ertoe aan te zetten de doodstraf af te schaffen?

De doodstraf is niet alleen een probleem in de Verenigde Staten. Volgens Amnesty International werden in 1999 niet minder dan 1 813 mensen terechtgesteld. In werkelijkheid ligt dit aantal wellicht hoger aangezien het hier slechts de door Amnesty International gekende gevallen betreft. Opvallend is dat 85% van deze executies uitgevoerd werden in een beperkt aantal landen, namelijk China, Iran, Saoedi-ArabiŽ, Kongo en de Verenigde Staten.

Verscheidene confessionele en niet-confessionele mensenrechtenorganisaties hebben intussen hun krachten gebundeld en voeren samen actie om vanaf 2000 de doodstraf af te schaffen of tenminste op te schorten. Deze actie, Moratorium 2000, wordt onder meer gedragen door een petitieactie die wereldwijd miljoenen handtekeningen tracht te verzamelen voor de afschaffing van de doodstraf. Deze petitie zal worden overhandigd aan de Algemene Vergadering van de VN. In welke mate steunt onze regering dit initiatief? In welke mate zal de Belgische overheidshulp aan ontwikkelingslanden afhankelijk blijven van het eerbiedigen van de mensenrechten en meer in het bijzonder van een moratorium of afschaffing van de doodstraf?

De heer Andrť Flahaut, minister van Landsverdediging. - Het thema van de doodstraf in de VS wordt in al zijn aspecten behandeld op EU-niveau. De EU is immers het meest doeltreffende instrument om de Europese landen, en dus ook BelgiŽ, in staat te stellen hun stem te laten horen in dit fundamentele debat, dat ook - helaas - in vele andere landen dient te worden gevoerd.

De ambassades van de EU-landen te Washington hebben de permanente instructie gekregen de evolutie van de kwestie van de doodstraf in de VS van zeer nabij te volgen en demarches te doen, zowel op federaal niveau als op het niveau van de afzonderlijke staten, om executies te voorkomen of ten minste uit te stellen. Ook nemen de vijftien landen van de EU deel aan het groeiende debat in de Amerikaanse publieke opinie, waar toch een zekere evolutie waar te nemen is. Het gewicht van de actie van de vijftien is in deze context belangrijk.

Een aantal Amerikaanse staten heeft al een moratorium op de executie van gevangenen afgekondigd; sommige andere ijveren voor de afschaffing ervan. Zelfs de grondwettelijkheid van de doodstraf wordt meer en meer in vraag gesteld. Niet alleen op filosofisch vlak, maar ook op het vlak van de uitvoering wordt de doodstraf in de VS meer en meer ter discussie gesteld. De publieke opinie is immers onder de indruk van het grote aantal blijkbaar onschuldig terechtgestelden en het debat hierrond zwelt aan omdat dergelijke gevallen een smet werpen op het Amerikaans rechtssysteem. De doodstraf zal een onvermijdelijk thema worden in de komende campagne voor de presidentsverkiezingen ingevolge de kandidatuur van de gouverneur van de staat Texas. De vijftien lidstaten zullen op deze nieuwe tendens inspelen om hun actie nog doeltreffender te maken.

Wat de toepassing van artikel 36 van de Conventie van Wenen inzake de consulaire betrekkingen betreft, heeft de EU bij de recente terechtstelling van Duitse staatsburgers de Amerikaanse autoriteiten gewezen op de verdragsrechtelijke verplichtingen die moeten worden gerespecteerd. De dialoog hierover wordt verder gevoerd.

De doodstraf staat op aandringen van de vijftien op de agenda van alle officiŽle besprekingen en consultaties tussen de EU en de VS in het kader van de transatlantische dialoog. In alle internationale fora laat de EU zijn stem over de doodstraf horen en niet alleen tegenover de VS. Er kan immers geen sprake zijn van een selectieve houding van de vijftien terzake.

Mevrouw Sabine de Bethune (CVP). - Ik dank de minister voor het antwoord. We weten natuurlijk dat de EU in die zin handelt. Deze week had in Assisi een bijeenkomst plaats van de parlementen van Europa en van de EU waarop de Senaat vertegenwoordigd was. Daar is eens te meer unaniem een motie aangenomen om de doodstraf in het algemeen te verbieden en een moratorium in te stellen. Ook de situatie in de VS is er aan de orde gekomen.

Het is goed om te vernemen dat de diplomaten van de vijftien lidstaten en van de EU dit punt geregeld aan de orde stellen in de gesprekken met de VS. Ik betreur alleen dat dat niet zichtbaarder gebeurt. Waarom wordt daarrond ook niet politiek actie gevoerd? De minister van Buitenlandse Zaken heeft terecht de mensenrechten heel hoog op de prioriteitenlijst geplaatst, maar hij moet ook geregeld zowel tegen onze publieke opinie als die in de VS zeggen dat wij de VS oproepen te streven naar een grondwettelijk verbod van deze onmenselijke straf die de internationale geloofwaardigheid van de VS in diskrediet brengt, of ten minste naar een moratorium. In de huidige media- en communicatiemaatschappij, waarvan deze regering de knepen kent, moet het argument van de mensenrechten in het gesprek met de VS op zichtbare wijze worden gehanteerd.

De EU had in de algemene vergadering van de VN een motie ingediend om tot een universeel verbod van de doodstraf te komen. Mee op aandringen van Groot-BrittanniŽ is die motie niet aanvaard. Wij vernamen dat onlangs tijdens de conferentie in Assisi. Eens te meer desolidariseert een Europese partner, altijd dezelfde trouwens, zich van de algemene Europese politiek. We moeten de druk opvoeren om tot een eenduidige politiek te komen en aldus geloofwaardig te kunnen optreden op de internationale fora.

Ik roep de minister op om tijdens het Belgisch voorzitterschap van de EU dit probleem opnieuw op de agenda te plaatsen en te proberen in de VN een moratorium op de doodstraf te doen goedkeuren.

De heer Andrť Flahaut, minister van Landsverdediging. - Ik denk inderdaad dat het Europees voorzitterschap van ons land een goed gelegenheid is om daarrond te werken.

- Het incident is gesloten.