Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-87

ZITTING 1998-1999

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Landsverdediging, belast met Energie

Vraag nr. 1327/4 van mevrouw de Bethune d.d. 21 september 1998 (N.) :
Aandacht voor de gelijke kansen voor vrouwen en mannen in het beleid in 1997.

Omdat het bevorderen van gelijke kansen een horizontale materie betreft, en dus op alle niveaus en in alle beleidsmaatregelen dient te gebeuren, is het de verantwoordelijkheid van alle ministers en staatssecretarissen om een concreet, zichtbaar, herkenbaar, meetbaar en controleerbaar gelijke kansenbeleid voor vrouwen en mannen te voeren.

Ook tijdens de vierde UNO-Vrouwenconferentie in Peking (1995) werd benadrukt dat het nastreven van gelijke kansen voor vrouwen en mannen een belangrijke politieke prioriteit is op elk politiek niveau. Het slotdocument ­ Platform for Action ­ roept de regeringen daarom op om een gender-perspectief te integreren in alle beleidsmaatregelen en op alle beleidsdomeinen. Bedoeling van dit « mainstreamen » is de impact van beleidsmaatregelen op het leven van vrouwen en mannen te bestuderen en na te gaan in welke mate er rekening wordt gehouden met hun respectievelijke behoeften.

Krachtens de wet van 6 maart 1996 « strekkende tot controle op de toepassing van de resoluties van de Wereldvrouwenconferentie in Peking » heeft de federale regering de verplichting jaarlijks verslag uit te brengen aan het Federale Parlement over het beleid gevoerd overeenkomstig de doelstellingen van deze conferentie.

Bij gebrek aan verslag vanuit zijn departement kreeg ik graag van de geachte minister een antwoord op volgende vragen :

1. Welke concrete beleidsmaatregelen en acties heeft hij in de loop van 1997 genomen, ter bevordering van de gelijke kansen van vrouwen en mannen, en met welk resultaat ?

2.

2.1. Hoeveel werd hiervoor in 1997 begroot, in globo en per post ?

2.2. Hoeveel werd hiervoor in 1997 effectief uitgegeven (volgens de rekeningen), in globo en per post ?

Antwoord : Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te willen vinden op de door haar gestelde vragen.

1. a) De wet van 4 augustus 1978 (Belgisch Staatsblad van 17 augustus 1978) bepaalt de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden.

Met het koninklijk en ministerieel besluit van 3 februari 1981 (Belgisch Staatsblad van 11 februari 1981) werd de toepassing van deze wet gedefinieerd voor de Krijgsmacht en de discriminatie tussen mannen en vrouwen weggewerkt op het gebied van de tewerkstelling. Sinds dat ogenblik staan alle functies open voor zowel mannen als vrouwen. Ook in 1997 werd een beleid van gelijke kansen verdergezet.

b) Dit betekent dat alle plaatsen en functies opengesteld worden zonder een onderscheid te maken op basis van het geslacht. Op de moederschapsbescherming na, zijn alle statutaire beschikkingen dezelfde voor mannen als vrouwen. De carričremogelijkheden zijn gelijk en personeelsrotaties gebeuren enkel op basis van de personeelsbehoeften. Ook wat de humanitaire operaties betreft, zijn alle functies open voor mannen en vrouwen. In 1997 namen 164 vrouwelijke militairen deel aan dergelijke operaties.

c) Naar aanleiding van het advies nr. 13 van 14 februari 1997 van de Raad van gelijke kansen voor mannen en vrouwen, betreffende de tewerkstelling van vrouwen in de Krijgsmacht werd op 25 september 1997 een gezamelijke persconferentie van de minister van Tewerkstelling en Arbeid en Gelijke Kansenbeleid en de minister van Landsverdediging georganiseerd. De aanbevelingen van dit advies werden reeds grotendeels gerealiseerd.

d) Op 24 april 1997 werd een beleid ingevoerd ter bescherming van de militairen tegen ongewenst seksueel gedrag in de Krijgsmacht. Het omvat een principeverklaring en een vertrouwensdienst werd opgericht. Een procedure voor de behandeling van klachten werd ingevoerd en sanctionering is mogelijk. De vertrouwensdienst werkt onafhankelijk van de hiërarchische structuur en 14 vertrouwenspersonen kregen vorig jaar een gespecialiseerde vorming.

e) Arbeidsherverdelende maatregelen zoals de vierdagenwerk, de halftijdse vervroegde uitstap en de loopbaanonderbreking werden vanaf 1 oktober 1997 ingevoerd. Vooral de mogelijkheid van de vierdagenweek werd gunstig onthaald door het vrouwelijk personeel.

f) Van 1 tot 7 juni 1997 nam de Belgische vertegenwoordigster in het « NATO Women Committee » deel aan de jaarlijkse conferentie in Istanbul. De bevindingen en aanbevelingen van deze conferentie werden meegedeeld aan de drie krijgsmachtdelen en de medische dienst.

2. a) Het militair personeel wordt betaald op basis van barema's waar het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk personeel geen rol speelt. Er is dus geen verschillende impact op budgettair vlak. Vrouwelijke militairen en leden van het burgerpersoneel zijn volledig geďntegreerd in de drie krijgsmachtdelen en de medische dienst. Op budgettair vlak worden derhalve geen afzonderlijke posten voorzien op basis van het geslacht. Ook op het gebied van de uitgaven wordt dit verschil niet gemaakt.

b) Er waren in 1997 op budgettair vlak geen specifieke voorzieningen ter bevordering van de gelijke kansen van mannen en vrouwen in de Krijgsmacht.