Vragen en Antwoorden


Bulletin 1-50

Belgische Senaat

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Wetenschapsbeleid

Vraag nr. 32 van mevrouw de Bethune d.d. 20 juni 1997 (N.) :
Positieve acties in de federale diensten.

Bij koninklijk besluit van 27 februari 1990 houdende maatregelen tot bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in overheidsdiensten (Belgisch Staatsblad van 8 maart 1990) werd aan alle overheidsdiensten een verplichting opgelegd om een beleid van positieve acties te voeren.

Overeenkomstig dit koninklijk besluit moeten deze acties gevoerd worden door middel van gelijke-kansenplannen die maatregelen bevatten tot verbetering van de nadelige gevolgen die voor de vrouwen voortvloeien uit traditionele maatschappelijke toestanden en gedragingen, en maatregelen tot bevordering van hun aanwezigheid in en hun deelneming aan het beroepsleven op alle hiërarchische niveaus.

Het koninklijk besluit bepaalt tevens volgens welke methodiek, tijdschema, fasering en door welke actoren dit gelijke-kansenplan uitgewerkt en geīmplementeerd moet worden.

Bij koninklijk besluit van 24 augustus 1994 werd in het voornoemde koninklijk besluit een artikel ingevoegd waarbij in de geviseerde besturen en andere diensten van de Staat een ambtenaar van niveau 1 (gedeeltelijk) van een voltijds ambt wordt vrijgesteld voor de uitvoering van het gelijke-kansenplan.

In december 1995 polste ik door middel van een schriftelijke vraag naar de mate waarin de verschillende regeringsleden reeds uitvoering hadden gegeven aan de twee vermelde koninklijke besluiten.

Aangezien het streven naar gelijke kansen voor mannen en vrouwen een blijvende opdracht is, is thans de tijd rijp voor het opmaken van een nieuwe balans.

Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen :

1.

1.1. Wat is, op basis van de meest recente telling, de personeelstoestand naar verhouding tussen mannen en vrouwen, ingedeeld per niveau (niveau 1, 2, 3 en 4), in absolute getallen en in percentages, van het ministerie en van de diensten die ressorteren onder zijn bevoegdheden ?

1.2. Wanneer vond deze laatste telling plaats ?

1.3. Wat is de frequentie van deze tellingen ?

1.4. Welke dienst of persoon voert deze tellingen uit ?

2. In zijn antwoord op mijn schriftelijke vraag van december 1995 deelde de geachte minister weliswaar mee dat er een gelijke-kansenplan is, maar hij heeft geen nadere uitleg gegeven over het functioneren van dit plan.

2.1. Wat zijn de doelstellingen van het thans lopende gelijke-kansenplan ?

2.2. Wat is de duur van het thans lopende gelijke-kansenplan en wat zijn de termijnen vastgesteld voor de verwezenlijking van de tussenstadia ?

2.3. Wat zijn de conclusies van de periodieke beoordeling voor de positieve acties voor het jaar 1996 (artikel 5, 7ē, van het vermelde koninklijk besluit) ?

2.4. Wat zijn de concrete, meetbare resultaten voor het jaar 1996 ?

2.5. Kan hij voorbeelden geven van enkele concrete acties die in 1996 werden verwezenlijkt ?

2.6. Wat is de concrete planning voor het jaar 1997 ?

3. In zijn antwoord op mijn schriftelijke vraag van december 1995 deelde de geachte minister mee dat bij de federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden nog geen interne begeleidingscommissie werd opgericht.

3.1. Is dit ondertussen wel reeds gebeurd ?

3.2. Zo niet, waarom niet ?

3.3. Zo ja, wat is thans de samenstelling van de interne begeleidingscommissie ?

3.4. Hoe heeft deze commissie in 1996 haar taken vervuld ?

3.5. Wat was haar vergaderfrequentie, de agenda van de vergadering en de conclusies ervan ?

4. In zijn antwoord op mijn schriftelijke vraag van december 1995 deelde de geachte minister mee dat bij de federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden nog geen ambtenaar werd vrijgesteld voor de begeleiding van het gelijke-kansenplan.

4.1. Is dit ondertussen wel reeds gebeurd ?

4.2. Zo niet, waarom niet ?

4.3. Zo ja, wat is de naam en de functie van de ambtenaar van niveau 1 die hiervoor werd vrijgesteld ?

4.4. Wordt deze ambtenaar voltijds of deeltijds vrijgesteld ?

4.5. Welk percentage van een voltijdse functie heeft betrokkene in de loop van het jaar 1996 gewijd aan deze functie ?

4.6. Wat is het activiteitenverslag van deze ambtenaar voor het jaar 1996 ?

4.7. Heeft betrokkene in deze periode opleiding of vorming gevolgd ?

4.8. Welke specifieke nieuwe initiatieven werden opgezet en met welk resultaat ?

4.9. Op welke andere ambtenaren of diensten kan betrokkene beroep doen ?

4.10. Wat is de voorziene planning voor het jaar 1997 ?