1-250

1-250

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 4 MARS 1999

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 4 MAART 1999

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER DEVOLDER AAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN OVER « HET AFVAARDIGEN VAN EEN LID VAN DE PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING NAAR EEN COMMISSIE VAN HET VLAAMS PARLEMENT »

QUESTION ORALE DE M. DEVOLDER AU MINISTRE DES AFFAIRES ÉTRANGÈRES SUR « LA DÉLÉGATION D'UN MEMBRE DE LA REPRÉSENTATION PERMANENTE AUPRÈS D'UNE COMMISSION DU PARLEMENT FLAMAND »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Devolder.

Het woord is aan de heer Devolder.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, op 26 februari 1999 vroeg de heer Dirk Van Mechelen, voorzitter van de commissie voor Leefmilieu en Natuurbehoud van het Vlaams Parlement, op verzoek van de commissie aan de minister om een deskundige van de Permanente Vertegenwoordiging af te vaardigen naar deze commissie. Dit om gehoord te worden over de lopende onderzoeksprocedure die de Europese Commissie was gestart nopens de uitbetaling van een financiële vergoeding aan landbouwers ter compensatie van de strengere bemestingsnormen in kwetsbare gebieden.

De minister gaf daarvoor op 3 maart 1999 de toestemming, maar enkel op voorwaarde dat de afgevaardigde van de Permanente Vertegenwoordiging in de commissie slechts het woord zou voeren met het akkoord en onder het toezicht van de bevoegde Vlaamse minister, de heer Kelchtermans, en louter om technische informatie te verstrekken.

Deze werkwijze werpt volgende vragen op. In hoeverre kan deze ambtenaar meedelen onder welke voorwaarden deze vergoedingen aan Belgische landbouwers worden uitbetaald ? Wordt zijn antwoord gecensureerd door minister Kelchtermans ? Heeft deze vertegenwoordiger niet de plicht aan de commissie van het Vlaamse Parlement objectief verslag uit te brengen over de juiste stand van zaken ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Derycke.

De heer Derycke, minister van Buitenlandse Zaken. ­ Mijnheer de voorzitter, de vraag van senator Devolder is niet van belang ontbloot. Toch wil ik eerst het volgende opmerken.

In mijn antwoord aan de heer Van Mechelen zal hij ongetwijfeld ook gelezen hebben dat het me zeer vreemd voorkwam dat een voorzitter van een commissie van het Vlaams Parlement zich rechtstreeks tot een federale minister richt met het verzoek een federale ambtenaar, in casu een diplomaat, uitleg te laten verschaffen bij de bespreking van een ontwerp van decreet. Volgens de normale spelregels van een federale Staat moet zo'n verzoek uitgaan van de Vlaamse regering, want alleen deze is aan het Vlaams Parlement politiek verantwoordelijk. Nog vreemder is dat ik als federale minister in de Senaat wordt ondervraagd over de manier waarop een Vlaamse minister zich in het Vlaams Parlement, met bijstand van onze experts, van zijn politieke verantwoordelijkheid zal kwijten. Dat is op zijn zachtst gezegd een eigenaardige constructie. Ik ben er niet van overtuigd dat deze ­ laten we zeggen « liberale » ­ interpretatie van de werking der instellingen wel overeenstemt met de basisprincipes van ons grondwettelijk bestel. Ik wil de belangrijkste ervan even in herinnering brengen.

Federale ministers zijn politiek verantwoordelijk aan het federale Parlement, Vlaamse ministers aan het Vlaams Parlement. Ambtenaren daarentegen, inzonderheid federale ambtenaren, zijn niet verantwoordelijk aan het federale Parlement en nog minder aan het Vlaams Parlement. Op verzoek van de bevoegde minister kunnen ze hem wel technische bijstand verlenen bij de bespreking van dossiers waarvoor de betrokken minister politiek verantwoordelijk is. Het is evenwel in de eerste plaats de taak van de bevoegde minister om tijdens de normale legislatieve werkzaamheden van een commissie tekst en uitleg te verschaffen. Wanneer een ambtenaar in zo een bespreking het woord neemt, gebeurt dit doorgaans om technische uitleg te geven en kan hij dit enkel doen met het akkoord van en onder de politieke verantwoordelijkheid van de bevoegde minister.

Deze elementaire regels gelden mutatis mutandis ook voor de werking van het Vlaams Parlement. Belgische diplomaten staan wel ten dienste van België « in al zijn geledingen », zoals men dat zegt, en kunnen dus ook, op verzoek van een minister van een deelstaat, technische bijstand verlenen bij de bespreking van dossiers wanneer hun expertise relevant is en hun hulp bijgevolg nuttig en nodig is. Dit alles doet echter geen afbreuk aan de genoemde elementaire regels.

In mijn antwoord aan de heer Van Mechelen heb ik dus geen voorwaarden gekoppeld voor het afvaardigen van een diplomaat van de Permanente Vertegenwoordiging die minister Kelchtermans, op zijn verzoek, technisch bijstaat bij de bespreking van het nieuwe ontwerp van mestdecreet. Ik heb enkel de elementaire regels in herinnering gebracht en niets meer. Deze federale ambtenaar zal in het parlementaire debat vanzelfsprekend objectieve informatie verschaffen. Hij zal daar als expert alleen het woord voeren met het akkoord van en onder de politieke verantwoordelijkheid van de bevoegde minister. Het gaat daarbij evenmin om een Europees antwoord, zoals de heer Devolder lijkt te denken, maar om technische uitleg over Europese procedures door een Belgisch expert.

Ik betwijfel ten zeerste dat het de bedoeling van minister Kelchtermans is om welke informatie dan ook te censureren. Ik raad de heer Devolder, die ook lid is van het Vlaams Parlement, aan hem daarover zelf te ondervragen in het gepaste forum.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Devolder voor een repliek.

De heer Devolder (VLD). ­ Ik dank de minister voor zijn uitgebreid antwoord. Ik hoop dat hij begrijpt dat ik als gemeenschapssenator de zorgen van het Vlaams Parlement wil meedelen aan een federale minister.

De vraag van de heer Van Mechelen kon niet binnen de vooropgestelde termijnen worden beantwoord als hij de geijkte procedure had gevolgd. In de commissie van het Vlaams Parlement was er daarom een meerderheid om de vraag rechtstreeks te stellen. De hoorzitting had reeds deze voormiddag plaats. Stel dat de minister, de heer Van Mechelen geen antwoord had gegeven, dan had de commissie nog steeds niet over de nodige informatie beschikt. De commissieleden wilden echter volledige en objectieve informatie, zodat ze concrete maatregelen en goede beslissingen kunnen nemen voor de landbouwsector, die het nu zo moeilijk heeft.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.