Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-2

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid

Vraag nr. 69 van mevrouw de Bethune d.d. 21 september 1999 (N.) :
MinisteriŽle kabinetten. ≠ Samenstelling. ≠ Evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen.

De tekst van deze vraag is dezelfde als van vraag nr. 72 aan de vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer, die hiervoor werd gepubliceerd (blz. 57).

Antwoord : 1. Het geachte lid vindt hieronder, als antwoord op het eerste luik van haar vraag, de samenstelling van mijn beide kabinetten op 15 oktober 1999 (onvolledig kader).

1.1. In globo

a) Kabinet vice-eerste minister : 18 mannen en 16 vrouwen.

b) Kabinet minister van Werkgelegenheid : 19 mannen en 17 vrouwen.

1.2. Per niveau

1.2.1. Personeel van niveau 1

a) Kabinet vice-eerste minister : 7 mannen en 5 vrouwen.

b) Kabinet minister van Werkgelegenheid : 8 mannen en 1 vrouw.

1.2.2. Uitvoerend personeel

1.2.2.1. Van niveau 2

a) Kabinet vice-eerste minister : 6 mannen en 8 vrouwen.

b) Kabinet minister van Werkgelegenheid : 8 mannen en 14 vrouwen.

1.2.2.2. Van niveau 2+

a) Kabinet vice-eerste minister : 5 mannen en 2 vrouwen.

b) Kabinet minister van Werkgelegenheid : 3 mannen en 2 vrouwen.

1.2.2.3. Van niveau 3

a) Kabinet vice-eerste minister : 1 vrouw.

b) Kabinet minister van Werkgelegenheid : niemand.

1.2.3. Op het niveau van kabinetschef of van adjunct-kabinetschef

a) Kabinet vice-eerste minister

Kabinetschef : 1 man.

Adjunct-kabinetschefs : 2 vrouwen.

b) Kabinet minister van Werkgelegenheid

Kabinetschef : 1 man.

Adjunct-kabinetschefs : 2 mannen.

2. Wat mijn visie betreft inzake een evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen binnen de schoot van mijn ministeriŽle kabinetten, schrijft deze zich in in het meer algemeen kader van mijn overtuigingen inzake paritaire democratie enerzijds, en inzake verdeling van de verantwoordelijkheden in de wereld van de arbeid anderzijds.

Daarom lijkt mij een evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in de ministeriŽle kabinetten, zowel wat betreft de medewerkers van niveau 1 als wat het uitvoerend personeel betreft, een te bereiken streefdoel.

Dit veronderstelt eveneens bijzondere inspanningen om bepaalde modellen omver te werpen die algemeen aanvaard zijn : zo de functie van secretaris/secretaresse niet langer meer voorbehouden blijft voor vrouwen (mijn kabinet telt twee mannelijke secretarissen), dan blijft bijvoorbeeld de functie van wagenbestuurder het voorrecht van mannen in vele kabinetten.

Dit veronderstelt aanpassingen met de bedoeling het personeel toe te laten ≠ zowel vrouwelijk als mannelijk trouwens ≠ om zo harmonieus mogelijk het gezinsleven te verzoenen met het beroepsleven. Deze vraag stelt zich allicht veeleer scherper in een ministerieel kabinet dan in het algemeen openbaar ambt gezien de beschikbaarheid en de flexibiliteit die van de kabinetsleden wordt geŽist.