Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-9

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu

Vraag nr. 219 van mevrouw de Bethune d.d. 16 december 1999 (N.) :
Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Samenwerking in 1999.

De Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen, opgericht bij koninklijk besluit van 15 februari 1993 op initiatief van de minister belast met het Gelijke Kansenbeleid, is een beleidsinstrument om de feitelijke gelijkheid van mannen en vrouwen te realiseren en de directe en indirecte discriminaties ten aanzien van vrouwen en mannen weg te werken.

Overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit kan de Raad op eigen initiatief of op verzoek van de leden van de regering rapporten opstellen, onderzoekingen verrichten, wettelijke of verordeningsmaatregelen voorstellen, voorlichting en informatie verschaffen en verspreiden.

Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen :

1. Heeft ze sinds haar aantreden in de regering in juli 1999 een advies gevraagd of een (andere) opdracht gegeven aan de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen ?

Zo ja, welke en waarom ?

Zo neen, waarom niet ?

2. Is er in de loop van het jaar 1999 enige vorm van samenwerking of overleg geweest tussen haar diensten en de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen ?

Zo ja, welke ?

3. Inhoeverre heeft ze in haar beleid lopende het jaar 1999 rekening gehouden met de in het verleden door de raad geformuleerde adviezen en aanbevelingen ?

Zo ja, met welke adviezen en/of aanbevelingen en op welke wijze ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid het volgende op haar vragen mee te delen.

1. Er werd geen beroep gedaan op de Raad van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in 1999, omdat het niet noodzakelijk werd geacht.

2. Er is geen vorm van samenwerking geweest met de voornoemde raad.

3. In verband met de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid werd aan de voorzit(s)ters van de verschillende adviesorganen van het departement een uitgebreid dossier over de wet opgestuurd, waarin ze werden gewezen, onder andere op de bepalingen van de wet met betrekking tot de 1/3-2/3 norm en de eventuele gevolgen indien er niet aan voldaan wordt op 31 december 1999.