Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-8

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking

Vraag nr. 250 van mevrouw de Bethune d.d. 17 december 1999 (N.) :
Gelijke kansen voor mannen en vrouwen. ­ Aandacht in het beleid in 1999.

De tekst van deze vraag is dezelfde als van vraag nr. 239 aan minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, die hiervoor werd gepubliceerd (blz. 281).

Antwoord : 1. Ik wens er in de eerste plaats op te wijzen dat het verslag aan het Parlement over de toepassing van de resoluties van de Wereldvrouwenconferentie die van 4 tot 14 september 1995 in Peking werd georganiseerd en dat de periode 1997 en 1998 behandelt, wel degelijk aan het Parlement werd overgemaakt tijdens de maanden juni-juli 1999.

Er werd gebruik gemaakt van een participatieve benadering, waarbij zowel de hiërarchie van de betrokken administratie als de verschillende dossierbeheerders actief werden betrokken, hetgeen het verslag aanzienlijk verrijkt heeft zowel op kwalitatief als op kwantitatief vlak, maar dit had ­ zoals dikwijls het geval is bij een participatieve en democratische benadering ­ tot gevolg dat de overmaking van het verslag aan het Parlement enigszins werd vertraagd.

Er werden concrete etappes doorlopen om de gelijkheid man-vrouw in het ganse proces van de internationale samenwerking te integreren en dit zowel op wetgevend vlak als in de vertaling van deze aanpak naar de praktijk.

Op wetgevend vlak omschrijft de wet van 25 mei 1999 (Belgisch Staatsblad van 1 juli 1999) met betrekking tot de Belgische internationale samenwerking in artikel 4 de pertinente criteria van de maatregelen die genomen werden inzake ontwikkeling en vermeld expliciteit (5º) « de aandacht die gehecht wordt aan de gelijkheid tussen mannen en vrouwen ». Artikel 8 van deze wet over de thematische concentratie bepaalt dat er met « het herstel van het evenwicht van de rechten en de kansen van mannen en vrouwen » permanent rekening dient gehouden te worden in de internationale samenwerking. De tweede paragraaf van dit artikel beschrijft de te volgen procedure voor het in werking stellen van deze strategie.

Over het politieke werk heen vormen de relaties met de partnerlanden en de projecten en de programma's in het Zuiden het prioritaire actieterrein van de internationale samenwerking. Aan deze fundamentele dimensie voegen zich andere opdrachten toe zoals het informeren en sensibiliseren van het grote publiek, de ontwikkeling en verfijning van beleidsinstrumenten, de organisatie van stages, het toekennen van studiebeurzen ...

In al deze domeinen worden specifieke initiatieven door, voor en met de vrouwen genomen. Deze initiatieven worden gedetailleerd beschreven in het rapport 1997-1998 over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen dat werd overgemaakt aan het Parlement. Het rapport 1999 is nog niet beschikbaar.

2 en 3. Met de sectoriële prioriteiten van de internationale samenwerking wordt rekening gehouden in een sinds 1998 aangepast budget. Voor datzelfde jaar werden op dit budget 209,8 miljoen voorzien voor specifiek op de vrouw gerichte initiatieven. Voor 1999 werden 200 miljoen voorzien rond het thema « Vrouwen en Ontwikkeling ». Inlichtingen omtrent de werkelijke uitgaven zijn nog niet beschikbaar.

Overigens beschikte de commissie « Vrouwen en Ontwikkeling », een verbindingsorgaan tussen de burgermaatschappij en de politieke verantwoordelijken inzake internationale samenwerking waarvan het wetenschappelijk en administratief secretariaat wordt waargenomen door de cel « Vrouwen en Ontwikkeling » van DGIS, over een budget van 3 miljoen. Dit bedrag werd praktisch volledig gebruikt (2,5 miljoen uitgegeven) en voornamelijk besteed aan sensibilisering van de Belgische publieke opinie voor het thema « Vrouwen en Ontwikkeling ».