2-30

2-30

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 24 FEBRUARI 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de eerste minister over ęde recente uitlatingen van de heer Leman en de heer SlangenĽ (nr. 2-157)

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Deze week heeft de eerste minister de heer Leman, directeur van het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding, een bolwassing gegeven. Hij had namelijk de voor het politiek correct denkend BelgiŽ onwaarschijnlijke uitspraak gedaan dat het cordon sanitaire rond het Vlaams Blok niet werkt en dat er ook in het Vlaams Blok democraten zijn. Voorwaar een heiligschennis, want zijn uitspraak stemt niet overeen met het dogma dat het Vlaams Blok nu eenmaal afgeschilderd moet worden als een partij die de democratie zo snel mogelijk wil omvergooien. De eerste minister stelde dat het niet de taak is van de heer Leman om aan politiek te doen. Bij mijn weten doet de heer Leman al meer dan tien jaar aan politiek, maar hij mag blijkbaar alleen aan politiek doen als het in het kraam van de meerderheid past.

De communicatiestrateeg van de eerste minister, de heer Slangen, heeft het gepresteerd om als getuige voor een parlementaire onderzoekscommissie te weigeren op een vraag van een lid van de onderzoekscommissie te antwoorden. Bij mijn weten heeft de heer Slangen geen bolwassing gekregen.

Kan de eerste minister meedelen welke reprimande de heer Leman van de eerste minister heeft opgelopen? Kan de eerste minister ook meedelen of de heer Slangen, een medewerker van zijn kabinet, die manifest de wet op het parlementair onderzoek heeft overtreden, eveneens een reprimande heeft gekregen en zo niet, waarom niet?

De heer Guy Verhofstadt, eerste minister. - Ik kan heel kort zijn, zeker wat de vraag over de heer Slangen betreft, want daarover word ik volgende week in de Kamer ondervraagd uitvoerig, onder meer door leden van het Vlaams Blok. Het lijkt mij best dat ik mijn standpunt in de Kamer verdedig, omdat het incident zich daar,in de dioxinecommissie, heeft voorgedaan. Ik wijs erop dat de heer Slangen wel heeft geantwoord op de vragen van de heer Annemans, nadat die door de voorzitter van de commissie werden herhaald. Ik stel bovendien vast dat de onderzoekscommissie wijselijk besloten heeft aan dat incident geen gevolg te geven, wat het Vlaams Blok natuurlijk spijtig vindt. Het zou natuurlijk willen dat er in de komende weken over niets anders wordt gesproken. Nu het incident gesloten is, kan de commissie haar verslag beginnen schrijven. Het moet begin maart klaar zijn.

Ik heb de heer Leman, directeur van het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding dat onder mijn toezicht staat, inderdaad bij mij laten roepen om hem duidelijk te maken dat het het centrum niet toekomt aan science fiction-politiek te doen of politieke uitspraken te doen. De taak van het centrum wordt duidelijk door zijn naam weergegeven: het moet de gelijkheid van kansen bevorderen en het racisme bestrijden. Speculaties over politieke ontwikkelingen in BelgiŽ horen daar niet bij. Politiek bedrijven, wordt beter overgelaten aan de politici zelf. Ik heb de heer Leman bovendien gezegd dat een dergelijk incident zich niet mag herhalen.Hij heeft erkend dat hij zijn rol duidelijk te buiten is gegaan.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Ik vind het toch eigenaardig dat de eerste minister de heer Leman slechts tot de orde roept wanneer zijn verklaringen een storm van kritiek veroorzaken. De heer Leman heeft in het verleden nog politieke uitspraken gedaan, onder meer over onze partij. Volgens mij gaat het cordon sanitaire zo ver dat zelfs de heer Leman niet meer mag nadenken, tenzij in een welbepaalde richting.

Ik heb nog een reactie met betrekking tot het optreden van de heer Slangen. De eerste minister was enkele jaren geleden zelf lid van een onderzoekscommissie. De zaal zou terecht te klein zijn geweest indien een getuige zou geweigerd hebben op zijn vragen te antwoorden omdat zijn gezicht hem niet aanstond.

Het gaat trouwens niet alleen over wat de heer Slangen in de dioxinecommissie heeft gezegd, maar ook over zijn verklaringen nadien. Ik vind het kras dat ik vandaag weer geen antwoord krijg in een assemblee waarvan de eerste minister zelf lid is geweest. Ik huiver van de idee dat een persoon die een onderzoekscommissie, waarin hij onder ede komt getuigen, misbruikt om aan politiek te doen, om parlementsleden, van welke partij ook, te beledigen en die nadien zelfs nog verklaart dat hij, indien hij eerste minister zou zijn, in het Parlement op geen enkele vraag van verkozen leden van het Vlaams Blok zou antwoorden, en het jammer vindt dat het Vlaams Blok nog altijd niet is verboden, de persoonlijke adviseur van de eerste minister zou blijven.

De eerste minister heeft nog een week tijd om met zijn communicatiestrateeg, de heer Slangen, te overleggen hoe hij op vragen in de Kamer zal antwoorden. Volgens mij kan hij alleen maar besluiten dat een dergelijk iemand niet langer in zijn kabinet thuishoort.