Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-94

ZITTING 1998-1999

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Volksgezondheid en Pensioenen

Vraag nr. 1579 van de heer Foret d.d. 2 februari 1999 (Fr.) :
Pensioenminima : toepassing van de wet van 26 juni 1992.

De wet van 26 juni 1992, bekengemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 juni 1992, waarborgt de personen die gepensioneerd worden wegens lichamelijke ongeschiktheid of wegens leeftijd of anciënniteit een minimumbedrag aan rustpensioen. Dat gewaarborgd minimumbedrag wordt toegekend in de vorm van een supplement dat aan het pensioenbedrag wordt toegevoegd.

Dat pensioensupplement wordt evenwel in een bepaald aantal gevallen verminderd, in het bijzonder als het gaat om een gehuwde gepensioneerde. Als de echtgenoot op pensioen wordt gesteld, wordt het pensioenbedrag van de pensioengerechtigde van een minimumpensioen inderdaad verminderd, in die zin dat de pensioeninkomsten van de echtgenoot in mindering worden gebracht van het supplement dat als gewaarborgd minimuminkomen wordt toegekend.

De oppensioenstelling van de echtgenoot leidt dus voor talrijke gezinnen tot een ­ dikwijls aanzienlijke ­ daling van de inkomsten. Dat geeft aanleiding tot sociaal pijnlijke situaties, in het bijzonder voor de pensioengerechtigde van de laagste pensioenen.

Kan de geachte minister mij dan ook zeggen :

­ hoeveel gepensioneerden sedert de toepassing van de wet van 30 juni 1992 dit supplement hebben ontvangen dat wordt toegekend als gewaarborgd inkomen;

­ wat daarvan de begrotingsweerslag is;

­ of hij van plan is de wetgeving te wijzigen zodat de pensioengerechtigden van de laagste pensioenen niet langer benadeeld worden door deze maatregel; zo ja, binnen welke termijn ?

Antwoord : In antwoord op zijn vraag vindt het geachte lid hierna de gevraagde statistieken betreffende het aantal gerechtigden op een supplement in het kader van de gewaarborgde minimumpensioenbedragen en betreffende de budgettaire weerslag ervan.

Situation familiale
­
Gezinssituatie
Nombre
­
Aantal
Charge annuelle
du supplément
minimum garanti
­
Last op jaarbasis
van het supplement
gewaarborgd minimumbedrag
Loi du 26 juin 1992. ­ Wet van 26 juni 1992
Ancienneté. ­ Anciënniteit Isolé. ­ Alleenstaande 1 108 82 917 947
Marié. ­ Gehuwde 1 425 102 084 950
Inaptitude. ­ Ongeschiktheid Isolé. ­ Alleenstaande 4 797 871 579 954
Marié. ­ Gehuwde 3 640 535 839 274
Garantie ancien régime. ­ Waarborg oude regeling
Ancienneté. ­ Anciënniteit Isolé. ­ Alleenstaande 56 5 031 191
Marié. ­ Gehuwde 25 810 320
Inaptitude. ­ Ongeschiktheid Isolé. ­ Alleenstaande 107 25 592 706
Marié. ­ Gehuwde 1 987 320 421 831
Total. ­ Totaal 13 145 1 944 278 173

Deze statistiek werd opgesteld op basis van de werkelijk uitgevoerde betalingen in januari 1999 en heeft betrekking op het geheel van de rustpensioenen beheerd door de administratie der Pensioenen.

Wat het laatste punt betreft dat door het geachte lid ter sprake wordt gebracht, houd ik eraan hem te laten weten dat het niet mijn bedoeling is om de wetgeving betreffende de gewaarborgde minimumbedragen te wijzigen. Men mag immers niet uit het oog verliezen dat het supplement dat bij het nominale pensioenbedrag wordt gevoegd om het gewaarborgd minimumbedrag te bereiken ten laste is van de gemeenschap zonder enige tegenprestatie van de begunstigde van het minimum. Het is dus billijk om op de een of andere wijze rekening te houden met de inkomsten van de gepensioneerde en met deze van de echtgenoot. Het door de wet nagestreefde doel bestaat immers in het waarborgen van een globaal inkomen aan het echtpaar, ongeacht het feit of de echtgenoot al dan niet beroepsinkomsten of vervangingsinkomsten heeft. Er wordt trouwens voor de vaststelling van het gewaarborgd minimumbedrag rekening gehouden met de gezinssituatie van de gepensioneerde; de gehuwde gepensioneerde geniet een gewaarborgd minimumbedrag dat hoger is dan dat toegekend aan een alleenstaande gepensioneerde.

De inkomsten van de echtgenoot worden daarenboven niet volledig afgetrokken van het supplement toegekend in het kader van het gewaarborgd minimumbedrag. De inkomsten van de echtgenoot maken inderdaad het voorwerp uit van een vrijstelling waarvan het bedrag progressief werd verhoogd tot 50 % sedert 1997 zonder hoger te mogen zijn dan een maandelijks bedrag van 8 170 frank aan het spilindexcijfer 138,01 of 9 763 frank sedert 1 oktober 1997. Tenslotte heeft de wet van 26 juni 1992 voorzien in een maatregel bestemd om de gevolgen van de aftrek van de inkomsten van de echtgenoot te verzachten door te bepalen dat de aftrekken verricht op het supplement niet tot gevolg kunnen hebben dat het gewaarborgd minimumbedrag tot minder dan 40 % van de gewaarborgde bezoldiging wordt teruggebracht, zijnde 195 655 frank aan het spilindexcijfer 138,01 (of tegenwoordig 19 485 frank per maand).