Vragen en Antwoorden


Bulletin 1-56

Belgische Senaat

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Wetenschapsbeleid

Vraag nr. 29 van mevrouw de Bethune d.d. 14 april 1997 (N.) :
Raad van de Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen.

De Raad van de Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen, opgericht bij koninklijk besluit van 15 februari 1993 op initiatief van de minister belast met het gelijke kansenbeleid, is een beleidsinstrument om de feitelijke gelijkheid van mannen en vrouwen te realiseren en de directe en indirecte discriminaties ten aanzien van mannen en vrouwen weg te werken.

Overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit kan de raad op eigen initiatief of op verzoek van de leden van de regering rapporten opstellen; onderzoekingen verrichten, wettelijke of verordeningsmaatregelen voorstellen, voorlichting en informatie verschaffen en verspreiden.

Op een door mij gestelde schriftelijke vraag waarin ik alle ministers verzocht mee te delen in welke mate zij in de periode tot en met 1995 beroep hadden gedaan op de raad, antwoordden zij allen, met uitzondering van de eerste minister en de minister belast met het gelijke kansenbeleid, dat er geen enkele vorm van (formele) samenwerking was geweest.

Graag had ik van u een antwoord op volgende vragen gekregen :

1. Heeft u in de loop van het jaar 1996 een advies gevraagd of een (andere) opdracht gegeven aan de Raad van de Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen ?

Zo ja, welke en waarom ?

Zo neen, waarom niet ?

2. Is er in de loop van het jaar 1996 enige vorm van samenwerking of overleg geweest tussen uw diensten en de Raad van de Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen ?

Zo ja, welke ?

3. Inhoeverre heeft u in uw beleid rekening gehouden met de in het verleden door de raad geformuleerde adviezen en aanbevelingen ?

Zo ja, met welke adviezen en/of aanbevelingen en op welke wijze ?


Antwoord : Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op haar vraag te vinden.

In de loop van 1996 zijn er in de Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden (DWTC) geen specifieke problemen gerezen van directe of indirecte discriminaties tussen mannen en vrouwen. In het verlengde daarvan zou noodzakelijkerwijs een beroep kunnen zijn gedaan op de Raad van de Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen of enige samenwerking kunnen zijn geweest tussen deze laatste en de DWTC om ze weg te werken.

Dienovereenkomstig heb ik tot op heden nog geen rekening moeten houden met adviezen of aanbevelingen van voornoemde raad, daar mijn departement hem terzake nog geen enkel probleem heeft voorgelegd.